Een gang naar onze website is niet meer vanzelfsprekend’

Social media: we hebben het er wel de hele tijd over, maar wat doen we er eigenlijk mee en wat hebben we eraan? Dat vroeg Persinnovatie.nl een drietal dagbladen.

Door: Sean van der Steen

Facebook neemt gemiddeld zo’n 40 minuten van je dag in beslag, Twitter bijna 20 minuten. En dat betekent een goede bron van lezers voor mediabedrijven.

Verlengstuk

Dat is hoogstwaarschijnlijk de reden dat de Volkskrant afgelopen januari zocht naar een social media-adviseur. Die hebben ze gevonden: Susan Blanken. Blanken signaleert een veranderend tijdperk waarin social media een belangrijk verlengstuk is geworden van de papieren krant. "Het is een goede manier om de lezer openheid te bieden. Zo kun je nog beter laten zien dat een krant wordt gemaakt door mensen, niet door robots."

Robots daargelaten, maar sommige kranten maken wel degelijk gebruik van systemen om automatisch te posten op social media. Ook bij De Gelderlander gebeurt dit, vertelt Jeroen Kuitert, coördinator van de Digidesk van De Gelderlander. Je kunt het de internetredacteuren van de krant niet kwalijk nemen: ze onderhouden een tiental Twitterkanalen, ruwweg één voor elke editie van De Gelderlander. Kuitert: "We kunnen bijvoorbeeld automatisch hashtags toevoegen: een tweet op het account van Nijmegen krijgt automatisch de hashtag #Nijmegen met zich mee."

Op Facebook heeft De Gelderlander ook een tiental pagina’s, waarvan één overkoepelende. Kuitert: "Het gaat om een groot gebied; als je de voor Facebook interessante kopij op alleen de hoofdpagina van De Gelderlander deelt, is het te veel. Bovendien: voor iemand uit Tiel is een artikel over een trapveldje in Winterswijk niet zo interessant, dus je hebt wel meerdere accounts nodig."

Kanaalafhankelijk

"Social media zijn voor ons zeer kanaalafhankelijk", vervolgt Kuitert. "Op Facebook benaderen we onze lezers op meer persoonlijke wijze dan op Twitter, dat voor ons toch meer een RSS-systeem is." Bij de Volkskrant is dat anders, vertelt Blanken: "De toon en het taalgebruik van de berichten is hetzelfde op de verschillende kanalen. Op Twitter heb je natuurlijk maar 140 tekens, op Facebook is er meer ruimte om de lezers echt iets te vertellen voor ze het artikel gaan lezen."

Henk de Boer, coördinator redactie digitale media van het Reformatorisch Dagblad, ziet heel duidelijk dat het belang van Facebook groeit. "Facebook zorgt voor viermaal zoveel verkeer naar onze website in vergelijking met Twitter." Je moet mensen opzoeken daar waar ze zitten, zegt De Boer. "Een gang naar onze website is niet meer vanzelfsprekend. Als we niet actief zouden zijn op de verschillende social media, missen we tussen de 10 en 15 procent van het verkeer naar onze site."

Experimenteren

Volgens De Boer krijgen redacteuren bij het Reformatorisch Dagblad voldoende tijd om te experimenteren met verschillende platformen. "We verdiepen ons in nieuwe diensten, zoals Snapchat en Meerkat. Maar daar doen we momenteel niet actief iets mee." Op de redactievloer groeit langzamerhand de acceptatie van social media. "Eerst hadden veel redacteuren hier niet echt hun blik op social media, maar door uit te leggen, door effecten te laten zien en door discussies te tonen die daar spelen groeit de acceptatie."

De Gelderlander heeft ook ideeën over andere social media, zoals Instagram en YouTube, maar Kuitert vertelt dat die plannen op een laag pitje staan. "Nu we zijn overgenomen door De Persgroep moeten we samenwerken met het Algemeen Dagblad en ook zij zullen eigen ideeën hebben over de verschillende social media. Daarom focussen we nu voornamelijk op Twitter en Facebook."

Dat zijn ook met afstand de belangrijkste social media-kanalen bij de drie kranten. Er wordt hier en daar wat geëxperimenteerd, maar daar blijft het vaak bij. Blanken: "We onderzoeken van alles en houden nieuwe ontwikkelingen goed in de gaten, maar je wilt niet in één keer achter een bepaalde hype aanspringen omdat het ‘hip’ is." Volgens Blanken is een onderzoeksfase nu eenmaal noodzakelijk.

Zacht nieuws

Sappige berichten lijken goed gedeeld te worden op social media. Is het dan niet verleidelijk om alleen maar dit soort berichten te posten? Kuitert geeft toe dat dit een lastige kwestie is. "Je kunt heel makkelijk scoren met sommige koppen, maar wij willen een goede mix aanbieden van ‘leuke’ artikelen en nieuws." Blanken twijfelt aan de effectiviteit van dergelijke berichten: "Misschien bereik je met die artikelen wel veel mensen, maar of dat positief of negatief is, dat is de vraag. Als je een achterban hebt die niet zo gediend is van zulke berichten, kun je volgers kwijtraken."

De Volkskrant heeft – gedeeltelijk – zo’n achterban, denkt Blanken. "Je moet echt een doelgroepanalyse maken, kijken wat voor soort lezers online zijn. Daar moet je op inspelen." Zo heeft Volkskrant.nl verschillende online rubrieken die standaard gedeeld worden op social media. Blanken: "Bijvoorbeeld overzichtjes: ‘Dit moet je vandaag weten’, de lunch break en de news break." Ook liveblogs doen het goed, merkt Blanken op. "Je weet als lezer nooit of je 100 procent op de hoogte bent. Met liveblogs zie je bovendien ook wanneer het bericht een update krijgt, dat werkt heel goed."

Instant articles

Een recente ontwikkeling binnen de wereld van social media is een nieuwe feature van Facebook: instant articles. Facebook-gebruikers kunnen binnen de Facebook-app artikelen lezen. Het voordeel voor de gebruiker is de kortere laadtijd, maar er hangt een prijskaartje aan: Facebook vraagt 30 procent van de inkomsten uit advertenties. "Facebook wil de uitgeversfunctie overnemen", concludeert De Boer. "Het heeft wel heel duidelijk onze aandacht en interesse, maar wij gaan hoogstwaarschijnlijk niet vooroplopen hierin." Het Reformatorisch Dagblad is van huis uit ook geen koploper, vertelt De Boer. "We lopen vaak wel een beetje achter de muziek aan, maar nooit ver."

Reageer

Geef een reactie

*