"Die data komt, dus bereid je maar voor"

Iedereen is enthousiast over datajournalistiek, maar op enkele mooie projecten na gebeurt er nog maar weinig. Waar gaat het mis?

Het is volgens Stef van Grieken (Het Nieuwe Stemmen / Hack de Overheid) geen wonder dat Wikileaks als eerste naar The Guardian stapte. "Daar hebben ze een dataredactie van 12 man. Allemaal nerds die niet zo goed kunnen schrijven, maar wel heel goed kunnen programmeren."

Als het over datajournalistiek gaat wordt er al snel naar het buitenland gekeken, en dan met name naar The Guardian en The New York Times. Die laatste krant ontwikkelde tijdens de Deepwater Horizon-ramp bijvoorbeeld een ‘Oil spill tracker’, waarmee op basis van satellietgegevens de olievlek werd gevolgd. Volgens Van Grieken een veel krachtiger manier om te laten zien wat de impact van de ramp was.

Die kranten investeren dan ook flink in datajournalistiek. Maar hoe gaat het in Nederland? Van Grieken: "Er zijn een paar evangelisten, maar daar blijft het bij. Op iedere redactie waar ik kom is iedereen heel enthousiast, maar er gebeurt nog steeds te weinig."

Dat betekent niet dat er geen mooie Nederlandse voorbeelden zijn. Denk bijvoorbeeld aan Rutte’s Rapport (RTL) of de kaart waarop NRC.next de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen combineerde met CBS-gegevens. Daarnaast heeft open data-collectief Hack de Overheid een handvol mooie projecten op haar naam staan, en dat Nu.nl nu een redacteur heeft aangenomen met de specifieke functie ‘datajournalist’ is ook goed nieuws. Toch gebeurt er structureel te weinig, vindt Laura Wismans, die op het onderwerp afstudeert. "Datajournalistiek is een hot item. Iedereen kijkt naar elkaar, maar niemand onderneemt actie."

Een van de problemen is volgens Van Grieken de staffing. Voor grote projecten als Rutte’s Rapport moet je echt journalisten vrij maken die de database continue bijhouden. Het gebrek aan geld was volgens het publiek tijdens de themasessie geen goed argument. Het draait om keuzes maken. Wel kwamen het solistische karakter – bij datajournalistiek heb je nu eenmaal hulp nodig van vormgevers, programmeurs en andere redacteuren – en de conservatieve aard van de journalist voorbij als mogelijk belemmeringen.

"Je moet inderdaad een beetje lef hebben," stelt Van Grieken. "Er zijn nu al tientallen tools beschikbaar waarmee datajournalistiek een stuk makkelijker wordt. En met steeds meer open data wordt datajournalistiek steeds leuker. Maar je moet er wel even induiken."

Een andere belemmering is dan ook het idee dat datajournalistiek altijd heel tijdrovend en uitgebreid moet zijn. Volgens Wismans heeft datajournalistiek ook waarde als het geen eigen nieuws of scoops oplevert, maar bijvoorbeeld nieuws ondersteunt of informatie ontsluit. "Soms werkt een visualisatie zoveel beter dan tekst. Kijk naar de The Billion Dollar-o-Gram. Als het in krantenberichten over miljarden gaat, dan schuift de lezer al die bedragen op een hoop: veel. Door de verschillende miljarden te visualiseren krijgen die niet te bevatten cijfers opeens wel betekenis."

Dus zegt Van Grieken het nog maar een keer. "Het is toch bizar dat ik als informaticus nog steeds naar journalisten moet stappen om ze te wijzen op de grote kansen die datajournalistiek biedt. Er zal ik de toekomst steeds meer data vrijkomen. Als je nu niet voorsorteert, dan ben je straks niet voorbereid op die datastroom."

Reageer

Geef een reactie

*