Crossmediale dilemma’s op de Nederlandse nieuwsredactie

Klaske Tameling deed onderzoek op de redacties van de Volkskrant, NOS Nieuws en de FD Mediagroep en analyseerde daar het crossmediale nieuwsproces. Vorige week promoveerde ze op haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het resultaat van haar onderzoek, waarvoor ze in totaal 120 journalisten, inclusief hoofdredacteuren, interviewde, is te lezen in haar boek ‘En wat doen we online?‘, dat donderdag 25 juni gepresenteerd wordt. Hieronder een voorpublicatie van de aanbevelingen die Tameling doet in haar boek.

 

Door: Klaske Tameling
Dit onderzoek heeft de ontwikkelingen op het gebied van mediaconvergentie op nieuwsredacties in kaart gebracht en het heeft de relatie aangetoond tussen de ambitieuze plannen van de hoofdredacties en in hoeverre deze daadwerkelijk de redactionele routines en de journalistieke cultuur hebben beïnvloed. Door de samenhang tussen de plannen, de routines en de cultuur te analyseren werd duidelijk dat hoofdredacties oog hebben voor de ontwrichtende veranderingen die gaande zijn, maar dat ze moeite hadden om plannen te vertalen naar concrete nieuwe (online) producten of diensten en bijbehorende redactionele veranderingen en journalistieke doelstellingen. De terugkerende vraag ‘En wat doen we online?’ typeert de zoektocht van een (hoofd)redactie die worstelt met het bepalen van een online strategie en de nieuwe crossmediale werkwijze.

Onvoldoende ruimte om te experimenteren

Dit onderzoek toont aan dat ondanks een nieuwe convergente organisatiestructuur, de aandacht voor traditionele (massa)media op redacties bleef domineren en dat er onvoldoende ruimte is gecreëerd om te experimenteren op het gebied van crossmediale samenwerking en online journalistiek. De omarming van online en een intensievere samenwerking tussen de verschillende platformen moest op de onderzochte nieuwsredacties vooral leiden tot nieuwe zekerheden op het gebied van het bereiken van een groot publiek en adverteerders. Een convergente werkwijze veronderstelt bovendien gelijkwaardigheid tussen mediaplatformen, maar gaat voorbij aan de notie dat de oude en nieuwe media zich in een andere fase van ontwikkeling bevinden; het online platform begeeft zich in een fase van exploratie (ontwrichtende technologie), terwijl massamedia in een fase van exploitatie (incrementele technologie) zit. Convergentie is daarmee als organisatiemodel niet per definitie gestoeld op innovatie en de noodzaak om te experimenteren met nieuwe vaardigheden en producten.

Journalisten worden nog te veel gehinderd door hiërarchische verhoudingen

Op de redacties ging veel aandacht uit naar het aanpassen van de organisatiestructuur, terwijl het in de kern draait om de verandering van de beroepsmatige journalistieke cultuur en de manier waarop journalisten daarmee omgaan. Het karakteriseert de reflex om eerst de structuur te willen veranderen, terwijl de cultuur juist een leidende rol heeft in dergelijke veranderingsprocessen. ‘Media is a people’s business’, zo stellen ook Aris & Bughin (2009), maar nieuwsredacties besteden doorgaans meer tijd, geld en energie aan het ontwikkelen van een nieuwe site of applicatie dan aan de mensen die deze platformen en toepassingen moeten gaan bedienen. Aan goede ideeën en inzichten is op redacties vaak geen gebrek, het probleem is dat er geen ruimte is om deze initiatieven ook daadwerkelijk uit te voeren. Creatieve oplossingen ontstaan vaak bottom-up en komen niet zozeer tot stand door nieuwe beleidsplannen. Journalisten worden daarbij nog te veel gehinderd door hiërarchische verhoudingen die niet langer functioneel zijn. Het ontbreekt de redacties vooralsnog aan een manier om snel verhalen, projecten en producties te starten én deze vervolgens effectief te evalueren om zo te leren van verworven inzichten. De mate van flexibiliteit om de samenwerking tussen online en offline platformen soepel te laten verlopen en de redacties in beweging te krijgen, blijkt voor alle drie de nieuwsorganisaties problematisch.

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande conclusies kom ik tot de volgende aanbevelingen voor nieuwsorganisaties.

Meer dan alleen journalistieke vaardigheden

Nieuwsorganisaties zouden in eerste instantie goed moeten kijken naar de samenstelling van de hoofdredacties en naar de verantwoordelijkheden en vaardigheden van leidinggevenden. Naast journalistieke kwaliteiten is kennis op het gebied van technologie, online media en project- of verandermanagement noodzakelijk.

Werk aan talentontwikkeling

Nieuwsredacties kunnen daarnaast meer aandacht besteden aan hun personeelsbeleid. Het binnenhalen van de juiste mensen en het ontwikkelen van de juiste competenties bij huidige werknemers is van groot belang. Wanneer organisaties weinig oog hebben voor talentontwikkeling zullen de jonge, slimme en creatieve krachten uiteindelijk overstappen naar andere innovatie (online) redacties waar hun kwaliteiten meer worden erkend en beter worden benut.

Eigen overlegcultuur online producties

Journalistieke organisaties zitten vast in hun eigen vergaderroutines waardoor nieuwe ideeën lastig van de grond komen. Nu vergaderen elke dag dezelfde mensen, op dezelfde tijden, met lijstjes met daarop dezelfde soort verhalen. Verhalen voor online delven daarbij het onderspit. Het loont daarom de moeite om redacteuren die online (of crossmediale) producties willen maken een eigen overlegcultuur te laten creëren die creatief, efficiënt en flexibel is. Bijvoorbeeld aan de hand van kleinere groepjes redacteuren die kort maar krachtig brainstormen zonder aanwezigheid van een chef met een eigen (traditionele en medium-specifieke) agenda.

Redactiesysteem moet fungeren als (sociaal) netwerk

De huidige geïntegreerde redactiesystemen functioneren bovendien vooral als anonieme, verwerkende systemen die zijn ingericht om lijstjes te ordenen en om informatie en statussen efficiënt in op te slaan (zoals ‘klaar voor eindredactie’). Een redactiesysteem dient daarmee voornamelijk als opslagplaats voor informatie en als overzicht voor coördinatoren om te zien waar journalisten mee bezig zijn en of dat voldoende is om een krant of uitzending mee te kunnen vullen. Een redactiesysteem zou veel meer als (sociaal) netwerk moeten fungeren waardoor journalisten zo’n systeem ook daadwerkelijk gaan gebruiken om onderling ideeën en contacten uit te wisselen. Het redactiesysteem kan eenvoudiger, toegankelijker en aantrekkelijker ingericht worden zodat iedereen vanaf locatie en vanaf elk mobiel apparaat verhalen intern, maar ook extern kan publiceren en verrijken. Dit zou veel beter inspelen op een digitale nieuwscultuur waarin het nieuwsproces voortdurend in ontwikkeling is.

Intensievere samenwerking tussen afdelingen

Nieuwsorganisaties zijn in een periode van ontwrichting gebaat bij een intensievere samenwerking tussen redactionele en niet-redactionele afdelingen, zoals Business Intelligence, IT, Marketing en Sales. Als deze afdelingen een gemeenschappelijke taal leren spreken, ten behoeve van kennisuitwisseling over verdienmodellen, technologie en gedrag van nieuwsconsumenten, zullen betere digitale producten en diensten worden ontdekt en ontwikkeld.

Meer informatie over het onderzoek en het boek van Klaske Tameling is hier te vinden.

Reageer

Geef een reactie

*