Creatief tellen of toekomstmodel?

De gezamenlijk oplage van de digitale versies van de krant was eind 2014 een kwart miljoen. Het HOI baseert dit cijfer op de data die de kranten zelf aanleveren en telt vanaf 2005.

Op 6 februari 1996 bracht De Telegraaf als eerste een krant op pdf uit. In zwart-wit. Je kon de krant tegen betaling downloaden wat in de beginjaren van het internet een hele klus was. Het was geen model dat bij de lezers of de collega’s aansloeg. NRC Handelsblad koos voor de Ilead – een pre-iPad- tablet – als platform, de Volkskrant probeerde het een paar jaar later nog eens met een speciale pdf-middageditie ‘16:00’. Ook dat werd geen succes.

De introductie van de iPad in 2008 zorgde voor een doorbraak. De gadget van Apple was een ‘leesding’. Uitgevers brachten apps uit om een digitale krant te verkopen of distribueerden ze via de Apple kiosk. Je kreeg – ook door de opmars van breedband – snel je vertrouwde krant voor je neus. Het belangrijkste van de iPad en soortgelijke tablets is dat er een veel grotere betaalbereidheid voor content op die platformen is.

Gedrocht

De digital native vindt de digitale krant overigens een gedrocht: het is geen website en geen krant. Als website valt de digitale krant door de mand. Geen updates, nauwelijks interactief, geen audio of video, en het ‘nieuws’ is minstens acht uur oud. En het is ook geen echte ritselende krant waarin je de vis kan verpakken. Hybride maar wel met een stijgende verkoop.

In 2005 is het HOI gestart met het meten van de digitale oplages – de replica’s zoals ze daar heten. De eerste twee jaar laten alleen Volkskrant en NRC hun digitale verkoop meten door het HOI, in 2007 introduceren Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden goedkope digitale kranten die de totale oplage fors laten stijgen. Ook het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad introduceren de digitale krant. Vanaf 2010 laat het FD zijn digitale uitgave meten. NRC.next komt daar in 2012 bij. In dat jaar komt de totale betaalde digitale oplage voor het eerst boven de 100.000 per dag. Maar sinds 2013 groeit de digitale oplage als kool. Vrijwel alle titels laten vanaf dat moment de digitale oplage meten. De totale oplage stijgt naar 200.000 in 2014. Aan het eind van dat jaar is de kwart miljoen bereikt.

Zaterdagabonnement

Die stijging komt doordat meer kranten hun oplage laten meten, en door de autonome toename van het aantal digitale abonnees. Maar het komt ook door de ruimte die het HOI toelaat bij het aanleveren van de cijfers.

Als een krant bijvoorbeeld een zaterdagabonnement aanbiedt waarbij de lezer het recht heeft om zes dagen de krant te downloaden mag dit vanaf 2013 worden meegerekend. De Persgroep-kranten en later ook De Telegraaf rapporteren op deze manier hun ‘gerechtigden’ als digitale abonnees.

De vraag is of de stijging vooral een gevalletje ‘gebakken lucht’ is. Deels wel, maar aan de andere kant is het model waarbij de abonnee zaterdag een papieren krant krijgt en door de week digitaal toegang heeft, wel het model van de toekomst. In de VS doet de Christian Science Monitor dit al jaren, in Nederland speelde het FD met die gedachte. Als bezorging en drukken door de dalende oplage een te kostbare zaak is, zal ongetwijfeld tot dat model worden overgegaan. Maar op basis van de huidige cijfers is lastig vast te stellen hoe groot de bereidheid van lezers is om dit digitaal/print-model te omarmen.

Reageer

Geef een reactie

*