Goede en toegankelijke media van levensbelang

Vluchtelingen in Macedonië laden smart- phones op

Door: Henri Beunders

Nadat hij in 1633 door het Vaticaan was gedwongen zijn bewering in te trekken dat de aarde om de zon draait en niet andersom, sprak Galileo Galilei de beroemd geworden woorden: ‘e pur si muove’, en toch beweegt ze. Het was dezelfde tijd dat de eerste krant verscheen, in Nederland in 1618, een enkel A4- tje, aan één kant bedrukt. Sinds die tijd is de hele wereld slechts méér in beweging gekomen, en ook de berichtgeving over alle dingen die deze Nieuwe Wereld zoal in beweging zetten, en met welke oorzaken en met welke gevolgen.

In feite beleven we telkens een andere fase van de globalisering, sinds Columbus in 1492 Amerika ontdekte. Technologie en commercialisering speelden de hoofdrol, en individuele, institutionele en nationale eerzucht ook. Ongeveer tegelijk met Galilei sprak de filosoof René Descartes, in Leiden woonachtig, zijn beroemde woorden: ‘Cogito ergo sum’, ‘Ik denk, dus ik ben’. En terwijl de commercialisering van het leven, mede voortgedreven door de ene technologische revolutie na de andere, al die eeuwen zijn stappen zette richting het heden, is het die uitspraak van Descartes die mij als hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie al jaren, decennia zelfs, bezighoudt. Is deze stelling intussen niet al lang vervangen door deze stelling: ‘Ik ben, dus mobiel’?

Informatiesamenleving

Met de komst van radio en tv, dus ver vóór de komst van internet, sprak Marshall McLuhan een halve eeuw geleden van ‘The Global Village’. Vanaf de jaren tachtig daar de termen ‘informatiesamenleving’ en ‘netwerksamenleving’ bij. Die netwerkgedachte is niet erg dubbelzinnig meer. We kunnen intussen immers vrij goed meten wie met wie verbonden is. Die informatiesamenleving is wél dubbelzinnig. Want wat informatie is, daarover lopen de meningen nog altijd zeer uiteen. Laat ik het simpel houden: informatie is elk signaal in het lichaam zelf, of dat van buiten het lichaam binnendringt, dat ons lichaam of geest van belang vindt. Nieuws is dan alles wat je nog niet wist, en wel wil weten, om wat voor reden dan ook.

Nieuws is alles wat je nog niet wist, en wel wil weten, om wat voor reden dan ook

In de hoogtijdagen van het nationalisme en het beschavingsoffensief was er een strakke nieuwspiramide. Oorlog en politiek en autoriteiten stonden altijd bovenaan, sport en mode en uitgaan onderaan. In normale tijden in onze huidige ‘global village’ lijkt het er door de bijna totale verbondenheid van de mensen, én door de emancipatie van elke aardbewoner in communicatief opzicht mogelijk succesvolle ‘zender’, we in een vreedzame en tamelijk onbenullige hihaho-cultuur – Like! – zijn aanbeland.

Totdat plotseling – zeker sinds de eerste Afrikaanse bootvluchtelingen in 2013 bij Lampedusa verdronken – blijkt dat niet alleen wij, verwende Westerlingen, over alle mogelijke vaste en mobiele apparaten beschikken om onszelf en anderen te vermaken, en de weg te zoeken, maar dat de communicatierevolutie voor velen in wat vroeger ‘de Derde Wereld’ heette een kans is geworden om hun weg naar het rijke Noorden te vinden. En, nu het steeds meer over vluchtelingen en islamistische terroristen uit het Midden-Oosten gaat, dat internet zowel de mogelijkheden van de antiwesterse propaganda versterkt, als ook de communicatie tussen al die vluchtelingen met elkaar en met de achterblijvers.

Tweesnijdend zwaard

De revolutie van de mobiele communicatie heeft dus dankzij Ryan Air en Airbnb eerst onze eigen toeristische zwerm in pathologisch wordende snelheid rond de aarde gezonden, en nu ook het arme deel van de mensheid in beweging gezet, als vogels op hun trek. Hier zijn historische krachten aan het werk die dieper reiken dan de komst van wéér een nieuw mobieltje of een nieuwe app. Maar dat ze er door worden versterkt, dat lijkt wel duidelijk.

Nu de communicatierevolutie de hele wereld tot dorp heeft gemaakt, en nu niet alleen de stromen informatie maar ook de stro- men mensen nauwelijks nog te kanaliseren lijken, is de vraag wat de relatie tussen media en maatschappij (en democratie) is, urgenter dan ooit. En ook de vraag welke informatie ‘de burger’ dient te krijgen en te verwerken om onze democratische rechtsstaat te kunnen laten bloeien of – voor de pessimisten onder ons – in elk geval niet verder te laten afkalven. Zonder gegevens over het huidige gebruik van media, en de voorkeuren van de gebruikers wat betreft platform, inhoud en tijd en wat niet al, is er nauwelijks iets zinnigs te zeggen over de vraag hoe goed of hoe slecht het er in het algemeen voor staat met de politieke cultuur. Een jaarlijkse ‘State of the Union’ voor de media is daarom dringender dan ooit, gezien al die zwermen waarin we ons communicatiegewijs bevinden.

De mogelijkheden die wij burgers intussen hebben bij het produceren, distribueren en consumeren van alle signalen die we de moeite waard vinden, zijn zo eindeloos geworden dat zonder feitelijke gegevens zoals in deze ‘Stand van de Nieuwsmedia’ bijeen zijn gebracht, bijna elke conclusie wel mogelijk is. Nu is dat niet zo, en dat is pure winst. Nu kunnen we wél zeggen dat ‘we’ meer tv kijken dan ooit, dat we meer op onze mobiel zitten dan ooit, dat nog steeds de helft van de Nederlanders een krant leest, dat er wél enkele internetsites zijn die zich een geslaagde start-up mogen noemen. Enzovoorts.

De moraal van het verhaal blijft dezelfde als in 1618

Maar de vraag naar de toenemende commercialisering – van Google en Facebook, en ook van de ‘oude media’ met hun nieuwerwetse betaalde content – blijft een belangrijke. En die van ‘de moraal van het verhaal’ een nog belangrijkere. De moraal van het verhaal blijft namelijk dezelfde als in 1618 toen de eerste ‘courant’ verscheen: waarom willen we weten wat elders gebeurt, en wat doen we er vervolgens mee?

Media zijn een tweesnijdend zwaard. En media zijn vaak ook niet meer dan de wegwijzers langs de weg die wij, mensheid, gaan. Als we de huidige wirrel-warrel in Eu- ropa en de VS bezien – asielzoekers, terroristen, populisme, Trump, Spectre, Adele – dan is de vraag gerechtvaardigd of de explosie aan media niet ook het gezonde verstand, en de Gulden Middenweg, heeft doen exploderen.

Moraal

Of valt het wel mee? Nieuws betekent immers per definitie onrust, ten goede of ten slechte. Je geheel overleveren aan de ‘dynamiek van de dag’, ook als je elke dag jouw medium moet verkopen, zal je overleven echter niet per definitie garanderen. Daarvoor is en blijft ‘de moraal’ nodig, nu ook wel ‘mission statement’ of ‘brand’ genoemd. Die moraal is het antwoord op de vraag: ‘waartoe zijn wij op aarde?’. Dat antwoord dient elk oud medium en ook elk nieuw medium voor zichzelf te formuleren. En dit geldt in wezen niet minder voor alle burgers.

Want in een democratische rechtsstaat die zich serieus neemt, hoeft niet iedereen permanent zo zinnig te zijn als Aristoteles met zijn Gulden Middenweg. Maar die democratie van ons heeft wél genoeg burgers nodig die zich deze twee vragen stellen: ‘wat moet ik doen?’, en ‘wat kan ik doen?’ Als we die burgers niet meer hebben namelijk, dan mogen de motoren nog wel een tijdje doordraaien en de vlaggen nog wel een tijdje blijven wapperen, maar dan is de geest geweken. En zonder media kunnen wij van iets waar we niet met onze eigen snufferd boven op staan, nauwelijks tot geen beeld vormen. Pas daarna kan de vraag worden besproken ‘wat te doen?’ Goede en toegankelijke media zijn dus niet alleen voor de vluchtelingen van levensbelang, ze zijn dat ook voor ons ‘mediamensen’.

Vluchtelingen in Macedonië laden smartphones op

Reageer

Geef een reactie

*