De voortdurende zoektocht om nieuws voor jongeren aantrekkelijk te maken

Beste lezer, vier jij eerdaags misschien je honderdste verjaardag? Of ben je daar nog niet aan toe? Ach, hoe oud je ook bent, je kunt er eigenlijk wel van uit gaan dat volwassenen zich, toen jij jong was, publiekelijk zorgen hebben gemaakt over de mate waarin jouw generatie geïnteresseerd was in het nieuws. En daarmee over je betrokkenheid bij de maatschappelijke ontwikkelingen om je heen.

Die zorgen steken namelijk steeds de kop op en leven al een tijdje; zeker sinds het begin van de vorige eeuw. We zien ze bijvoorbeeld terug in één van de oudste, grootschalige onderzoeken onder jongeren die ik ken. Uitgevoerd door D.L. Daalder, leraar Nederlands, onder ‘studerende jongeren’ tussen 14 en 20 jaar oud en gepubliceerd in 1934.

In het onderzoek is aan de jongeren onder andere gevraagd welke rubrieken uit welke Nederlandse kranten ze gewoonlijk bijhouden. Wat blijkt is dat slechts 28% van deze jongeren het nieuws volgt. Veel populairder is het onderwerp sport, dat op de belangstelling van 55% van de jongeren kan rekenen. Dat wekt bij Daalder weinig verwondering op: “Wij weten nu eenmaal, dat geen prikkel in staat is, bij jongeren sterkere emoties op te roepen dan de wedstrijden van voetballers, wielrenners, luchtracers en andere kampioenen.”

Met deze generatie jongeren is het, ondanks die 28%, helemaal goed gekomen. En dat geldt denk ik ook voor jou als lezer. Maar toch blijven we ons zorgen maken over nieuwe generaties.

Young eyes

Young eyes

Foto: De Morgen

Nieuws is belangrijk

Hier moest ik aan denken toen ik de aanleiding las voor het grootschalige onderzoek over ‘nieuws’ en ‘jongeren’ dat in de afgelopen jaren door Anna Van Cauwenberge is uitgevoerd en dat inmiddels grotendeels is afgerond: In de internationale literatuur is vastgesteld dat er sprake is van een evolutie van meer naar minder nieuwsgebruik onder jongeren en jongvolwassenen (van 15 t/m 34 jaar).

Gelukkig wordt deze ‘vaststelling’ door de auteur snel weerlegd. Hij klopt niet. Nieuws is belangrijk voor jongeren. Ze besteden per dag gemiddeld 92 minuten aan het raadplegen van nieuws. En de nieuwsconsumptie door jongeren is in de afgelopen jaren eerder toegenomen dan afgenomen, zo wordt met enige voorzichtigheid geconcludeerd.

Televisienieuws meest geraadpleegd

Het onderzoek, dat zowel in Nederland als in Vlaanderen heeft plaatsgevonden, rekent ook af met een aantal andere veronderstellingen.

Zo is er, anders dan een aantal jaren geleden werd verwacht, geen sprake van een verschuiving van professionele naar niet professionele nieuwsplatformen, zoals fora en blogs die (deels) door jongeren zelf worden gevuld. Aan dergelijke platformen wordt door jongeren amper tijd besteed. Dat is inmiddels overigens ook gebleken uit allerlei andere onderzoeken: de meeste jongeren hebben er geen behoefte aan om op dit vlak als producent op te treden.

Ook is er vooralsnog geen sprake van een verschuiving van het gebruik van traditionele naar online nieuwsmedia. Televisienieuws is nog steeds met voorsprong het meest geraadpleegde nieuwsmedium bij jonge nieuwsgebruikers, gevolgd door het radionieuws. Wel is het zo dat het gebruik van online nieuwssites snel toeneemt.

Niets vanzelfsprekend

Als we dit zo lezen, lijkt het erop alsof het ‘business as usual’ is als het gaat om de nieuwsvoorziening van jongeren. Maar die conclusie is onjuist. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat het veldwerk voor het onderzoek is uitgevoerd in 2009. Toen waren er nog nauwelijks jongeren met een smartphone en werd er nog maar amper gebruik gemaakt van sociale media zoals Twitter en van software zoals apps.

Maar nog afgezien daarvan; het onderzoek heet niet voor niets ‘The Quest for Young Eyes’. Het is een interpretatie, maar ik denk dat Anna Van Cauwenberge daarmee aan wil geven dat voor leveranciers van nieuws aan jongeren niets vanzelfsprekend is. Steeds zal, in deze tijd waarin steeds meer communicatiemiddelen beschikbaar komen, gezocht moeten worden naar nieuwe middelen en vormen om ‘jonge ogen’ te bereiken. Het is een proces dat nooit tot stilstand mag komen. Een benadering die ik van harte ondersteun.

Typologie

Het onderzoek helpt de informatieleveranciers daar ook mee, onder meer door de schijnwerpers op de doelgroep zelf te zetten. Er wordt een typologie gepresenteerd waarin vijf soorten jonge nieuwsgebruikers worden onderscheiden:

1. Dabblers. Raadplegen weinig tot geen nieuws.
2. Sound & Vision. Voornamelijk gericht op audiovisuele nieuwsdragers.
3. E-news users. Sterk gericht op online nieuwssites.
4. //Allrounders/. Gebruiken een diversiteit aan nieuwsplatformen.
5. Traditionalists. Gebruiken vooral offline nieuwskanalen zoals krant, TV, radio.

De meest vooruitstrevende groepen zijn de ‘allrounders’ en de ‘e-news users’. In het onderzoek wordt helder uitgelegd waarom dat zo is. Nieuws is voor deze groepen een onmisbaar onderdeel van hun leven; ze praten erover, ontlenen er status aan, baseren er beslissingen op, worden er ‘burger’ door. Ze zijn persoonlijk geïnteresseerd in het nieuws en er actief naar op zoek. Het consumeren van nieuws is een ‘levensstijl’.

De drie andere groepen zijn veel traditioneler. Nieuws is achtergrondkennis, die je passief tot je laat komen en waarop, indien nodig, teruggevallen kan worden. Voor deze groepen is het erg belangrijk dat nieuws helder en op een begrijpelijke wijze gepresenteerd wordt; ze willen er weinig moeite voor doen. Ze kijken graag naar beeld en luisteren naar de meningen van experts die duiden hoe het nieuws geïnterpreteerd moet worden.

Diversiteit

Anna Van Cauwenberge beschrijft dat de vooruitstrevende groepen er veel moeite mee hebben dat in traditionele nieuwsmedia steeds dezelfde onderwerpen aan bod blijven komen, zoals de economische crisis en de situatie in het Midden Oosten. Dat motiveert ze om bijvoorbeeld op internet naar ander nieuws op zoek te gaan. Maar ook de traditionele groepen haken af door herhaaldelijke verslaggeving over dezelfde onderwerpen; zij zoeken echter niet naar alternatieven.

Het denken vanuit diversiteit is een meerwaarde van het onderzoek. Er zijn verschillende ‘soorten’ jongeren, die op verschillende manieren benaderd moeten worden. Leveranciers van nieuws kunnen hiermee hun voordeel doen, bijvoorbeeld door de groep of groepen waarop zij zich willen richten verder uit te werken in de vorm van ijkpersonen.

Interessant zijn overigens de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. In Vlaanderen zijn er relatief veel jongeren die weinig nieuws raadplegen (dabblers). In Nederland zijn er juist veel jongeren die verschillende nieuwsplatformen in combinatie met elkaar raadplegen (allrounders).

Experiment

Het onderzoek stopt niet met het in beeld brengen van de doelgroep. Anna Van Cauwenberge gaat een poging wagen om het nieuwsaanbod voor jongeren te verbeteren, door middel van een experiment met het aanbieden van nieuws op tablets.

We beschreven al dat de meest vooruitstrevende groepen jongeren het volgen van nieuws als een ‘levensstijl’ beschouwen. Zij volgen het nieuws als een chronologisch, evoluerend verhaal, waarin nieuwe elementen en ontwikkelingen steeds worden geïntegreerd, bij wijze van spreken 24 uur per dag.

Door middel van het experiment wordt nagegaan of het mogelijk is om nieuwsgebeurtenissen aan te bieden in de vorm van ‘developing stories’, waardoor het voor jongeren gemakkelijker wordt om nieuwsgebeurtenissen te begrijpen, verwerken en onthouden. Een aantrekkelijke en inspirerende stap, waarmee het onderzoek zal worden afgesloten en waardoor eind 2012 een volwaardig proefschrift zal zijn ontstaan.

Praktische inzichten

Al met al vormt het onderzoek een waardevolle toevoeging aan de kennis en inzichten die we al over het nieuwsgebruik van jonge doelgroepen hebben. Het biedt praktische inzichten waarmee leveranciers van nieuws aan jongeren betrekkelijk gemakkelijk aan de slag kunnen gaan. En ik ben uiteraard heel benieuwd naar de resultaten van het experiment met tablets, waarin wordt getest in hoeverre nieuwe methoden om nieuws aan te bieden aan jongeren daadwerkelijk aanslaan bij de doelgroep.

Tot slot wil ik nog even stil staan bij één zin uit het onderzoek. “Zelfs de meest vooruitstrevende types van jonge nieuwsgebruikers gebruiken online nieuwsplatformen voornamelijk als traditionele media. Voor het krijgen van nieuws voor eigen gebruik, in plaats van het online te delen en te bediscussiëren met andere nieuwsgebruikers.”
Het is in mijn ogen interessant om na te gaan of sociale media zoals Twitter hier inmiddels verandering in hebben gebracht. Want zo snel gaan de ontwikkelingen: in 2012 communiceren jongeren al weer op heel andere manieren dan in 2009, toen de gegevens voor het onderzoek van Van Cauwenberghe werden verzameld.

= =

**Anna van Cauwenberghe: “The Quest for Young Eyes; blootstelling aan en vermijden van nieuws bij jongeren en jongvolwassenen in Nederland en Vlaanderen”. November 2011.
Eindverslag van een onderzoeksproject (december 2008 ? november 2011) naar nieuwsbeleving en verwerking bij jongeren en jongvolwassenen (15 t/m 34 jaar) in Nederland en Vlaanderen, gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor de Pers en uitgevoerd aan de secties communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Katholieke Universiteit Leuven.**

= =

Paul Sikkema volgt de ontwikkelingen onder jonge doelgroepen (van 6 t/m 29 jaar) al 25 jaar op de voet. Onder meer via het onderzoek ‘Jongeren’, waarvan de meest recente editie net is verschenen. Hij ontwikkelt ook communicatiecampagnes voor jonge doelgroepen en adviseert bedrijven over nieuwe producten en diensten.

Klik op het pdf-logo voor het complete onderzoek (109 pagina’s).

Reageer

Geef een reactie

*