Juridische onduidelijkheid rond user generated content

Kennisorganisaties TNO en IViR deden onderzoek naar nieuwe tools en strategieën waarmee nieuwsredacties de kwaliteit van user generated content (UGC) kunnen waarborgen. Het Stimuleringsfonds voor de Pers subsidieerde het onderzoek met €73.000. Onderdeel van het onderzoek was de ontwikkeling van een proefversie van een tool, die vervolgens werd getest bij Dichtbij.nl. Een terugblik op het project met onderzoeker Jop Esmeijer.

Door: Dorien Vrieling

Aanleiding voor het onderzoek

Enerzijds is er de nieuwsconsument die steeds actiever wordt en meer en meer data produceert. Aan de andere kant zijn er de teruglopende inkomsten van nieuwsmedia en de steeds beperktere mankracht op redacties. Wat de onderzoekers wilden weten was: hoe kunnen redacties gebruikers en nieuwe technische tools optimaal inzetten voor de beoordeling, selectie en ontsluiting van UGC, zodat gebruikers door nieuwsredacties beter benut worden?
Jop Esmeijer, onderzoeker bij TNO, en zijn collega’s interviewden redacties en concludeerden dat UGC vooral een bron van nieuws is als gebruikers op plaatsen zijn vanwaar de journalisten zelf geen verslag kunnen doen. Gebruikers bieden aanvullingen op het nieuws dat de redactie zelf brengt, corrigeren fouten en komen met tips. Ook is UGC een middel om de band tussen het medium en de gebruikers te versterken.

Ontwikkeling van een tool

De onderzoekers ontdekten dat nieuwsredacties UGC op twee verschillende manieren benaderen. Enerzijds is er de redactiegeoriënteerde benadering, waarbij een redactie materiaal van gebruikers coördineert, filtert en plaatst. Esmeijer: “Voor deze manier van UGC gebruiken bleken er al veel tools te zijn. Daarom was het interessanter om het onderzoek te richten op de andere benadering: de gebruikersgerichte insteek.” In deze benadering wordt er samengewerkt met gebruikers. Belangrijk hierbij is dat goed vastgesteld kan worden welke gebruikers op welk moment een relevante bijdrage kunnen leveren – door het creëren van content, of door het aandragen van aanvullende informatie, het geven van commentaar of het delen van de content binnen het eigen sociale netwerk.

De ontwikkelde tool onderzoekt artikelen van de website Dichtbij.nl, Twitterdata en Wikipedia. Je zoekt binnen de regio op onderwerp en vindt de mensen en organisaties die daar het meeste over gepubliceerd hebben. Bij hen is precies te zien welke content ze gemaakt hebben en wat het sentiment over het onderwerp was (positief of negatief). Van Wikipedia haalt de tool gerelateerde onderwerpen.

Niet verfijnd genoeg

De bedoeling van de tool was dat deze redacties in staat zou stellen om op basis van content die gebruikers maken (bijvoorbeeld Twitterberichten, maar ook weblogs en artikelen) te kunnen zien of zij een relevante bijdrage over een bepaald onderwerp kunnen leveren. “Het concept van de tool werd bij Dichtbij.nl goed ontvangen”, zegt Esmeijer. “Het idee sloot goed aan bij de wensen van de redactie en de visuele presentatie werd gewaardeerd. Maar de resultaten van de tool waren te generiek. Hij is niet zo verfijnd geworden als hij zou kunnen zijn.” Om te bepalen of een gebruiker een relevante bijdrage kan bieden, legt Esmeijer uit, moet je in nauw overleg met de redactie bepalen welke woorden wijzen op relevantie. Daar kunnen ook social cues bij meegenomen worden: wordt een bepaalde tweet vaak geretweet, en zo ja, door wie? “De drie maanden waarin de pilot draaide waren te kort om de tool verregaand te verfijnen.”

Juridische verkenning

Waarschijnlijk is het meest waardevolle resultaat van het onderzoek niet de tool, maar de juridische verkenning die TNO heeft uitgevoerd. Esmeijer: “Wat de juridische verkenning ons vooral heeft geleerd, is het besef dat de toename van UGC en het gebruik van filteringtools een heleboel vragen opwerpt betreffende auteursrecht, aansprakelijkheid en privacy.” Toen aan het onderzoek begonnen werd was het duidelijk dat UGC een steeds grotere rol zou spelen bij nieuwsmedia, en dat daarbij veel gebruik gemaakt werd van filteringtools. Esmeijer: “De vraag was welke juridische consequenties dat had. Wie is waar verantwoordelijk voor en wie is aansprakelijk wanneer content van een gebruiker privacy schaadt of racistische inhoud heeft?” Het blijkt dat nieuwsaanbieders waarschijnlijk geen aanspraak kunnen maken op de ‘safe harbor rules’ van de E-Commerce Directive, die van toepassing zijn op internetproviders en sites als YouTube. Zulke sites laten gebruikers vrijelijk content plaatsen. Esmeijer: “Juist omdat nieuwsaanbieders met die filteringtools een actieve rol innemen om te voorkomen dat er strafbare content geplaatst wordt, zouden ze aansprakelijk worden.”

Hoewel nieuwsaanbieders daarmee de journalistieke richtlijnen van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) volgen en gehoor geven aan het idee van responsible journalism, wordt in juridisch opzicht de aansprakelijkheid groter. “Om innovatie rond user created news te stimuleren zou het daarom goed zijn als deze vragen opgepakt worden in een brede dialoog binnen de sector”, zegt Esmeijer. “Dit zou een coöperatief initiatief moeten zijn van zowel de RvdJ en verschillende stakeholders zoals de NVJ, maar ook vertegenwoordigers van amateurjournalisten, bloggers, socialmediabedrijven, nieuwe intermediairs zoals zoekmachines en hostingpartijen, en academici.”

Hoe nu verder

De tool is na de pilot niet meer gebruikt. Wel wordt de onderliggende technologie op het gebied van mediamining en data-analyse nu verder ontwikkeld. Esmeijer: “Met RTL zijn we nu aan het kijken hoe we gepersonaliseerd nieuws kunnen bieden op basis van profielen van gebruikers. Ook hierbij spelen we in op de wijze waarop mensen nieuws consumeren: of ze vooral zaken lezen en bekijken, of er ook hun opinie over geven, bijvoorbeeld op de sociale media.”

Lees meer

Onderzoek Making user created news work

Reageer

Geef een reactie

*