Hoe zoeken journalisten?

In onze vorige blog schreven wij over de eerste stap voor Page Facts: het interviewen van journalisten. In interviews willen we erachter komen of journalisten een eenduidige methode hebben om informatie op het Internet te vinden. Hebben ze die, dan kijken we of dat met software beter kan. En als we dan toch bezig zijn, kijken we of software ook iets kan vertellen over de betrouwbaarheid van informatie. We hebben nog niet onze beoogde 40 interviews gehouden, maar langzamerhand hebben we wel ideeën over hoe Page Facts het verschil kan maken.

n de eerste vijf minuten van de interviews leken de journalisten wat argwanend. Sommige zeiden dat ook hardop: ‘een half uur van mijn tijd, dat is wel veel hoor’. Eén journalist was onder het interview aan het bellen en e-mailen en hield een schuin oog op Twitter. Maar naarmate de gesprekken vorderden, vonden de meeste het best leuk om na te denken over hoe ze dagelijks feiten bij elkaar sprokkelen op het Internet.

Google vaak startpunt zoektocht

In de gesprekken vroegen we de journalisten ons over hun laatste paar zoektochten te vertellen. Niet geheel verrassend begint die vaak bij Google. Bij een aantal blijft het daarbij. Zij googelen net zo lang tot de zoekmachine een rapport of jaartal uitspuugt. Lukt het niet snel genoeg, dan bellen ze een specialist of een instelling die wel weet waar de informatie staat. Dit is – niet geheel verrassend – vooral de tactiek van oudere (35+) journalisten.

Jonge journalisten (35-) gebruiken meer dan Google. Hun gereedschap bestaat uit verschillende krantenbanken (Lexis Nexis; Digidocs), archieven (The Internet Archive; het Kadaster; de Kamer van Koophandel; c.v.-websites) en social media zoektools (Twitter Search; Geofeedia). Eén journalist zei: “ik denk als een document”. Een bekende uitspraak van Internet zoekexpert Henk van Ess. “Dat betekent dat ik bedenk welke zoektermen niet kunnen ontbreken in het document, en dan ga ik daar naar opzoek”, aldus de journalist.

Wanneer is een bron betrouwbaar?

En dan het tweede deel. Wanneer is een bron betrouwbaar? Het werd al snel duidelijk dat hoe meer een journalist publiceert, hoe minder kritisch hij of zij naar een bron kijkt. Journalisten die een paar keer per week publiceren, vinden een ‘kwaliteitskrant’ een betrouwbare bron. Maar journalisten die een keer per maand publiceren, stoppen pas met zoeken als ze een officieel rapport in handen hebben, of zelf een ooggetuige hebben gesproken.

Een journalist zette de betrouwbaarheid van bronnen op een rijtje. Van meest naar minst betrouwbaar. Eerst: “officiële documenten met autoriteit en overheidsdocumenten. Rapporten van onafhankelijke onderzoekspartijen en peer-reviewed publicaties, maar ook KVK-uittreksels, het kadaster en jaarrekeningen”. Daarna: “direct betrokkenen, ooggetuigen, specialisten en hoogleraren” En helemaal onderaan: “de kranten”. “een onderscheid tussen zogenaamde kwaliteitskranten en andere kranten is er echt niet”, aldus de journalist.

We weten nu dus wat voor zoekgereedschap journalisten gebruiken en we hebben een idee waar ze naar op zoek zijn. Onze volgende stap is, kijken wat software allemaal kan bereiken.

Reageer

Geef een reactie

*