Nog volop mogelijkheden voor interactie

Dankzij moderne (internet-)technieken kunnen redacties op allerlei manieren interactie aangaan met lezers. Maar hoe doe je dat? De sprekers tijdens de vierde, door het Stimuleringsfonds voor de Pers georganiseerde themasessie hyperlocal doen het allemaal op hun eigen manier.

De eerste spreker tijdens de masterclass van 8 mei j.l. is in het journalistieke gezelschap een vreemde eend in de bijt, al heeft Jasper Vis, nu eigenaar van ‘user experience’-bureau Headcandy, zijn sporen onder andere bij DAG verdiend.
Vis vertelt over een project dat Headcandy bedacht voor AT5’s voetbal-talkshow Studio Ajax. Onder de noemer ‘Connect the Audience’ verzon het bureau een manier om kijkers interactief te laten deelnemen aan het programma. Er werd gebruik gemaakt van Microsoft Surface, multitouch tafels vergelijkbaar met een grote iPad waar meerdere mensen tegelijkertijd mee kunnen werken.
Surface werd geïntegreerd in de discussietafel. Deze interactieve tafel verving het ouderwetse magneetbord, maar had niet alleen presentatievoordelen. De tafel werd ook gebruikt om tweets van kijkers weer te geven. De presentator kon de tweets meteen gebruiken in de uitzending. Zo konden kijkers bijvoorbeeld via Twitter vragen stellen aan de gasten.
Om misbruik te voorkomen werd wel een systeem gebruikt om de tweets te ‘managen’, dus vooraf te screenen. Microsoft Tag (vergelijkbaar met de bekendere QR code) werd gebruikt om tijdens het programma te verwijzen naar extra content. Zo kon een kijker tijdens een uitzending zelf beslissen of hij een niet uitgezonden interview wilde zien, door met zijn telefoon de tag op het scherm in te scannen.

Vanuit de zaal kwam de vraag of er wel voldoende werd getwitterd door de Studio Ajax-kijkers. Vis antwoordde dat AT5 helaas slechts één seizoen gebruik maakte van het project. "Twitter werd nog te weinig gebruikt, maar zoiets moet groeien. Je moet je oproep tot interactie blijven herhalen." Het is dus jammer dat we die stelling in dit high-tech project niet bewezen hebben kunnen zien.

DeBuzz

Ook Frank Bolder, projectleider van deBuzz, een samenwerking tussen De Gelderlander en Omroep Gelderland, worstelt nog met zijn social media-doelstellingen. Vanuit het publiek klinken echter opbeurende woorden: "Het kan wel degelijk, ook voor hele kleine doelgroepen!" Eigenlijk is er niemand aanwezig die daar nog aan twijfelt. Maar dat het een werk van lange adem is, daar is iedereen het over eens. Bolder is dan ook vastbesloten zijn aanhang op Twitter en Facebook te vergroten, zodat er meer interactie mogelijk is. Facebook moet dan als het voornaamste discussieplatform dienen. Hyves gaat de redactie afstoten. Dat sociale netwerk levert, ondanks grote populariteit in de provincie, te weinig op.

Maar social media is maar een onderdeel van het tweejarige project, waarbij een bus met vier journalisten iedere dag een andere stad, dorp of wijk bezoekt. Op deze manier laten krant en omroep hun gezicht zien in iedere uithoek van de provincie en stuiten ze op verhalen die ze anders nooit zouden hebben. Het levert items op die allemaal terug te vinden zijn op de Buzz-website, op radio, tv en in de krant.

De resultaten zijn indrukwekkend. Niet alleen lukt het op deze manier om 92 procent van het nieuws uit burgers zelf te halen in plaats van te laten dicteren door instituties, de waarderingscijfers rijzen de pan uit. Meer dan de helft van de lezers van De Gelderlander en kijkers en luisteraars van Omroep Gelderland vinden deBuzz een welkome aanvulling op het nieuwsaanbod. Volgens de Radboud Universiteit, dat onderzoek deed naar de effecten van deBuzz, heeft het project een positief effect op de betrokkenheid van burgers bij het nieuws.

Toch is de toekomst van deBuzz nog onzeker. Ondanks aangetoond succes kan Bolder alleen maar gissen naar wat er gebeurt als de subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers na twee jaar ophoudt. Hij wijst op de bezuinigingen die zijn aangekondigd bij Wegener. Er moeten zoveel mensen uit, dat er wellicht geen plaats zal zijn voor de vier nieuwe journalisten die voor het project zijn aangenomen. Maar ook geeft hij aan hoe zonde het zou zijn om er mee te stoppen: "We zien dat regionale media met steeds minder journalisten moeten werken. Ik zie een toekomst voor me waarin we niet met grote redacties in een paar grote kantoren zitten, maar waarin een kleine redactie samenwerkt met veel mensen die op pad zijn, zoals wij dat doen met deBuzz."

Citysecrets

Dat Belgische lezers graag participeren bewees Bart Bijnens van Het Belang van Limburg al tijdens de tweede themasessie. Thomas Dujardin van het Vlaamse Het Nieuwsblad maakt ook gebruik van dat gegeven met een Lonely Planet-achtig concept: Citysecrets.

Dit concept bestaat uit een veelvoud van sites die gekoppeld zijn aan de lokale nieuwssites van Het Nieuwsblad. Zo maakt Citysecrets goed gebruik van het nieuwsnetwerk van het moederbedrijf. Ook het salesteam, dat zich normaliter op de hyperlokale weekbladen stort, is ingezet voor het nieuwe concept. Dat concept klinkt bekend: op de sites kun je per servicegebied (een stad of verzameling dorpen) alle uitgaansmogelijkheden bekijken, zoals restaurants, theaters en dergelijke. Lezers kunnen zelf uitgaansgelegenheden invoeren, stemmen op hun favorieten of klagen/jubelen in de comments. Eigenaars van de zaken kunnen een account kopen waarmee ze hun zaak beter kunnen presenteren en kunnen reageren op reacties van lezers.

Niets nieuws onder de zon dus. Nee, Citysecrets moet het meer van de uitvoering dan van het idee hebben. Want de sites maken op een slimme manier gebruik van social media. Zo moeten lezers die willen reageren zich niet eerst registreren. Dat komt pas ná de actie. "Als mensen al de moeite hebben gedaan om bijvoorbeeld een reactie te tikken, zijn ze eerder geneigd het hele registratieproces te doorlopen." Natuurlijk, inloggen met Facebook kan, maar pas nadat lezers een Citysecrets-account hebben aangemaakt en dit met hun Facebook-account hebben gekoppeld.
"Wij willen het iedereen wel gemakkelijk maken, maar wij willen ook die gegevens hebben." De nieuwsbrief op maandag bevat steeds een prijsvraag. Een hint naar het antwoord is alleen beschikbaar voor Facebookfans van Citysecrets. "We zien het aantal likes elke maandag gigantisch toenemen." De nieuwsbrief op donderdag zet een groot aantal user reviews in het zonnetje.
Citysecrets past binnenkort ook een bescheiden vorm van gamification toe, namelijk door punten toe te kennen aan lezers die actief bijdragen aan de site. De punten moeten dan leiden tot een Foursquare-achtige ranking, maar ook om extra korting te sparen op deals, of vouchers te verzamelen voor de webshops van Het Nieuwsblad.
De sites van Citysecrets trekken nu, vooral dankzij de koppeling met de gemeentesites van Het Nieuwsblad, 15.000 unieke bezoekers per dag. Daarvan komen er 2.500 vanuit Google. Dujardin is dan ook van plan om flink te investeren in SEO.

Update Banglor Daily

Als afsluiter van de masterclass nam William Davis het woord, die we nog kennen van de eerste masterclass hyperlocal, waarin hij uit de doeken deed hoe zijn krant The Bangor Daily met behulp van open source een succesvolle en goedkope website kreeg met lezers die zelf content aandragen.
In zijn korte update vertelde hij hoe de Bangor Daily samen met de community content maakt. Davis is vooral blij met de bloggers die de krant wist aan te trekken: "De mensen die we normaal gesproken belden om commentaar te leveren op het nieuws, publiceren nu zelf op onze site."
Hij heeft nog twee tips voor Nederlanders die het voorbeeld van de krant uit Maine willen volgen: Buddypress, een uitbreiding op WordPress waarmee je gemakkelijk online community’s kunt starten, en See Click Fix, een tool waarmee mensen problemen in hun omgeving (zoals gaten in de weg e.d.) kunnen aangeven op een Google Map en bepalen of ze het met een klacht eens zijn. Bij grote groepen klagers zijn de autoriteiten snel geneigd het probleem op te lossen. Althans, dat leert de Bangor Daily, want volgens Davis zijn er al een hoop problemen opgelost dankzij het gebruik van de service door zijn krant.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met De Nieuwe Reporter.

Reageer

Geef een reactie

*