Draconisch

Neen, het is niet exemplarisch voor 2015, het was al langer aan de gang. Maar toch, het verkwanselen van onze taal is een fenomeen dat in journalistieke kring – of eigenlijk in elke kring waarbinnen taal van belang is – zorgen zou moeten baren. Ik was er al bijna aan gewend dat menigeen het verschil tussen mits en tenzij niet meer weet. Ik was er al bijna aan gewend dat menigeen het verschil tussen beseffen en realiseren niet meer kent, en daarom – ook door journalisten – het vreselijke ‘ ik besef me’ in zinnen wordt gebruikt. Misschien kan ik er zelfs aan gaan wennen dat menigeen het verschil tussen missen en ontbreken niet meer kent, waardoor je steeds vaker hoort dat er ‘ iets mist’.

Het stoort, het krast, snijdt zelfs, maar je begrijpt uiteindelijk nog wel wat wordt bedoeld. Veel ernstiger is het indikken van de taal. Daarmee bedoel ik dat je, door elke gebeurtenis in de taal groter te maken, je de slagkracht van de taal beperkt. Een beetje de DWDD- doctrine; als iets leuk is, spreken we van hilarisch, als iets erg is, noemen we dat dramatisch, als iets ergens voor staat is het iconisch, als het ver gaat is het draconisch en als het goed is briljant. Dan is, en dat is mijn punt, de rek er al snel uit. Want als het nou werkelijk heel leuk is, hebben we eigenlijk geen overtreffende trap meer van hilarisch.

Want als het nou werkelijk heel leuk is, hebben we eigenlijk geen overtreffende trap meer van hilarisch

U denkt dat ik overdrijf? Luister maar eens naar de aankondigingen van de top-2000. Je moet toch wel een enorme stumper in de muziekindustrie zijn geweest om niet ‘legendarisch’  te zijn geworden. Er was een tijd, dat je daar je best voor moest doen. Schaatsers waar je nog nooit van gehoord hebt (maar dat komt ook omdat ik door al die worldcups en kampioenschappen de draad ben kwijt geraakt) die een persoonlijk record rijden schrijven bijna per definitie ‘geschiedenis’. Kom, kom, denk ik dan wel eens, mag de lat niet een klein beetje hoger liggen?

De nuance gaat er een beetje uit als alles even onvoorstelbaar en verbijsterend is. Dat geldt evenzo voor de politiek. Je trekt misschien aandacht met woorden als ‘asieltsunami’ en ‘testosteronbommen’, maar je dwingt andersdenkenden om met even grove overdrijving het tegendeel te beweren om op een enigszins acceptabel gemiddelde uit te komen. Je zou er bijna voor pleiten om de afstemming van de taal op onze emoties een keer te ‘resetten’, of misschien is kalibreren in dit geval een beter woord.

Je zou er bijna voor pleiten om de afstemming van de taal op onze emoties een keer te ‘resetten’

Het kan nog erger. Je kunt al die hyperbolen onder schuilnaam publiceren en dat journalistiek noemen. Wij hebben hier in alsmaar hogere staat van verbazing de berichtgeving en reacties op GeenStijl gevolgd, nadat we bekend hadden gemaakt welke mediaprojecten vanuit ons Fonds subsidie krijgen voor een innovatief project. Dat mensen een ernstige zuurgraad hebben bereikt omdat ze hun artikelen nergens kwijt kunnen, dat begrijpen we wel. Dat het niet iedereen is gegeven om logische verbanden te leggen, mmwah, zelfs daar willen we nog wel in mee gaan. Maar om dat te doen onder een fakenaam als Johnny Quid geeft toch wel een wee gevoel. En dan publiceren op een site die ermee schermde in artikelen volledige namen van daders te publiceren.

Wie de moeite neemt om de reacties op het artikel van ‘Quid’ te lezen (met bijdragen van onder meer Ben Kokhals, VanBukkem, TikkieTerug en Nutcase) betreedt een donkere wereld vol frustratie en achterdocht. Kokhals en VanBukkem hadden zelf wel subsidie willen krijgen, maar ze hebben – vermoeden wij – geen benul wat ze zouden moeten doen om journalistiek op hoger niveau te brengen. Dus sturen ze hun zure borrelpraat naar een site die dat allemaal kwijlend en sissend van genoegen publiceert. Allemaal goed, maar je zou het moeten ontdoen van elke schijn van journalistiek. Het is een soort Alcoholics Anonymous voor mensen die het hebben verloren van het leven. Beter zouden ze elkaar elke tweede dinsdag van de maand ontmoeten in een clubhuis ergens in Drenthe om daar tegen elkaar op te bieden over hoe schandalig het is dat er mensen zijn die het beter hebben getroffen dan zij.

Als je graag wilt vertellen hoe je over iets denkt, vertel dan ook wie je bent

Je zou hopen dat in 2016 er weer een soort gezond verstand terug komt. Dat discussies weer een zeker niveau krijgen, dat de nuance daarin terugkeert. Kom op: kleine grapjes met verwijzingen naar boeken, films, muziek, mag allemaal. Sla elkaar eens om de oren met citaten die er toe doen in plaats van verwensingen. Haal eens een historische parallel aan die ergens op slaat. Luister niet alleen maar naar de onderbuik, verdiep je eens ergens in en zoek daarna de openbaarheid. En, want kennelijk is dat voor sommigen heel moeilijk, doe je werk in het daglicht. Als je graag wilt vertellen hoe je over iets denkt, vertel dan ook wie je bent. Of blijf een eikel in een holletje, ook goed, maar doe dan niet net of je journalist bent.

Ik wil maar zeggen: het zal om wat voor reden dan ook in een bepaalde tijd (en misschien nu ook nog wel) leuk, nuttig of nodig zijn geweest dat er ‘ongenuanceerd’  werd gepubliceerd, misschien is GeenStijl in die zin wel iconisch. En soms is het ook om te lachen, zelfs hilarisch. Maar wat nooit verandert, in welk tijdsgewricht dan ook, is wat je bent als je mensen de maat neemt zonder te zeggen wie je bent. Dat was laf, dat is laf, dat blijft laf.

Mag ik pleiten voor een beetje Stijl in 2016? En mag ik hopen dat de journalistiek (ten overvloede: daarmee bedoel ik publicaties van mensen die zaken hebben uitgezocht en vertellen wie ze zijn) daarin ook een rol gaat/blijft spelen. Kom op, prachtige kranten, geweldige sites, redacties van televisie en radio, geef niet toe aan het geschreeuw van Nutcase en TikkieTerug, blijf relevante, doordachte, objectieve publicaties maken.

We wensen u allen een genuanceerd 2016 toe.

René van Zanten

Over René Van Zanten

René van Zanten is directeur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Reageer

Geef een reactie

*