De journalist in Lou Reed

Quint Kik is onderzoeker bij het Stimuleringsfonds en verwoed muziekliefhebber. Hij presenteerde in september zijn onderzoek naar de waakhond in de regio. Daarnaast blogt hij in zijn vrije tijd wekelijks over ‘lofzangen’ op de pers aan de hand van actualiteiten in de krantenwereld.

Als muziekliefhebber ben ik ook verwoed verzamelaar. Dat verzamelen zat er al vroeg in: stickers, postzegels, A-Teamplaatjes. Mijn eerste zakgeld ging op aan Star Wars Action Figures, waar ik drie weken voor moest sparen (ik kreeg 3 gulden per week, een poppetje kostte tussen de 7 en 9; echt afzien, dat sparen). Al gauw switchte ik dan ook naar vinyl-singletjes die 5 gulden per stuk waren.

Meezingbaar van begin tot eind

Fast forward naar 1993 en mijn eerste studentenkamer in Utrecht. Een twee jaar oudere huisgenoot had net als ik een aardige verzameling muziek, maar met een belangrijk verschil: ik kocht nieuwe, dure cd’s (40 gulden), hij kocht goedkope, tweedehands lp’s (10,50 bij de Grammofoonwinkel!). Met de toen al rap slinkende stufi hoefde je geen wiskundig genie te zijn om de voordelen van vinyl in te zien.

Mijn eerste aanwinsten waren Bowies Ziggy, Raw Power van Iggy en Berlin van Lou Reed. De middelste draaide ik zelden en diende louter om indruk te maken op een meisje. En hoe zeer ik ook van Ziggy ondersteboven was, Berlin bleek over de langste houdbaarheidsdatum te beschikken. Ik begreep dan ook helemaal niets van die napalm-recensie’ die Rolling Stone in 1973 publiceerde. Wat nou deprimerend? Kant 1 stond vol met superaanstekelijke nummers, meezingbaar van begin tot eind!

Aangifte bij de kinderbescherming

O wacht, hier ging ik toch wel een beetje voorbij aan de zwartgallige teksten. In dat opzicht is Berlin een inktzwart conceptalbum over een gedoemde relatie tussen grootverbruikers Jim en Stephanie. Die laatste wordt tijdens het nummer The Kids (hoogtepunt of dieptepunt van plaatkant 2, het is maar net hoe je er tegenaan kijkt) uit de ouderlijke macht ontzet. Met de complimenten van Jim, die zijn spuitende, slikkende en hoererende metgezel bleek te hebben aangegeven bij de kinderbescherming.

Lange tijd deed over dit nummer het broodje aap-verhaal de ronde dat producer Bob Ezrin zijn kinderen emotioneel zou hebben mishandeld, om die authentiek aandoende huiluitbarstingen (vanaf 5m16s) vast te kunnen leggen. Al lang en breed achterhaald, zoals een recente reactie op Songmeanings.net aantoont: "It’s not true the producer locked the kids in the cupboard! He just told them it was time for bed…My son cries like that sometimes when I tell him he can’t play with the kitchen knives."

Journalisten gordijnen in jagen

Dat die mythe zo lang stand hield, kwam mede doordat Lou er een sport van maakte journalisten de gordijnen in te jagen. Onder meer Frits Abrahams van het NRC tuinde er dertig jaar later nog steeds met open ogen in. Wraak voor zijn slechte recensie? Volgens de hoofdredacteur van Uncut (ex-Melody Maker Allan Jones) was Lou diep gekrenkt. Zijn bewonderaars ten spijt, zou hij een carrière lang iedere poging tot een commercieel album afwisselen met een staaltje onvervalste compromisloosheid.

Diezelfde compromisloosheid viel af te lezen aan de wijze waarop Reed met het oog van een reporter verslag legde van de onderkant van de samenleving (lees: zijn stad New York). Een nauwelijks te missen journalistiek talent, herkenbaar in de beschrijving van de rillerige junkie wachtend op zijn dealer (in Waiting for the Man van zijn eerdere band de Velvet Underground), maar evenzeer aanwezig in de hoogst meefluitbare klassieker Walk on the Wild side of in de latere ‘comeback’ Dirty Blvd.

‘Lou Reed, he did not give a f—‘

Nergens doet het meer pijn dan in de genadeloze suite Street Hassle. Zowel in de omgang met journalisten als in zijn teksten gold: Lou Reed took no prisoners, zoals hij ook het live album noemde waar je de definitieve versie van dit nummer aantreft. De notoir obstinate producer Steve Albini had het niet beter kunnen verwoorden, toen hij na het verscheiden van Lou online deze boodschap achterliet:

“His music will either hit you or not, but one thing ought to matter to anybody who thinks music or art is worth pursuing for its own sake; Lou Reed, he did not give a f—. Did not give a single f—. I think of myself as not giving a f— most of the time, but once in a while I wish to Christ I could give not a f— as thoroughly as Lou Reed.”

Naast een exceptioneel muzikant ging met Lou Reed vorig weekend ook een journalist tegen wil en dank heen.

Te vinden op: Street Hassle

Reageer

Geef een reactie

*