André Spoor achter succes NRC Handelsblad

Van Pien van der Hoeven verscheen onlangs het proefschrift ‘Het succes van een kwaliteitskrant. De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad’. Hans Renders bespreekt het.

Aan het begin van 1961 verscheen bijna drie maanden lang in het net nieuwe Supplement van Algemeen Handelsblad de serie ‘Stoomvechtwagens’. Imaginaire, door stoom voortgedreven gevechtsvoertuigen met namen als Golubtsjik III en Maaier I rolden wekelijks over het papier. De machines waren verzonnen en geschetst door H.J.A. Hofland. "Het was tekenend voor de anarchistische vrijheid die in die jaren op de redactie van het Handelsblad heerste," schrijft Pien van der Hoeven in haar onlangs verschenen proefschrift Het succes van een kwaliteitskrant. De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad.
In weerwil van wat de titel doet vermoeden gaat dit boek grotendeels over de afzonderlijke geschiedenissen van de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad. Van der Hoeven beschrijft met name de cultuurverschillen tussen deze twee liberale kranten, de Rotterdamse NRC degelijk en steil tegenover het weliswaar deftige maar vrijgevochten Amsterdamse Handelsblad. Een krant waar de avontuurlijk ingestelde Hofland in 1968 zelfs hoofdredacteur kon worden, ook al moest hij André Spoor als medehoofdredacteur naast zich dulden.

Verbrokkeld

Met steun van een deel van de directie van de uitgeverij – de Nederlandse Dagblad Unie – werd een vernieuwingsplan voor het Handelsblad uitgevoerd. Dat was wel nodig. De abonnees liepen bij bosjes weg en de koers van de krant was onder druk van de gebeurtenissen van de roerige jaren zestig niet standvastig. Er werd met Provo gedweept en ‘in de tijd van de baas’ hadden enkele redacteuren zelf een nieuwe politieke partij opgericht: D’66. Spannende tijden, maar de stroom aan opzeggingen bleef.
Ook bij de NRC liepen de abonnees weg, terwijl de krant juist met geen enkele wind meevoer. De abonnees, zo schrijft Van der Hoeven, van NRC waren buitenkerkelijk, academisch en welgesteld, maar wat politieke voorkeur betreft veel pluriformer dan hun krant. Dat kon dus niet goed gaan. Onder druk van de NDU kwam het in 1970 tot een fusie: NRC Handelsblad.

Van der Hoeven heeft vele personen die vanuit verschillende posities met deze operatie te maken hebben gehad, geïnterviewd. Dat is de waarde van dit boek. De eerste paar honderd pagina’s zijn eenvoudigweg te schetsmatig en redundant tegelijk. Tot vervelens toe worden de verschillen tussen de twee kranten herhaald, steeds tegen het decor van de gebeurtenissen in de wereld. Dat verhaal wordt in ultrakorte paragrafen en te verbrokkeld verteld. Pas als de schrijfster in de jaren zestig belandt, wordt haar verhaal aantrekkelijker en ook minder in staccato geschreven.

Stuwende kracht

Met veel oog voor detail vertelt ze dat maar heel weinig mensen vertrouwen in de fusie hadden en dat het onderlinge wantrouwen enorm groot was. De Rotterdammers vonden de Amsterdammers maar ‘struikrovers’. En daar hadden ze ook wel een beetje gelijk in. Menig machtsstrijdje over de verdeling van functies werd met intimidatie door Amsterdam gewonnen. Twee redacties in elkaar schuiven gaat altijd van au, maar hier werden reputaties gebroken. De van oudsher zo sterke kunstredactie van de NRC moest het grotendeels afleggen tegen de slecht georganiseerde kunstredactie van het Handelsblad.
Uit dit gekrakeel ontstond uiteindelijk toch een succesvolle krant omdat er gekozen werd voor een quality paper, een term die strikt genomen geen betrekking had op het niveau van de krant maar een aanduiding was voor de doelgroep waar men op mikte. Het idee voor een quality paper had André Spoor tijdens zijn werk als correspondent in de VS opgepikt. Hij werd zoals gezegd eind jaren zestig naast Hofland hoofdredacteur van het Handelsblad. Tevens was hij (aanvankelijk nog samen met Hofland en Heldring) hoofdredacteur van de nieuwe fusiekrant, en uit het onderzoek van Van der Hoeven blijkt dat de in september 2012 overleden Spoor de stuwende kracht achter het succes is geweest.

Invloedrijk

De bloedgroep NRC voelde zich geschoffeerd. Maar de geschiedenis heeft de Amsterdammers gelijk gegeven, want het was uitgerekend het Cultureel Supplement, overgehouden van het oude Handelsblad, dat vanaf het begin van de fusie voldeed aan de verwachtingen. Onder leiding van K.L. Poll, in 1965 overgestapt van Het Vaderland naar het Handelsblad, werd het Cultureel Supplement de norm voor kunstjournalistiek in Nederland. Niet alleen literatuur en beeldende kunst, maar ook cultuurgeschiedenis, filosofie en essayistiek in het algemeen zorgden voor een doorslaand succes.
Poll introduceerde kunstverslaggeving en ook nam NRC Handelsblad allerlei initiatieven waardoor de krant een factor van belang werd, onder meer de instelling van de Huizingalezing. Hetzelfde succes deed zich voor bij het wetenschapskatern. In Rotterdam was men gewend bijna uitsluitend aandacht te geven aan de exacte wetenschappen, de fusiekrant kwam met een bijlage over alle wetenschap, dus ook de sociale wetenschappen en de effecten daarvan op de samenleving.
In 1973 maakte de nieuwe krant winst en in 1975 werd de magische grens van 100.000 abonnees bereikt. Vanaf 1977 was NRC Handelsblad de belangrijkste krant van Nederland. Volgens Joop den Uyl is zijn tweede kabinet er nooit gekomen door een commentaar in NRC Handelsblad. Waar of niet waar, een dergelijke stelling geeft aan hoe invloedrijk de krant werd geacht. Tegenwoordig bedraagt de oplage van NRC Handelsblad 200.000 abonnees. Nu de redactie naar de Amsterdamse binnenstad verhuist, kunnen we rustig zeggen dat de Rotterdammers definitief overwonnen zijn.

Pien van der Hoeven. Het succes van een kwaliteitskrant. De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad. Prometheus, 544 blz., ISBN 9789044617696, €29,95.

Reageer

Geef een reactie

*