De ondraaglijke helderheid van de staatssecretaris

Het moet gezegd: Staatssecretaris Dekker is niet bang. Afgelopen woensdag had hij een heldere boodschap tijdens de zogenoemde ROOS Dagen, het jaarcongres van de regionale omroepen.

Door René van Zanten, algemeen directeur Stimuleringsfonds voor de Pers

Maar eerst even de aanleiding: Onderdeel van de totale bezuiniging van (jaarlijks) € 300 miljoen op de publieke omroep, is het plan om de regionale omroepen beter te laten samenwerken met de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Dat moet alles bij elkaar zeventien miljoen euro per jaar opleveren.

Bundelen

Regionale omroepen vrezen voor hun zelfstandigheid en schieten in de verdediging. De NPO, zo kan ik me dat tenminste voorstellen, vindt het wellicht handig om over het hele land een netwerk van journalisten en cameralieden te hebben en wil het liefst morgen beginnen. Zoals het gaat in dit soort processen: de NPO zegt in de onderhandelingen dat het vooral gaat om het bundelen (overnemen) van niet-journalistieke activiteiten, maar de bazen van de regionale omroepen voelen en ruiken – al dan niet terecht – dat het allemaal veel verder gaat en vrezen voor de positie van hun omroep. En voor hun eigen positie trouwens, want onderdeel van die zeventien miljoen euro besparing is dat de regionale omroepen het voortaan zonder directeuren moeten doen.

Het is altijd lastig, als je die dertien directeuren vraagt om samen met de NPO een plan te maken over de wijze waarop de samenwerking tot stand gaat komen. Dat is dan ook niet gelukt. En zo kwam de staatssecretaris tijdens de ROOS Dagen uitleggen dat hij het jammer vindt en zich derhalve gedwongen ziet om dan zelf maar een plan te maken.

Berispende woorden

De staatssecretaris heeft het pand ongeschonden verlaten, maar in het verloop van de dag sudderden zijn berispende woorden nog aardig door. Er waren directeuren die spottend lieten weten dat het allemaal een opzetje was, uiteindelijk was het altijd de bedoeling geweest dat het ministerie zelf een plan zou schrijven, de mogelijkheid om er onderling uit te komen was een wassen neus. Maar medewerkers van de omroepen waren iets kritischer: de directeuren dreigen zich de mogelijkheid te laten ontnemen om als regionale omroepen een stempel te drukken op de uitkomst.

Het is zeker waar dat regionale omroepen marktaandeel verliezen. Daarmee lijken ze veel op regionale kranten, waar de oplagecijfers teruglopen en de redacties alsmaar krimpen. Nieuws is niet alleen minder waard geworden omdat er zo veel (gratis) van te verkrijgen is, maar ook omdat het in het tijdsbestedingspatroon een steeds minder prominente plaats inneemt. Tijd gaat naar games, naar Facebook, naar Twitter, naar series als Game of Thrones en House of Cards.

Daarom was het zo aardig om tijdens de ROOS Dagen voorbeelden voorgeschoteld te krijgen van regionale partijen (in de regel een regionale omroep en een regionale krant) die elkaar hebben gevonden in een vorm van samenwerking. Groot probleem dat de één wordt betaald uit belastinggeld en de ander zelf renderend moet zien te blijven. Maar de nood is hoog, dus alles wordt geprobeerd om uit de problemen te komen, zelfs samenwerken.

Cultuurverschillen

Ik heb me nooit gerealiseerd hóé groot die cultuurverschillen zijn. Vrij onthutsend om een dagbladredacteur collega’s van de omroep te horen omschrijven als belastingslurpende uitvreters die hun nieuws vooral uit de krant halen. Van hetzelfde kaliber is een journalist van de omroep die vertelt dat op een redactielokaal van een dagblad allemaal miezerige grijze mannetjes zitten die de thermostaat standaard op 30 graden Celsius hebben ingesteld.

En tóch zoeken ze elkaar op. En tóch vinden ze elkaar. En tóch leidt dat soms tot mooie initiatieven. Zoals in West-Brabant, waar Omroep-Brabant en BN/DeStem een interessante samenwerking rond ‘112-nieuws’ hebben opgezet.

Of zoals in Twente, waar Omroep Oost en Tubantia samen een uitgaanssite hebben ontwikkeld. Of Groningen, waar verslaggevers van krant en omroep samen grote verhalen aanpakken en daarbij goede afspraken maken over het moment van publicatie. Soms staan ze op het punt om elkaar knock-out te slaan, maar in de regel wordt ziedende woede gekoeld bij een biertje en dat is een kunst die journalisten van zowel Mars als Venus verstaan.

Hoop

Dus er is hoop. Niet alleen omdat er steeds meer bemoedigende verhalen komen (met name uit het Verenigd Koninkrijk) van regionale uitgevers die de weg naar de gebruiker weer lijken te hebben gevonden (daarover volgende keer), maar ook en vooral omdat de schotten tussen omroep en krant, en wellicht straks ook start-ups en bijvoorbeeld hyperlocals, steeds meer lijken te verdwijnen.

Tot slot: ik woonde nog een sessie bij over de vraag of een regionale omroep nu nieuws en varia gescheiden of geïntegreerd moet uitzenden. Er waren voor- en tegenstanders van alle stellingen te vinden en kennelijk kun je daar heel lang over discussiëren; onderzoeken en kijkcijfers gierden door de zaal. Het deed mij denken aan mijn dagen in de krantenwereld, waarbinnen ook onvermijdelijk periodes waren dat er van alles moest worden gemeten en beredeneerd, alsof het vertellen van een nieuwsverhaal iets is dat zich in een vorm van wetenschap laat gieten. Zolang iemand je met drie woorden, één foto of één filmbeeld kan raken, gaat dat volgens mij niet op.

Zo is mijn toenmalige krant (het Utrechts Nieuwsblad) een keer van boven naar onder doorgemeten. Van elk artikel was gemeten hoeveel mensen het hadden gelezen, hoeveel ze hadden gelezen enzovoort. Eén pagina stelde de onderzoekers voor een raadsel: de pagina was niet zo goed gelezen, op één artikel na; dat artikel had bijna iedereen helemaal uit gelezen. Al hun gegevens waren gecheckt en gedubbelcheckt, alle gangbare theorieën erop losgelaten. Bij de presentatie van hun onderzoek kwam de meest plausibele verklaring: het was gewoon een heel goed geschreven artikel.

Lees meer

Reageer

Geef een reactie

*