Alles is verbonden en we weten steeds minder

De afgelopen maand gaf de Europese Commissie tekst en uitleg over het programma ‘Horizon 2020’; bedoeld om innovatie binnen de Europese gemeenschap te stimuleren. Het gaat om het aanzienlijke bedrag van in totaal tachtig miljard Euro (€ 15,5 miljard over 2014 en 2015) dat aan subsidies wordt verstrekt. Een speciale bijeenkomst in Luxemburg was bedoeld om potentiële aanvragers wegwijs te maken in opzet en doel van het programma en in de wijze waarop subsidies kunnen worden aangevraagd.

Door René van Zanten, algemeen directeur Stimuleringsfonds voor de Pers

Tot dusver niets mis. Het is nuttig en noodzakelijk dat Europa alles op alles zet om op het gebied van technologie voorop te lopen of op z’n minst de ontwikkelingen bij te benen. Bedrijven en universiteiten struikelden in Luxemburg bijna over elkaar heen, om hun ambities op het gebied van sensor-technologie, nano-technologie en 3D-applicaties in adembenemende Powerpoint-presentaties te laten zien. Voorzichtige conclusie: Europa is nog altijd buitengewoon slim als het gaat om geavanceerde techniek.

Mijn aanwezigheid daar betrof de vraag of het programma ‘Horizon 2020’ ook iets zou kunnen betekenen voor projecten die zijn gericht op de kwaliteit van nieuws en informatie. Immers: al enige tijd zien we een merkwaardige paradox, namelijk dat nieuws en informatie 24 uur per dag op allerlei platforms (kranten, tv, radio, websites, iPad, smartphones) te verkrijgen is en dat het nieuws weliswaar in hoeveelheid toeneemt, maar in originaliteit steeds minder wordt. Met andere woorden: er wordt veel na-gewauweld, gestolen, geleend, gelinkt en geaggregeerd, maar de bron – zijnde nieuws dat aan een aantal voorwaarden voldoet – droogt op.

Wat die voorwaarden zijn? Ja, dan kom je bij begrippen als hoor- en wederhoor, minstens twee bronnen voor een verhaal. En misschien ook wel de gave om nieuws zodanig vorm te geven in tekst, beeld en/of geluid, dat de gebruiker snel de essentie begrijpt.

Een tweede paradox is, dat er dankzij alle nieuwe technologie ongekende mogelijkheden zijn om nieuws op hoog kwalitatief niveau te maken en publiceren. Er wordt niettemin nauwelijks gebruik van gemaakt. Mediabedrijven – publieke omroepen, dagbladen, met name regionale dagbladen – zijn zó druk met het doorvoeren van bezuinigingen vanwege de alsmaar teruglopende inkomsten, dat er nauwelijks oog is voor de talloze kansen die er zijn.

Natuurlijk ligt daaraan ook ten grondslag, dat al die nieuwe techniek niet bedacht is vanuit mediabedrijven zelf. Google, YouTube, Facebook, Twitter, het was er allemaal ineens. Allemaal nieuwe manieren om informatie, nieuws en beeld te delen op interactieve wijze. Uitgevers zien die nieuwe applicaties liever als een bedreiging dan een kans, een houding die deze bedrijven langzaam maar zeker in een doodlopende straat leidt.

En de gebruiker? We zien dat de papieren krant langzaam verdwijnt, we zien dat omroepen af moeten van lineaire programmering, we zien dat jongeren meer en meer – ook voor informatie – één worden met hun smartphone. Ook die gebruiker heeft er niet om gevraagd ( inherent aan innovatie) maar ondergaat vol verwondering hoe de verbindingen steeds beter worden, de beeldkwaliteit met de dag toeneemt en er honderdduizenden apps worden ontwikkeld die leuk, grappig en soms zelfs nuttig zijn.

Je zou dus zeggen dat een manier om de kwaliteit van dat nieuws (of journalistiek) te waarborgen is gelegen in het ontwikkelen van projecten en programma’s waarbij niet alleen veel meer aandacht is voor de gebruiker, maar ook de brug tussen bestaande en innovatieve mediabedrijven tot stand komt. Het valt natuurlijk niet mee, als een ervaren uitgever een serieus gesprek moet voeren met een 23-jarige slungel. Maar de kans is groot, dat die slungel de ontwerper is van een programma dat die uitgever helpt om eens voorzichtig vóóruit te kijken, in plaats van achteruit. Als het Europese steunprogramma niet de ruimte biedt om óók eens te kijken wat we eigenlijk willen en kunnen met al die nieuwe techniek, dreigen we de plank mis te slaan. Zeker op het gebied van nieuws- en informatievoorziening zien we hoe traditionele uitgevers werkelijk alle moeite hebben om de bestaande technieken te ontdekken, begrijpen, gebruiken en omarmen.

“Er zijn geen apps die wethouders opsporen die bouwopdrachten verstrekken aan het bedrijf van hun neef. Je kunt, als journalist, wel apps gebruiken om de zaak aan het licht te brengen.”

Het kan een keus zijn om alles wat vóór 2010 een rol had in de nieuwsketen een langzame dood te laten sterven. Nieuwe technieken zullen zeker een belangrijk deel overnemen van ‘de journalistiek’. Informatie reist sneller, breder, toegankelijker. Bovendien stellen nieuwe applicaties ons in staat om meteen te checken hoe onze vrienden en kennissen erover denken. De consensus van het eigen netwerk wordt steeds belangrijker. Maar wat overblijft zijn op z’n minst de thema’s waar zó veel informatie en meningsvorming over is, dat het prettig blijft als daar op journalistieke wijze een kop en een staart aan wordt gezet; zeg maar ‘duiding’ of ‘achtergrond’ of ‘analyse’.

En de allerbelangrijkste taak blijft natuurlijk het lichten van tegels (met dank aan Hofland). Er zijn cynici die beweren dat informatie de rol van journalistiek geheel gaat overnemen. Die vergeten dat juist de mensen die de zaak bedonderen, manipuleren of anderszins tegen het algemeen belang opereren, er juist bij gebaat zijn hun zaakje buiten die informatiestroom te houden. Er zijn geen apps die wethouders opsporen die bouwopdrachten verstrekken aan het bedrijf van hun neef. Je kunt, als journalist, wel apps gebruiken om de zaak aan het licht te brengen.

De vraag was of ‘Horizon 2020’ ook daarvoor aandacht heeft. Het lijkt er niet op. Weliswaar komen media wel voor in de tamelijk ondoorzichtige opzet van het programma. Maar gaandeweg de uitleg en de presentaties, ontstond het beeld dat het programma, althans dat in de eerstkomende jaren, wel heel erg gericht is op technologie. De projectleiders die ik sprak keken allemaal bedenkelijk toen ik mijn zaak bepleitte om centra op te richten waar alle vormen van journalistiek, nieuws en informatie elkaar tegenkomen en bij voorkeur ook samenwerken; publiek en privaat, gevestigd en nieuw, grote bedrijven en zzp’ers. ‘Interessant, maar past niet in het programma’.

En zo ontstaat het beeld van een wereld vol met wonderlijke tools en gadgets, waarbij iedereen met elkaar verbonden is, alles wordt geregistreerd, maar het ons volkomen ontgaat als er twee straten verderop een huizenblok op de nominatie staat te worden gesloopt om ruimte te maken voor een winkelcentrum; of het stadspark wordt betrokken bij de uitbreiding van de golfbaan, of minister Timmermans zijn collega van defensie onder druk zet om buiten ons zicht wapens te sturen naar de Syrische oppositie.

De Europese Commissie zou er op zijn minst oog voor moeten hebben dat burgers recht hebben op betrouwbare, onafhankelijke, kwalitatief goede informatie over alles wat voor hen van belang zou kunnen zijn. Of dat nu via een krant, een smartphone of een Google Glass is, is niet zo interessant. Innovatie móet meer zijn dan alleen techniek.

Door René van Zanten, algemeen directeur Stimuleringsfonds voor de Pers

Lees meer

De website van het programma ‘Horizon 2020’ van de Europese Commissie

Reageer

Geef een reactie

*