Drie innovatieve Amerikaanse betaalmodellen

17209300230.png

Persinnovatie-verslaggever Hans Klis schrijft vanuit New York een drieluik over interessante Amerikaanse startups die het medialandschap veranderen. En waar Nederlandse journalisten en ondernemers wat van kunnen leren. In deze aflevering: betaalmodellen.

Door: Hans Klis

Deca doet alles samen

Om de journalistiek te redden, kijkt Deca niet naar de toekomst maar naar het verleden. De startup is gevormd naar het voorbeeld van Magnum Photos, de coöperatieve vereniging van fotografen die in 1947 werd opgericht. Net als bij dit prestigieuze fotopersbureau behouden de negen auteurs van Deca zelf de rechten over hun producties en zijn zij op deze manier niet gebonden aan een specifieke publicatie. Deca is hun eigen platform. Hierdoor krijgen zij naar eigen zeggen de vrijheid om de verhalen te maken die zij belangrijk achten. Het is een manier van werken die overeenkomt met die van de Nederlandse Cultuurpers.

Deca is een journalistieke startup die aansluit bij de populariteit van longreads. De producties zijn los (een kleine drie dollar – 2,25 euro) verkrijgbaar of met een abonnement van 15 dollar (11,30 euro) per jaar te lezen via een web-app (onder andere ook voor iOS en Kindle). Deca mikt er ook op om net zoals Magnum producties door te verkopen aan andere media, zoals bijvoorbeeld The New York Times of The Atlantic.

Deca Stories Kickstarter _

Het bijzondere aan het verdienmodel van Deca zit niet in het feit dat het een advertentievrij medium is. Dat is inmiddels een gegeven bij de meeste, zo niet alle longreadpublicaties. Het zit in de wijze waarop producties tot stand komen. Alle negen auteurs dragen namelijk bij aan één longread. Dat werkt als volgt: de maker legt een kladversie voor aan een ander lid van het collectief. Dat fungeert als eindredacteur. Zijn beiden tevreden, dan sturen zij dit weer door naar de zeven Deca-auteurs voor feedback.

De opbrengsten uit de verkoop van Deca-producties gaan daarom naar alle negen leden. Zo’n zeventig procent van het bedrag gaat naar de schrijver, de rest wordt verdeeld onder de anderen. Hierdoor worden alle leden betrokken bij het productieproces en zijn zij gebaat bij het leveren van kwalitatieve bijdragen.

Beacon Reader: Netflix, Kickstarter en iTunes ineen

Beacon Reader wordt kleurrijk omschreven als een Netflix voor de journalistiek. Voor vijf dollar per maand kunnen gebruikers de verhalen van tientallen auteurs volgen.

Volgens oprichter Dmitri Cherniak is de individuele journalist "het unieke selling point. Lezers steunen hun favoriete schrijver met een abonnement, die krijgt daar zeventig procent van. De rest wordt verdeeld over andere auteurs. Op die manier kunnen de werkzaamheden van zo’n zeventig journalisten in meer dan dertig landen, waaronder de Nederlandse Frederike Geerdink en Andrea Dijkstra gefinancierd worden. Beacon snoept zelf, net zoals iTunes dat doet bij apps, een klein percentage af van de abonnementen.

Beacon Reader valt te vergelijken met TPO Magazine, dat volgens eenzelfde abonnementensysteem werkt. Het is dan ook niet verrassend dat de twee samenwerken. TPO-uitgever Jan-Jaap Heij vertelde De Nieuwe Reporter over de keuze om met zijn Reporters Online-kanaal in zee te gaan met de Amerikaanse startup: "Zij willen net als Reporters Online kwaliteitsjournalistiek van onafhankelijke freelancers promoten en daarmee een nieuw businessmodel voor journalisten helpen ontwikkelen. Voor ons is het voordeel dat we een breed aanbod van hoogwaardige stukken op ons kanaal kunnen publiceren. Voor de auteurs van Beacon zorgt het voor extra omzet."

Naast de abonnementen om individuele journalisten te steunen is het mogelijk om geld te doneren aan projecten. Daarmee is Beacon meer dan alleen een publicatie, maar ook een crowdfundingsplatform. Bijvoorbeeld om verslaggeving van de onrust in Ferguson mogelijk te maken of om Zuid-Korea in kaart te brengen voor een groter publiek.

De Canadese versie van De Correspondent

Ricochet wil de Canadese journalistiek redden, die net als in de rest van de wereld lijdt aan geldgebrek, gebrek aan diepgang en kwaliteit. De startup uit Montreal en Vancouver gelooft niet in de "The Huffington Post-methode van journalistiek", het herkauwen van nieuws met een vlotte kop, vertelde mede-oprichter Ethan Cox van Ricochet begin juni aan Canadaland. "Die doet afbreuk aan ons vak. Het betekent dat we enkel werken voor ervaring en bereik en toch op een of andere manier onze huur moeten betalen."

Ricochet doet het anders. Het mediabedrijf dat zichzelf omschrijft als een bron voor "onderzoeksjournalistiek voor het algemene belang" wil onafhankelijk zijn van advertenties. Daartoe zamelde het al 83.000 Canadese dollar in via crowdfunding in. Hoewel de multimediale stukken van de meer dan twintig auteurs vrij te bekijken zijn, kunnen nieuwsconsumenten lid worden van Ricochet voor 25 dollar per maand. Op die manier kunnen leden in discussie gaan met auteurs, zelf verhalen pitchen en meedoen aan exclusieve events of daar korting voor krijgen.

Wat is Ricochet?

Ricochet lijkt daarmee op een Canadese versie van De Correspondent. Het betaalmodel is echter nog niet volledig, legt Cox uit tegenover The Financial Post. Anders dan bij De Correspondent wil de oprichter dat leden ook de mogelijkheid krijgen om automatisch kleine bedragen te betalen voor hun favoriete auteurs: crowdfunding op kleine schaal. Bijvoorbeeld vijftig cent voor elke bijdrage die ‘energiecorrespondent’ Michael Lee-Murphy schrijft over olie. Hiermee wordt het betaalmodel Ricochet een soort hybride van TPO Magazine en De Correspondent.

Lees ook:

Drie innovatieve Amerikaanse tools
‘Hoe meer mensen verlengen, hoe harder we vooruit kunnen’
Systeem coöperatieve vereniging werkt voor Cultuurpers

Deel dit artikel:

Reageer

Geef een reactie

*