Achterover leunen en kennis opzuigen

Maandag vond in Amsterdam De Staat van Nederland plaats. Journalisten konden zich er laven aan dertien topdeskundigen op allerlei gebieden: van klimaat tot rechtsstaat. ‘En nu de feiten’, luidde het thema. Een verslag.

Door: Menno van den Bos

"Ik heb bewondering voor iedereen die hier nog zit", prijst Herman Tjeenk Willink het publiek in de zaal. De Minister van Staat heeft de eer om het congres De Staat van Nederland af te sluiten, het jaarlijkse kennissymposium van het Expertisecentrum Journalistiek. Zijn lezing is een eloquent verhaal over de Nederlandse rechtstaat, waarbinnen journalisten een belangrijke rol hebben. "De feiten moeten voor de pers leidend blijven", geeft hij mee.

Praktisch

Feiten leidend maken is dan ook precies het doel van De Staat van Nederland. Op het programma staan dertien (vooral academische) sprekers die de aanwezige journalisten zullen bijpraten over hun expertisegebied.

Ideeën, contacten en achtergronden moeten volgens directeur Bas Mesters van het Expertisecentrum de oogst worden. En als het even kan wat introspectie: "Sprekers zullen aangeven waar er gaten in de berichtgeving liggen of de media zelfs falen."

De redenen van bezoekers om te komen verschillen. Politiek verslaggever Ariejan Korteweg van de Volkskrant komt onder meer voor de lezing over TTIP, waarover hij gaat schrijven. "Verder is het praktisch om zoveel deskundigen bij elkaar te hebben." Een paar collega’s van andere dagbladen merken op dat ze het vooral fijn vinden om eens achterover te leunen, en gevoed te worden met kennis.

Tonkens

In de eerste parallelle sessie kiest het gros voor socioloog Evelien Tonkens (Universiteit voor Humanistiek, ex-UvA), die spreekt over een jaar gedecentraliseerde zorg. Hoewel op lichte toon gebracht, is haar beschouwing weinig hoopvol. Desgevraagd vindt ze "het enthousiasme van de betrokkenen in de wijken" eigenlijk het enige positieve aan de zorgdecentralisatie.

Tonkens raadt de toehorende journalisten aan om door beleidstermen als ‘zelfredzaamheid’ te prikken. De overheid definieert deze term zó dat mensen vaak als zelfredzaam kunnen worden aangemerkt, terwijl ze gewoon hulp krijgen. "Licht komisch", aldus Tonkens.

Bijl aan de wortel

Waar Tonkens uitweidt over de Nederlandse zorg, diagnosticeert Herman Tjeenk Willink de democratische rechtsstaat in Nederland in een abstract verhaal. Te hoogstaand om samen te vatten, maar wat onder meer beklijft is zijn stelling dat elke macht de neiging heeft om een absolute macht te worden. "De overheid heeft tegenwicht nodig."

Dat tegenwicht moet volgens Tjeenk Willink onder meer komen van de rechterlijke macht, die nu onvoldoende wordt bekrachtigd in haar onafhankelijke rol. Democratie is immers meer dan een gekozen regering. Het gaat om een continue zoektocht naar het algemeen belang. "Het idee: ‘de meerderheid beslist’, is de bijl aan de wortel van de democratische rechtsstaat."

Hoewel alle passages in het uitgebreide betoog van Tjeenk Willink in elkaar grepen, was hij moeilijk om nauwgezet te volgen. Zijn lezing zou als essay op ouderwets papier wel eens beter tot zijn recht kunnen komen.

Minnesma

In dat licht is het betoog van Marjan Minnesma prettig straightforward. Met haar uitgesproken politieke agenda – haar organisatie Urgenda spande de recente klimaatzaak tegen de regering aan – springt ze eruit in de academische line-up. Ze laat overtuigend zien hoe nijpend de klimaatkwestie is, en heeft daarmee de volle aandacht.

Minnesma aarzelt bovendien niet om de journalistiek een standje te geven. "Alle goede wetenschappers maken zich enorm zorgen over klimaatverandering. 195 landen zijn het erover eens dat het een prioriteit is. Maar ik zie die ongerustheid niet terug in de kranten." Ze noemt de internationale aandacht voor de People’s Climate-demonstraties. "Alleen in Nederland stond dit niet op de voorpagina’s."

Putters voorbeeld

Al met al is de opening van Kim Putters het hoogtepunt. Op papier had de SCP-directeur een gevaarlijk breed onderwerp: de ‘maatschappelijke situatie’ in Nederland, met het accent op de vraag hoe het gesteld is met het vertrouwen in instituties.

Hij vertelt onder meer dat het vertrouwen in de media relatief hoog is: 60 à 65 procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in journalisten. Putters benadrukt de verantwoordelijkheid om dat vertrouwen te behouden. Hij wijst daarbij op het gevaar van recente incidenten.

En op die manier gaat Putters steeds te werk: bij elk cijfer geeft hij precies genoeg context en stof tot nadenken mee, zonder teveel uit te weiden. Zo slaagt de oud-politicus erin om een enorm krachtenveld op een laagdrempelige manier te verkennen, zonder daarbij aan diepgang of onderbouwing in te leveren. Zowel qua inhoud als executie is Putters daarmee een voorbeeld voor de toehoorders in de zaal.

Zie de agenda van het Expertisecentrum voor toekomstige symposia.

Reageer

Geef een reactie

*