Fouten in beeldselectie bij media en boeken

Wanneer je de woorden ‘studentenprotest’ en ‘Plein van de Hemelse Vrede’ hoort, is de kans vrij groot dat het beeld van een man voor een colonne tanks op je netvlies verschijnt. Martijn Kleppe promoveerde afgelopen februari op een onderzoek naar dergelijke icoonfoto’s. Persinnovatie.nl sprak hem over Nederlandse icoonfoto’s en foutjes die de media maken bij beeldselectie.

Door: Sean van der Steen

Martijn Kleppe, recent gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft een onderzoek gedaan naar Nederlandse icoonfoto’s – foto’s die door veel mensen sterk geassocieerd worden met een bepaalde gebeurtenis of periode in het verleden. Kleppe: “Ik ben altijd wel benieuwd waarom ik bepaalde foto’s zie. In mijn proefschrift keek ik naar deze icoonfoto’s en dan met name wat precies een icoonfoto maakt. En welke foto’s zijn nu icoonfoto’s in Nederland?”

Kiesrecht of revolutie?

En er zijn uiteraard verschillende Nederlandse icoonfoto’s, maar het wordt pas helemaal interessant wanneer zo’n foto door de jaren heen van betekenis verandert. “Neem bijvoorbeeld Pieter Jelles Troelstra en zijn revolutiepoging in 1918″, zegt Kleppe. “De foto die vaak gebruikt worden om die gebeurtenis af te beelden, gaat helemaal niet over die revolutiepoging. Die foto is zes jaar eerder gemaakt, in 1912, tijdens een demonstratie waar hij pleit voor de invoering van het vrouwenkiesrecht.”

Het is niet vreemd dat die foto wordt gebruikt, vervolgt Kleppe. “Het is ook een prachtige foto, je ziet hem goed krachtig spreken, met zijn vuisten gebald. Dat is heel symbolisch, dus je kunt je wel voorstellen dat die foto veel gebruikt wordt. Maar als je inzoomt op de foto, kun je op de petten van de toeschouwers lezen dat het bij die bijeenkomst gaat om kiesrecht – niet om een revolutie.”

Troelstra spreekt, 1912

Troelstra spreekt, 1912

Nationaal Archief/Spaarnestad Photo/Fotograaf onbekend

Lesmethoden geschiedenis onderzocht

“We hebben allemaal een aantal beelden in ons hoofd,” vervolgt Kleppe, “en die beelden vormen ons collectieve visuele geheugen – Maar hoe komen die foto’s nou eigenlijk in het hoofd van die mensen?” Lesmethoden geschiedenis op de middelbare school spelen daar een aanzienlijke rol in, dus heeft Kleppe deze boeken doorgespit op zoek naar de meest gebruikte foto’s voor belangrijke historische gebeurtenissen.

Maar dat verklaart nog niet per se waarom die foto’s in die boeken terecht zijn gekomen. “Dat komt door iets wat ik in mijn proefschrift ‘flip value’ noem. Het zijn uiteindelijk de leraren die de boeken selecteren, dus zorgen uitgevers en redacteuren ervoor dat er foto’s in het boek zitten die de leraar herkent bij het doorbladeren. En mocht zo’n leraar later zelf een boek in elkaar zetten, is de kans groot dat hij of zij (deels) dezelfde beelden kiezen. Zo houden deze icoonfoto’s zichzelf in stand.”

En de media zelf dan? Spelen die nog een rol bij het creëren van een icoonfoto? “Natuurlijk,” zegt Kleppe, “want voordat zo’n foto in het hoofd van mensen zit, moeten ze hem ergens hebben gezien. Eén van de kenmerken van een icoonfoto is uiteraard dat hij vaak gepubliceerd wordt. Kranten kunnen een eerste factor zijn waardoor een foto verspreid wordt.”

Fouten in de media

En net zoals geschiedenisboeken fouten kunnen maken, zoals bij de foto van Troelstra, maken de media ook fouten. Kleppe komt dagelijks voorbeelden tegen van foto’s die in een verkeerde context worden gebruikt. Een voorbeeld is een beruchte foto van een groepje jongeren met een getinte huidskleur, waarvan er twee hun gezicht afschermen. “Die foto is gemaakt in 2005, en wordt al zeven jaar gebruikt bij verschillende onderwerpen. Maar je ziet nooit dat het goede onderschrift erbij wordt geplaatst – of in ieder geval niet het onderschrift zoals geleverd door het ANP”, aldus Kleppe. “Lezers nemen dan aan dat de foto bij het artikel gaat over datzelfde artikel, maar dat is in dit geval niet zo.”

In feite is de betreffende foto een kiekje van een groep Marokkaanse Nederlanders die luisteren naar het verhaal van een overlevende van Kamp Westerbork. Kleppe: “De Volkskrant gebruikte de foto enkele maanden geleden nog als illustratie bij een ingezonden brief over integratieproblematiek, dat was behoorlijk treurig en dat werd de volgende dag gelukkig gerectificeerd.” Kleppe heeft soms wel het gevoel dat dergelijke zaken niet serieus worden genomen, zoals bij zijn bezoek aan Elsevier vorige maand. “Die hebben ook een keer die foto gebruikt in de verkeerde context, en daar werd een beetje onverschillig gereageerd. In de trant van, ‘we moeten er toch een plaatje bij hebben’. Dat geeft wel aan hoe er soms over fotografie wordt gedacht.”

Photoshoppen met woorden

Photoshoppen met de woorden in de bijschriften; zo zou je dit proces kunnen omschrijven. En juist daar wordt weinig over gedebatteerd in de media, aldus Kleppe. “De discussie over photoshoppen, zoals met de de foto van World Press Photo-winnaar Paul Hansen, is zinloos want je gaat er nooit uitkomen. Waar veel minder over wordt gepraat zijn de bijschriften. Want daarin duid je de foto, dat zou de lezer moeten helpen om de foto te begrijpen. En wanneer dat niet goed wordt gedaan, krijgt zo’n foto een andere betekenis.”

De oplossing? Scholing, zegt Kleppe resoluut. “De rol van de fotograaf is wel belangrijk omdat hij of zij de juiste gegevens moet leveren, maar aan de andere kant heeft de fotograaf geen grip over hoe de foto wordt gebruikt. Daar gaat de redacteur over. De training en kennis van de mensen die uiteindelijk het selectiewerk doen, daar zit denk ik een groot manco in. Als je mij vraagt hoe we dit soort problemen kunnen voorkomen, denk ik dat het gaat om goede opleiding en vooral aandacht voor beeldselectie in de opleiding.”

Reageer

Geef een reactie

*