Freek Staps (ANP): ‘Geen enkel verhaal is de gezondheid van een collega waard’

Freek Staps

Van de ene op de andere dag hebben de Nederlandse hoofdredacteuren hun redactievloer moeten inruilen voor een virtuele werkomgeving. En dat terwijl de ogen van het publiek meer dan ooit op hun platforms gericht zijn. Wat betekent dat voor hun nieuwsorganisatie en in hoeverre maken ze nu andere keuzes dan een paar weken geleden? Freek Staps zit nog maar kort op de bok bij het ANP, terwijl nu het maximale van zijn organisatie wordt gevraagd. Behalve hoofdredacteur is hij bestuurslid van het Stimuleringsfonds.

Op welk moment ben je anders gaan werken?

‘De avond dat minister Bruins het briefje onder zijn neus kreeg met de eerste besmetting in Nederland wist ik dat we echt anders moesten gaan werken. We hadden al complete plannen klaarliggen. Die zijn we begin maart gaan communiceren en daar viel bijvoorbeeld onder dat we aan collega’s vroegen vanaf 13 maart niet meer met het ov te reizen en in hun privéleven terughoudendheid te betrachten.

Twee weken daarvoor waren we al plannen gaan maken. In Italië zag ik al stevige maatregelen en dat wilde ik vóór zijn. Het hele thuiswerkprotocol heb ik tegen het licht gehouden, laten checken of alles werkt zoals het moet. Dus bijvoorbeeld alle collega’s opgeroepen even thuis te checken of ze konden inloggen. Ons uitgangspunt is al lange tijd: je moet als ANP’er los kunnen werken van een fysieke plek. Gelukkig werkten we bijvoorbeeld al jaren in de cloud. De keuzes van IT van jaren terug helpen ons nu dus enorm.’

Heb je voor deze crisis een speciaal managementteam ingericht?

‘Dat wilde ik aanvankelijk wel doen. We zouden met een rompredactie doorgaan op onze centrale redactie in Den Haag, maar toen besloten we dat iedereen zoveel mogelijk thuis moest gaan werken. Ik heb geen crisismanagementteam ingericht, onze organisatie is een platte club en samen met de nieuwsmanagers, chefs en ICT-collega’s is het gelukt om naar thuiswerken over te gaan zonder één minuut stil te vallen. Alle vergaderingen gaan gewoon door, zelfs op de normale tijden, alleen nu via Google Hangouts. Met het directieteam hebben we daarnaast elke dag een vast overlegmoment voor de lopende zaken en de langetermijnstrategie. Eerder deden we dat wekelijks.’

Ik voel me extra verantwoordelijk voor freelancers en jongere redacteuren, die zijn geneigd meer risico te nemen

Wat zijn de belangrijkste afspraken die je hebt gemaakt met het oog op ieders gezondheid?

‘Mijn uitgangspunt is dat geen enkel verhaal de gezondheid van een collega waard mag zijn. Als één van onze verslaggevers ergens zelf geen goed gevoel over heeft, hoeft het niet. Ik voel me misschien nog wel extra verantwoordelijk voor de freelancers of jongere redacteuren, omdat zij van nature geneigd zijn wat meer risico te nemen. Zeker nu ze door de economische situatie kwetsbaar zijn. Op onze centrale redactie in het Haagse WTC hebben we de bezetting teruggeschroefd tot het minimale, er zijn doorgaans zo’n vier mensen, twee nieuwsmanagers en twee radiomakers. Verder hebben wij al snel gevraagd aan iedereen om ook in zijn of haar persoonlijk leven terughoudend te zijn.’

Wat is de grootste uitdaging gebleken?

‘Op het moment dat je beslist om met zijn allen thuis door te werken denk je vooral aan de onderlinge communicatie en de productie: gaat het lukken? Nu we een paar weken verder zijn, maak ik me vanzelfsprekend zorgen over zowel het fysieke welzijn als de mentale weerbaarheid van alle collega’s. Het in eenzaamheid werken, de combinatie werk en privé, hoe bewaak je die balans? Wij hebben er heel bewust voor gekozen om met videocalls te werken, omdat het gewoon fijn is als je elkaars kop weer eens ziet. Tijdens de ochtend- en middagvergadering zijn alle 125 redacteuren uitgenodigd, maar geen angst: er zijn nooit meer dan 15 mensen online. Vanaf het begin leid ik die vergaderingen. Iedereen wacht even totdat zij of hij het woord krijgt, standaard sta je op mute. Zo bewaken we de structuur en het inhoudelijke nut van de vergaderingen.’

Wat ging veel makkelijker dan je van tevoren had bedacht?

‘De productie. Ik heb dan ook een groot gevoel van nederigheid ten opzichte van al mijn collega’s die dat mogelijk maken. Wij produceren nu tussen de 250 en 300 berichten per dag, die leiden tot 1000 à 1200 artikelen in de Nederlandse media. Daar moet je voor de lol eens bij stilstaan, de relevantie van het ANP kunnen we zo elke dag bewijzen. Onze radionieuwsbulletins zijn verdubbeld in aantal en een deel daarvan bestaat uit een gratis coronajournaal, dat zijn dik 200 nieuwsuitzendingen per dag en nog eens 1500 foto’s per dag. De productie draait dus in deze gekke tijd onverminderd door en plust dus zelfs op punten.’

Zijn er veranderingen binnen je organisatie ontstaan door de crisis?

‘De sfeer is goed en mensen zijn trots dat we onze meerwaarde en relevantie zo duidelijk bewijzen, elke dag weer. Dingen waarover irritatie kan ontstaan, zijn niet meer belangrijk. Maar we stellen ons natuurlijk ook vragen: hoe lang blijft het nog zo gezellig, of zelfs functioneel, als we onder deze druk moeten blijven werken? En alles rondom het coronavirus is aan de ene kant journalistiek een fantastisch verhaal, maar het kan ons ook allemaal persoonlijk raken. Ik ben blij dat onze redacteuren redelijk gezond zijn, maar ik maak me geen illusies: als je ziek bent, ben je ook echt erg ziek.’

Heeft het je iets opgeleverd?

‘Nog geen grote organisatorische veranderingen, maar wel een aantal inzichten. Zo blijkt er heel veel flexibiliteit te zijn binnen de organisatie. De job rotation is bijvoorbeeld hoog. Redacteuren op het gebied van rechtbank-, sport- en politieke verslaggeving, waar minder actie is op het moment, blijken heel goed inzetbaar op andere terreinen, zoals in nachtdiensten, het maken van nieuwsbrieven of het doen van eindredactie.

De blik op het ANP verandert nu ten positieve

Wat betekent de coronacrisis voor je merk?

‘Over het ANP werd niet altijd met trots gesproken. Het gebruik is altijd gigantisch geweest, maar geen journalist zei ooit, goh, wat heb ik toch weer een goed stuk geschreven op basis van het ANP. We zijn als het waterleidingbedrijf. Als het er niet meer is weet je pas wat je mist. Maar ik denk dat we dat gebrek aan waardering op dit moment, op basis van de cijfers, goed kunnen omzetten in een gevoel van appreciatie. De blik op het ANP verandert nu ten positieve. Onze positie is ineens een stuk scherper voor onze afnemers, van de Volkskrant tot BNR Nieuwsradio tot Op1 of de redactie van Met Het Oog Op Morgen. Zo hebben we een journalistieke kwartaalupdate gemaakt waardoor onze afnemers een helder beeld krijgen van wat we voor ze kunnen betekenen. En we sturen een aantal hoofdredacties bij afnemers ook maandrapportages over hun eigen gebruik. De meest gehoorde reactie daarop: ‘Dat we zoveel gebruikten wist ik niet.’

Welke inhoudelijke keuzes maak je nu?

‘Onze keuzes worden altijd al geleid door het meest dwingende en urgente nieuws, en dat gaat nu over het coronavirus. Wel met een duidelijke binnenlandse focus; Nederlands nieuws wordt zwaarwegender behandeld. We zien ook goede aansluiting op dat nieuws bij onze afnemers. Onze grafische afdeling zoekt vervolgens haakjes bij het nieuws waarop reactie komt; in een illustratie laten zien hoe je zelf een mondkapje in elkaar knutselt bijvoorbeeld. Ik hoor overigens collega’s van andere media zeggen dat er behoefte is aan niet-coronagerelateerd nieuws over entertainment, sport of overig binnenlands nieuws. Dat blijkt alleen nog niet zozeer uit hun keuzes uit onze artikelen. Van de tien berichten die worden overgenomen van het ANP zijn er vaak maar een of twee niet gerelateerd aan corona.’

Mag je in deze onzekere tijden speculeren over bijvoorbeeld de economie of het verloop van het virus?

‘Wij speculeren niet, we geven alleen duiding van de feiten. Ik snap wel dat het bij andere media gebeurt en dat er gekozen wordt voor de zwartste en zwaarste scenario’s als die vanuit officiële instanties worden gecommuniceerd. Vanuit mijn persoonlijke overtuiging zal ik echter altijd liever bij de feiten blijven. Dat is de taak van de journalistiek: feiten brengen, zodat de burger de juiste keuze kan maken.’

We zijn er niet voor de vernieuwing, maar voor de basis, de betrouwbare feiten

Zijn er bij jullie nieuwe vormen van storytelling ontstaan?

‘Ik zie vooralsnog bij ons geen journalistieke vernieuwing in vorm, simpelweg omdat de afnemers van het ANP nu geen behoefte hebben aan andere manieren om hun verhaal te vertellen. Als dat wel zo was, had ik het zeker geweten – uiteindelijk is het ANP een dienstbaar b2b-bedrijf. Het kan uiteraard wel; als er nu ineens podcasts worden gevraagd, leveren we podcasts. Maar wij zijn er niet voor de vernieuwing, we zijn er voor de basis, het schaalvoordeel, de betrouwbare feiten. We zien bijvoorbeeld dat onze berichtgeving veel voorbijkomt in alle liveblogs die worden bijgehouden.’

Foto: Jan de Groen – ANP

Lees ook:

Gert-Jaap Hoekman, hoofdredacteur van NU.nl: ‘We gaan dagelijks positief nieuws brengen

Interview met Stimuleringsfonds-bestuursleden Freek Staps en Frits van Exter: ‘De journalistiek doet het ongelooflijk goed

Over Bart Jan Cune

Bart Jan Cune (38) is naast zijn werk als presentator ook journalistiek strateeg, adviseur en media- en presentatietrainer bij NewsMakers dat hij in 2009 oprichtte. Hij werkt voor zowel publieke als commerciële media. Hij werd voornamelijk bekend als NOS nieuwslezer op 3FM bij de Coen en Sander Show, maar werkte achter de schermen mee aan de totstandkoming van de formats van NOS Headlines, NOS Kort en NOS op 3. Bij 538 Groep creëerde hij een nieuwsdienst voor Slam! en Radio 538. Bij Talpa Network realiseerde hij vervolgens in korte tijd als hoofdredacteur de nieuwsredactie voor alle zenders van Talpa Radio. Begin 2020 besloot hij volledig als zelfstandig adviseur, trainer en presentator te gaan werken.