Met Elsevier TV de boel van commentaar voorzien

Het najaar is de tijd van begrotingen en jaarplannen. Persinnovatie maakt een rondje langs de velden. Welke plannen hebben de Nederlandse media voor 2016? Een serie interviews, met deze keer Arendo Joustra, hoofdredacteur van opinieweekblad Elsevier.

Het to-do-lijstje van Joustra voor 2016 mag er zijn. Het bereik van de website vergroten; de formule van zijn blad tegen het licht houden; een heuse digitale Elsevier-community stichten en last but not least: Elsevier TV lanceren. En passant wil de hoofdredacteur een nog grotere luis in de pels van de overheid zien te worden. “Er wordt steeds maar gezegd dat de overheid niet kan bezuinigen. Terwijl dat wel van de belastingbetaler wordt gevraagd. Dus gaan we als redactie de overheidsuitgaven extra controleren.”

Half december bespreekt Joustra zijn jaarplan met de redactie. Die bestaat uit ongeveer zestig mensen met een vast contract. Nog eens zestig freelancers leveren geregeld een bijdrage aan Elsevier.

Winst

Geldzorgen heeft Joustra niet, hetgeen voor een gedrukte uitgave bijzonder is. Zijn blad maakt steevast winst. Concrete bedragen wil hij niet noemen, want moederconcern RELX is beursgenoteerd. Maar dat het rendement van Elsevier meer dan veertig procent bedraagt, wil hij nog wel kwijt.

Desondanks heeft RELX het opinieblad in de etalage gezet, het past niet meer in de strategie die is gericht op datahandel. “Verkoop is niet zeker, hoor”, nuanceert Joustra. “Er worden drie strategische opties onderzocht. Zelfstandig verder gaan is een andere mogelijkheid. Ook binnen het concern.”

Elsevier TV

Eén van de meest in het oog springende vernieuwingen voor volgend jaar wordt de introductie van Elsevier TV. Een pilot voor het eerste kwartaal van 2016 is in voorbereiding. “Je moet denken aan minimaal een filmpje per dag. Niet dat we met een camera op pad gaan voor een reportage. We willen de kant op van het tweegesprek, paneldiscussie of gesproken column. Opinievormend, de boel van commentaar voorzien.”

De redactie van Elsevier hanteerde afgelopen jaar het adagium ‘digital first’. Alle content eerst op de site, ook als het magazine pas een halve week later verschijnt. De abonnees hebben zich er niet aan gestoord, hooguit heeft de losse verkoop er onder te lijden. “De volgende slag is dat we meer traffic gaan genereren. We moeten actiever worden op de sociale media. We zijn in online bereik nu even groot als de Groene Amsterdammer, dat is onze eer te na.”

Communitybuilding

Joustra typeert zijn blad steevast als “links noch rechts”. Niettemin zijn bepaalde beroepsgroepen ruim vertegenwoordigd onder de 80.000 abonnees. Advocaten bijvoorbeeld of huisartsen, al was het maar voor de leestafel in de wachtkamer. “We gaan groepen identificeren die we apart willen bedienen. Laten we even uitgaan van de huisartsen, een volstrekt hypothetisch voorbeeld. Stel dat tien procent van de huisartsen Elsevier leest. Hoe kun je die groep dan zo bedienen, dat ook niet-abonnees zich erbij aansluiten?”

Een vorm van communitybuilding noemt de hoofdredacteur het, volledig gericht op specifieke inhoud. “Zo’n community is van de leden, die deelnemen aan de informatievoorziening. Zo kun je mensen helpen hun identiteit te vinden. Gewoon omdat het leuk is, niet als businessmodel.”

Heel concreet zijn de plannen nog niet. “Zie het als een vorm van servicejournalistiek. Zoals het overzicht van de beste ziekenhuizen en de beste universiteiten, dat doen we nu ook elk jaar.”

De ideeën van Joustra houden verband met de fundamentele vraag die hij in de loop van 2016 met zijn redactie hoopt te beantwoorden. “Wat onderscheidt ons nou echt? Kan dat verder worden aangescherpt? Hoe willen we ons vak uitoefenen? Daar gaan we opnieuw naar kijken.”

Dit is deel 2 van de reeks. Het vorige interview was met Marcel Gelauff. Volgende week: Johan de Koster van RTV Rijnmond.

Reageer

Geef een reactie

*