De grootste krant van de VS moderniseren

Big data, start-ups en, jawel, print. Dat zijn momenteel de buzzwoorden bij The Wall Street Journal. Persinnovatie-verslaggever Hans Klis zocht executive editor Almar Latour op en sprak met hem over zijn taak: de grootste krant van de Verenigde Staten moderniseren.

Door: Hans Klis

De toekomst van The Wall Street Journal is te omschrijven met drie buzzwoorden: big data, start-ups en print. De eerste is geen vreemde keuze voor het mediabedrijf, geeft Almar Latour toe bij een rondleiding over de redactie in hartje Manhattan. Het is een belangrijk onderdeel van moderne onderzoeksjournalistiek.

De Nederlander is sinds 2013 als Executive Editor bij WSJ en Dow Jones verantwoordelijk voor het uitstippelen van de redactiestrategie voor alle edities van het mediabedrijf. Daarvoor werkte hij onder andere als bureauchef in Azië en als hoofdredacteur van de digitale editie van de krant. Latour zag de afgelopen jaren het Amerikaanse medialandschap drastisch veranderen.

Big data als verdienmodel

Wat maakt big data zo belangrijk voor The Wall Street Journal? Zeker na de fusie met financiële informatiefirma Dow Jones twee jaar geleden maakt het de weg vrij voor nieuwe manieren om verhalen te vertellen én geld te verdienen, vertelt Latour. Met databases vol informatie over bijvoorbeeld beursgenoteerde bedrijven kunnen trends geïdentificeerd én in beeld gebracht worden voor lezers. Zet er tegen betaling een uitgebreide zoekfunctie op en je hebt een product voor de zakelijke markt. Afgelopen jaar liet WSJ onder andere tijdens het WK voetbal al zien hoe het informatie en infographics kan inzetten om verhalen te vertellen. Maar lezers kunnen de komende jaren veel meer verwachten, denkt Latour. "We staan pas aan het prille begin van de moderne journalistiek."

Geen krant maar een platform

Latour heeft als taak om de grootste krant van de Verenigde Staten te moderniseren – een eervolle opdracht, aangezien de krant al meer dan 125 jaar bestaat en rond de 2,2 miljoen abonnees heeft. Sinds 2014 richt de redactie van WSJ zich volledig op het creëren van digitale content. Aan het einde van de dag wordt uit die content geput om de papieren editie in elkaar te zetten. Uiteraard aangevuld en verbreed met analyse, benadrukt Latour.

Deze werkwijze past bij Latour’s visie: The Wall Street Journal is méér dan een krant met een website en een app. Latour beschrijft het mediabedrijf als een platform waar verschillende producten aan vast zitten met het kwaliteitskeurmerk WSJ. "Een kern van nieuwsverslaggeving door verslaggevers – onze ‘global experts’ – en een grote informatiestroom waaraan een scala aan applicaties hangen die onze content op verschillende manieren uitwerken."

Start-up cultuur

Om innovatie de ruimte te geven binnen WSJ werkt Latour toe naar ‘een cultuur waarin we experimenteren, fouten durven maken en waarin we nieuwe initiatieven kunnen starten of stopzetten’. Oftewel: de krant als start-up. Dat was een uitdaging binnen het 125 jaar oude bedrijf, maar niet onmogelijk, verzekert Latour. Het was een kwestie van prioriteiten stellen en de verslaggeving richten op zogenoemde ‘core areas of coverage’– zoals technologie, politiek en economie. "Dat maakte de missie van WSJ duidelijker en het stellen van doelen makkelijker", aldus Latour.

Latour is bijzonder trots op de nieuwe start-up-cultuur binnen WSJ. Hij noemt technologiekatern WSJ.D en de onlangs gelanceerde politieke sectie Capitol Journal. Vooral die eerste doet het goed in het binnenhalen van nieuwe abonnees. Latour: "Het zijn kleine start-ups. Ze hebben meer autonomie, kunnen meer experimenteren en zitten dichter op hun beoogde publiek. Zo zouden ze kunnen uitgroeien tot op zichzelf staande publicaties."

Print heeft nog steeds toekomst

Hoewel digitaal de grootste zorg is van Latour, betekent dat niet dat de papieren editie van de WSJ wordt verwaarloosd. In de Verenigde Staten is de fysieke krant nog steeds een belangrijke nieuwsbron. Latour ziet dan ook nog genoeg groeimogelijkheden in print. Zo noemt hij het WSJ Magazine. Deze bijlage – vergelijkbaar met Volkskrant Magazine of NY Magazine van concurrent The New York Times – werd in 2008 gelanceerd als kwartaalblad maar wordt sinds vorig jaar maandelijks bij de weekendkrant geleverd. Het blad werd in oktober uitgebreid met twee Latijns-Amerikaanse edities. "We zijn papier dan wel langzaam vaarwel aan het zeggen, maar ondermijnen het niet. De truc is om daarbij de digitale ontwikkelingen niet af te remmen. Of andersom."

Reageer

Geef een reactie

*