Hoe foto’s vlucht nemen

Fotobureaus werken samen om foto’s zo snel mogelijk de wereld rond te sturen. Het is lang niet altijd duidelijk welk fotoagentschap in eerste instantie verantwoordelijk was – laat staan wie de foto nam. Hoe vindt een persfoto zijn weg naar het publiek? Freelancejournalist Sean van der Steen legt uit hoe een foto van een misdaad in Den Bosch uiteindelijk terecht kwam in Zweden.

Door: Sean van der Steen

Afgelopen september werd een Zweedse vrouw doodgestoken in Den Bosch. Een uurtje later verschenen de eerste foto’s van de crime scene op de website van het Zweedse fotobureau TT Nyhetsbyrån en konden media in Zweden de foto’s gebruiken. Maar hoe kwam die foto uiteindelijk bij het Zweedse fotobureau terecht?

Er zijn drie manieren waarop dat kan, vertelt Johan Groeneveld, adjunct-directeur ANP Producties:

  • De eerste is via EPA, de European Pressphoto Agency, waar ANP samen met 10 andere Europese fotobureaus bij is aangesloten. Iedere fotobureau levert foto’s aan EPA zodat ze doorverkocht kunnen worden.
  • De tweede route is via AFP/Getty Images. ANP is exclusieve agent van AFP/Getty in Nederland, wat betekent dat laatstgenoemde organisatie de rechten heeft om ANP-foto’s door te verkopen.
  • De derde optie is via zogeheten ‘export-groepen’ waar andere, kleinere agentschappen in zijn vertegenwoordigd.

Nodeloos ingewikkeld?

"Om het heel concreet te maken: als er een nieuwsonderwerp is waar we 25 foto’s van hebben, dan sturen wij – mits het een internationaal relevant onderwerp is natuurlijk – 10 foto’s naar EPA, vijf naar AFP/Getty en nog eens 10 naar de export-groepen. Het is wel zo dat dit drie exclusieve lijnen zijn, niemand krijgt dezelfde foto’s", aldus Groeneveld.

Dat klinkt nog steeds – misschien nodeloos? – ingewikkeld. Volgens Groeneveld is het juist logisch: "Een fotobureau verkoopt foto’s aan haar klanten, maar daarnaast zorg je ervoor dat foto’s ook indirect verkocht kunnen worden. En dat kan langs verschillende kanalen." Met resultaat: "Bij een nieuwsonderwerp als de troonswisseling kan dit leiden tot een substantiële omzet. Het klinkt nodeloos ingewikkeld maar in het geval van groot nieuws kan het tot tienduizenden euro’s extra omzet leiden."

‘Binnen drie seconden een foto’

Snelheid is in zo’n geval wel van cruciaal belang, meent Groeneveld. "Als Kromowidjojo goud wint op de Olympische Spelen wil ik binnen 3 seconden een foto. Zijn het er 5, dan is de opdracht wat mij betreft mislukt. Als wij een paar seconden later zijn dan – bijvoorbeeld – Reuters, zul je zien dat CNN een foto van Reuters draait. Als wij op tijd zijn, draaien ze onze foto. Via agenten hoor, zoals EPA, maar het is toch onze foto."

Dat zal waarschijnlijk niet het geval zijn geweest bij de crimescene-foto uit Den Bosch. Groeneveld: "Het was een tragische gebeurtenis natuurlijk, maar een enkelvoudige moord of doodslag is een heel goed voorbeeld van iets dat voor ons op de fotoredactie niet zoveel nieuwswaarde heeft."

Telefoonnummer van een lokale fotojournalist

De Zweedse media denkt daar in dit geval ongetwijfeld anders over – zou het geen zin hebben om die foto’s toch te maken? Groeneveld: "Nee, dat kan je businessmodel niet zijn. De primaire markt, in dit geval dus de Nederlandse markt, moet ook geïnteresseerd zijn. Secondary sales op een foto zullen voor ons zelden een reden zijn om ergens wel of niet naar toe te gaan."

Na wat onderzoek blijkt dat deze foto, bij wijze van uitzondering, niet via ANP zijn weg heeft gevonden naar Zweden. Mats Schagerström, senior beeldredacteur bij TT, vertelt hoe de vork in de steel zit: "In dit geval vertelde ANP ons dat ze niet van plan waren om een fotograaf te sturen, maar ze hadden wel een telefoonnummer van een lokale fotojournalist voor ons. Van hem hebben we foto’s gekocht."

Schagerström is niet teleurgesteld dat ANP geen foto’s kon leveren. "Je moet het zo bekijken: als een fotograaf van ANP op weg was gegaan was het misschien een paar uur later geweest en de kwaliteit van de foto zou beter kunnen zijn, maar de inhoud niet per se. We konden snel foto’s kopen, dat was het belangrijkst."

Slecht nieuws voor freelancers

De betreffende fotojournalist, Bart Meesters, is ook tevreden met de gang van zaken. "Het is natuurlijk fijn dat ze je in Zweden weten te vinden voor een foto. Het levert wel wat leuks op ja, in ieder geval meer dan wat de kranten tegenwoordig in Nederland betalen voor een foto."

In dit geval kon Meesters zijn werk verzilveren, maar meestal komen Nederlandse foto’s via ANP in Zweden terecht, vertelt Schagerström. Dat lijkt misschien een detail, maar in feite is het slecht nieuws voor freelancers: ANP koopt een foto slechts één keer, maar die foto kan vervolgens nagenoeg onbeperkt worden doorverkocht.

Koppel dat aan het feit dat fotobureaus elkaar weten te vinden, zoals de bovenstaande situatie ook laat zien, en het resultaat is een situatie waarin het bijzonder lastig is voor freelancers om een boterham te verdienen. In de wereld van de fotobureaus lijkt alles te draaien rond geld en snelheid – maar niet zonder gevolgen voor individuele fotojournalisten.

Reageer

Geef een reactie

*