Luyendijk: ‘Je moet met die grote namen komen’

Of het nu elitair is of revolutionair: het initiatief De Correspondent heeft flink wat stof doen opwaaien in de Nederlandse perssector. Persinnovatie sprak met Joris Luyendijk over zijn rol bij De Correspondent en het nut van subsidiegeld in de journalistieke sector. "Ik denk dat subsidie vaak een beetje werkt zoals steroïden."

Door: Sean van der Steen

Joris Luyendijk: journalist, schrijver, columnist en ‘gedecoreerd nestbevuiler’. Niet zelden richt hij zijn kritische blik op de journalisten van deze wereld. "Ik denk dat het opvalt omdat ik het als een van de weinige doe", vertelt Luyendijk.

"Door de journalistiek voor te stellen als vlieg op de muur, doe je geen recht aan de rol die de journalistiek heeft in de samenleving en laat je een belangrijk deel van de werkelijkheid onbelicht. Ik vind het meer een vraag voor andere journalisten, waarom schrijven jullie niet meer over de journalistiek?"

Lessen uit de bankierswereld

Die vraag was extra actueel in de aanloop naar de financiële crisis, meent Luyendijk. "Met de klassieke journalistiek, waarbij je als een soort waakhond van de wet opereert, ben je er niet op het moment dat die wet voor een groot deel wordt gecreëerd door de mensen over wie je schrijft." Dat was het geval in de financiële wereld, aldus Luyendijk. "In de financiële crisis werd duidelijk dat het probleem niet zozeer is dat bankiers de regels overtraden, maar dat ze die regels zelf maakten. Daarom ging ook niemand na de crisis naar de gevangenis."

Journalistiek die zich meer richt op structuren in plaats van de nieuwscyclus kan dan uitkomst bieden, meent Luyendijk. "Waar het kan gebruik ik wel de nieuwscyclus, om mijn verhalen over structuren aan vast te hangen. Dat deed ik in het Midden-Oosten ook al: ik probeerde zoveel mogelijk te lezen over wat er aan de hand was, wat er speelde bij Palestijnen en de Arabieren. Als er dan nieuws was dat ik eraan kon verbinden, dan deed ik dat. Het nieuws is voor mij een aanleiding om te schrijven over deze wereld."

‘Waar ik kan helpen, doe ik dat’

Voor De Correspondent zal Luyendijk voorlopig niet schrijven. "Mijn rol bij De Correspondent is die van inspirator en adviseur, ik ben een soort klankbord. Voorlopig niet meer, omdat ik onder contract sta bij The Guardian en die hebben weer een contract met het NRC. In dat opzicht heb ik meer afstand van De Correspondent. Kijk, ik zit op grote afstand in Londen en ik heb een fulltime baan. Maar waar ik ze kan helpen, doe ik dat."

Naar eigen zeggen heeft Luyendijk de reacties op De Correspondent niet gevolgd, maar hij wil wel benadrukken dat het initiatief nog niet van start is gegaan. "De Correspondent is een marathon, en wat er nu is gebeurd is dat ze schoenen hebben gekregen. Er is geld ingezameld om materiaal van te kopen, waarmee ze moeten gaan rennen." Luyendijk is wel blij dat het initiatief breed is uitgemeten, ook internationaal. "Jay Rosen, ongeveer de beste denker over nieuwe media, noemde De Correspondent het meest interessante nieuwe initiatief van 2013. De schoenen zijn dus van hoge kwaliteit, maar pas wanneer de journalistiek – ik zeg bewust geen content – goed is, gaat het pas werken."

That’s it. I’m declaring De Correspondent the most interesting journalism start-up I have read about in 2013. bit.ly/12z6ud2

— Jay Rosen(@jayrosen_nyu) 8 april 2013

‘Innovatie is driekwart leren door te doen’

Eén van de sleutelwoorden bij De Correspondent is ‘onafhankelijkheid’: niet alleen van de ‘verplichtingen’ van het dagelijkse nieuws, maar ook van adverteerders. "De plannen worden nu gemaakt, vertelt Luyendijk. "dus het is prematuur om daar nu al allerlei dingen over te gaan zeggen. Maar wanneer je experimenteert, moet je gewoon experimenteren en niet al te veel vastleggen op beloftes. Innovatie is driekwart leren door te doen, en dat heeft Rob (Wijnberg, red.) gewoon geweldig gezien. Hij heeft zich vrijgespeeld met die vote of confidence van 18.000 mensen. Het is geweldig dat die mensen zeggen: ja, hier heb je 60 euro, ga maar eens kijken wat je kunt doen."

De Correspondent is breed uitgemeten in de media, niet zonder kritiek. Een terugkerend punt is dat de mensen achter De Correspondent ‘grachtengordel-elite’ zouden zijn. "Uiteraard worden die mensen getrokken door de grote namen bij De Correspondent", zegt Luyendijk. "Als je daar onbekende namen neerzet, gaat niemand geld geven. Ik zie niet in hoe het anders zou kunnen. Je moet of een precieze journalistieke invulling geven zodat de namen niet uitmaken, of, wanneer je die invulling gaandeweg wilt ontdekken, moet je met die grote namen komen."

Journalistiek in transitie

"Iedereen richt zich nu op het businessmodel, omdat ook journalisten zich zorgen maken om de hypotheek. En dat snap ik, maar de journalistiek zelf is gewoon aan het veranderen. Het is hetzelfde als de verandering in mobiliteit in de 19e eeuw: er komen treinen, auto’s, bussen en vliegtuigen, waardoor mobiliteit iets compleet anders ging betekenen. Voor iemand uit 1850 is dat gewoon onbegrijpelijk. En als je dat vergelijkt met de journalistiek, zitten we nu zo ongeveer in 1852."

Hoe dan ook, De Correspondent is een voorbeeld van de journalistiek in transitie. Ook Luyendijk observeert de veranderingen die gaande zijn. "We gaan van generalisten die nergens écht iets van afweten, naar mensen die er wél wat van af weten. Iedereen gaat gewoon een klein deeltje heel goed beheersen. En als dat deeltje dan op het nieuws komt, krijg je hoge kwaliteit."

‘Subsidie is als steroïden’

Dan nu de hamvraag: kunnen subsidiegelden de journalistiek stimuleren? "Dat is een moeilijke vraag", zegt Luyendijk. "Ik denk dat subsidie vaak een beetje is zoals steroïden: aan de ene kant is het geweldig want je spieren zijn meteen veel groter en je kunt veel meer aan. Maar een tijd later zit je op zo’n punt waar hij zich juist tegen je keert, omdat je die spiermassa niet echt hebt aangemaakt. Ik heb het idee dat De Correspondent er nu met crowdfunding beter voorstaat dan wanneer ze een miljoen subsidie hadden gekregen. Er zijn nu 18.000 mensen die als een soort ambassadeurs die verhalen gaan promoten bij vrienden, die als een soort parlement feedback gaan geven."

Ook op de lange termijn is dat positief, denkt Luyendijk. "Als De Correspondent subsidie had gehad, dan waren ze ook veel minder gedwongen om na te denken over wat ze precies willen. Volgend jaar zouden ze dan vooral bezig zijn met: ‘Hoe kunnen we weer subsidie krijgen?’, in plaats van: ‘Hoe zorgen we ervoor dat die 18.000 mensen weer mee willen doen?’" Dat wil niet zeggen dat subsidie nooit kan werken, zegt Luyendijk. "Ik kan er geen universele dingen over zeggen, maar ik zie vaak dat projecten worden verzonnen omdat er geld voor is. Dat is dodelijk, ook omdat het andere initiatieven wegdrukt. Dan moet je het gewoon geen subsidie noemen, maar overheidsinitiatief."

Reageer

Geef een reactie

*