Onderzoek beeld Suriname in de media

Het was een roerige – maar voor Suriname cruciale periode – die weinig belicht is. De Nederlandse media speelden die via de Wereldomroep, die twee keer per dag uitzond in Suriname, een belangrijke rol in de berichtgeving over zowel de politieke ontwikkelingen in Suriname als de Binnenlandse Oorlog.

‘De Nederlandse pers gedraagt zich als kleine morele rechters die een ieder buiten Nederland op het matje willen roepen om een zalvende preek te houden. Zij zijn constant bezig met negatieve berichtgeving over ons land. Alleen God, onze liever Heer kan ons helpen met jullie.’
(Uitspraak van kabinetschef van legerleider Bouterse Henk Heidweiller tijdens een bijeenkomst met de Nederlandse pers in Suriname, december 1986)

Historische context

Vijf jaar na de onafhankelijkheid grepen militairen in 1980 de macht in Suriname. Toen het regime o.l.v. Desi Bouterse op 8 december 1982 vijftien vermeende tegenstanders neerschoot, schortte Nederland de in 1975 toegezegde ontwikkelingshulp op. Zeer tegen de zin van Suriname, die de rechtsgeldigheid daarvan betwistte. Voor Suriname was de ontwikkelingshulp een belangrijke economische pijler. Nederland stelde: de hulp wordt hervat als de democratie is hersteld. Op het moment dat Bouterse in 1986 voorbereidingen trof voor terugkeer van de democratie, brak in Suriname de Binnenlandse Oorlog uit. Ronnie Brunswijk nam met steun van het Surinaams verzet in Nederland de wapens op tegen het leger. In Suriname werd verwonderd gereageerd; er was toch juist een herdemocratiseringsproces op gang gekomen? Brunswijk en het Surinaamse verzet in Nederland hadden daarin geen vertrouwen.

Toen in 1987 een democratisch gekozen regering aantrad, bleef de strijd tussen Brunswijk en Bouterse voortduren. Ook waren er nog talloze discussies tussen Nederland en Suriname, voordat de ontwikkelingshulp daadwerkelijk op gang kwam. Nederland stelde als nieuwe eis: economische hervormingen. Ook moest er een eind komen aan de binnenlandse strijd.

De militairen speelden in de politiek nog steeds een belangrijke rol; hun macht lag verankerd in de nieuwe grondwet. In 1990 stuurden de militairen de burgerregering opnieuw naar huis, waarop Nederland wederom de ontwikkelingshulp stopte. Ronald Venetiaans partijcombinatie Nieuw Front won de verkiezingen in 1991. Verliezer was de aan de militairen gelieerde Nationaal Democratische Partij. In 1992 slaagde Venetiaan erin de macht van de militairen uit de grondwet te schrappen. Ook sloot hij een nieuw ontwikkelingsverdrag met Nederland. In dat jaar werd ook de vrede getekend tussen de strijdende partijen in de zogenaamde Binnenlandse Oorlog.

Inleiding en vraagstelling

Mijn onderzoek gaat over de rol van media in de postkoloniale verhouding tussen Suriname en Nederland tijdens de post militaire periode (1986-1992).
Het was een roerige – maar voor Suriname cruciale periode – die weinig belicht is. De Nederlandse media speelden die via de Wereldomroep, die twee keer per dag uitzond in Suriname, een belangrijke rol in de berichtgeving over zowel de politieke ontwikkelingen in Suriname als de Binnenlandse Oorlog.
De Surinaamse media stonden weliswaar niet meer onder censuur, maar konden niet vrijelijk verslag doen van de ontwikkelingen in eigen land. Dat kon pas nadat in 1991 een nieuwe, democratisch gekozen regering was aangetreden.

Er was en is vanuit verschillende hoeken kritiek op de als negatief ervaren berichtgeving over Suriname door de Nederlandse pers. Nederlandse politici zouden zich erdoor hebben laten leiden in hun ontwikkelingsbeleid. Is die kritiek terecht?

Wat is de bijdrage van de Nederlandse media precies geweest? In hoeverre zijn media überhaupt in staat regeringsbeleid te beïnvloeden? En hoe was het gesteld met de berichtgeving door Surinaamse media? Door middel van literatuurstudie, een inhoudsanalyse van kranten, en gesprekken met Nederlandse en Surinaamse journalisten en politici probeer ik antwoord te geven op de gestelde vragen. Met de uitkomsten van mijn onderzoek hoop ik een bijdrage te leveren aan de persgeschiedenissen van Suriname en Nederland, de geschiedschrijving over de verhouding tussen en Nederland en Suriname en theorievorming van journalistiek in conflictsituaties.

Trends in berichtgeving – te onderzoeken cases

Om inzicht te krijgen in trends in de berichtgeving heb ik een inventarisatie gemaakt van de berichtgeving vanaf 1986 tot en met 1992 van twee grote landelijke kranten: de Volkskrant en De Telegraaf en een regionale krant: de Leeuwarder Courant.

Daaruit blijkt dat het aantal berichten vanaf juli 1986 – het begin van de Binnenlandse Oorlog – aanzienlijk toeneemt. In december 1986 is er een piek in de berichtgeving die daarna niet meer geëvenaard wordt. In de loop der jaren neemt de belangstelling in Nederlandse media voor Suriname zienderogen af. In 1992 wordt de aandacht van Nederlandse media vooral opgeslokt door de conflicten in voormalig Joegoslavië. Het is precies de periode waarin de Surinaamse media zich niet gebonden en redelijk vrij voelen om te schrijven wat en waarover ze willen.

Op grond van de trends in berichtgeving, literatuur en gesprekken met journalisten en historici in Suriname en Nederland, heb ik de volgende cases als critical events geselecteerd om nader te bestuderen:

  1. juli 1986: de eerste berichtgeving over Ronnie Brunswijk.
  2. december 1986: het Surinaams leger doet een inval in het dorpje Moiwana in de veronderstelling dat Brunswijk zich daar ophoudt. Circa veertig dorpelingen onder wie kinderen en vrouwen komen daarbij om. Een enorme vluchtelingstroom komt op gang. Een groot deel van de vluchtelingen neemt de wijk naar buurland Frans-Guyana. Daar worden in allerijl vluchtelingenkampen opgezet. Nederland verleent humanitaire steun buiten de verdragsmiddelen om.
  3. november 1987: eerste democratische verkiezingen in Suriname sinds 1980.
  4. december 1990: kerstcoup. Als het leger opnieuw de macht grijpt in Suriname, bevriest Nederland wederom de ontwikkelingshulp die mondjesmaat op gang was gekomen.
  5. mei 1991: verkiezingen Suriname; Nederland pleit voor een Gemenebestplan en belooft militaire steun indien Suriname dat wenst.
  6. juni 1992: Nederland en Suriname sluiten een nieuw verdrag.
  7. december 1992: voor het eerst komen nabestaanden uit Nederland naar Suriname om hun geliefden te herdenken die op 8 december 1982 werden doodgeschoten. Dit is voor Suriname een belangrijk moment: een krachtsmeting tussen de democratisch gekozen regering Venetiaan en de militaire machthebbers die in het voordeel van Venetiaan uitvalt. De militairen waren fel gekant tegen een herdenking.

1. juli 1986: Robin Hood

Ik heb een reconstructie gemaakt van de aanloop naar de Binnenlandse Oorlog die in juli 1986 begon. Daarnaast heb ik de eerste berichtgeving over Brunswijk geanalyseerd. Dit deed ik op grond van literatuuronderzoek, interviews en krantenartikelen in Trouw, AD, De Telegraaf, de Volkskrant, NRC, Het Parool en de Surinaamse kranten De West en de Ware Tijd. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat Nederlandse media als De Telegraaf en het weekblad Nieuwe Revu verantwoordelijk zijn voor de eerste beeldvorming over Brunswijk. Brunswijk die tot dusver onbekend was bij zowel het Surinaams als het Nederlandse publiek, wordt door De Telegraaf voor het eerst voor het voetlicht gehaald. Hij wordt voorgesteld als een Surinaamse Robin Hood.

Brunswijk zou voedsel dat hij militaire konvooien afhandig maakte uitdelen aan de arme bevolking van Oost-Suriname, die zo te lijden had onder het militaire regime. Nieuwe Revu gaat vervolgens op onderzoek uit. Het blad bevestigt het beeld van Brunswijk als Robin Hood en brengt hem bovendien in contact met het Surinaams verzet in Nederland. Het verzet komt met Brunswijk overeen dat zij hem steunen in de strijd tegen Bouterse. Als in juli de gevechten tussen Brunswijk en het leger beginnen, nemen veel Nederlandse kranten – al dan niet tussen aanhalingstekens – Brunswijks bijnaam Robin Hood over. Hoewel er door de Volkskrant vraagtekens worden geplaatst bij Brunswijk en zijn strijd, is het beeld dat in Nederlandse kranten overheerst er een van the good guy die het opneemt tegen de bad guy: Bouterse. In de loop der jaren worden er steeds meer vraagtekens gesteld bij Brunswijk en zijn strijd, maar toch duikt het begrip Robin Hood af en toe weer op, in weerwil van de nieuwe bevindingen. Dat geldt zowel voor de zogenaamde kwaliteitskranten als de populaire dagbladen. Als een beeld eenmaal gevormd is beklijft het lang, dat blijkt maar weer eens.

De beeldvorming in de Surinaamse kranten is tegenovergesteld aan die in de Nederlandse. Brunswijk wordt voornamelijk als terrorist en crimineel afgeschilderd. Ook als de Surinaamse pers weer wat meer ruimte krijgt voor eigen nieuwsgaring en duiding, wordt Brunswijk vooral als een bad guy gezien die het land vernietigt en niet als de bevrijder die Suriname van Bouterse komt redden.

2. december 1986: Moiwana

Hieronder volgt een samenvatting van de inhoudsanalyse van de berichtgeving over Suriname in de maand december 1986 in De Telegraaf en de Volkskrant en de Surinaamse krant de Ware Tijd.

In de Surinaamse krant krijgen vooral de enorme economische gevolgen, die de Binnenlandse Oorlog en stopzetting van de ontwikkelingshulp heeft voor Suriname, veel nadruk. Voor de noden van de vluchtelingen in Frans Guyana is minder aandacht. Wat opvalt is het beeld in de pers van Nederland als koloniale en neo-koloniale mogendheid (met ‘imperialistische en kapitalistische’ trekjes). In één bericht worden Nederland en Brunswijk in feite verantwoordelijk gehouden voor wat er in Moiwana is gebeurd. Nederland gedoogt volgens Suriname acties die vanaf Nederlands grondgebied door het Surinaams verzet worden voorbereid. Nederlandse media worden herhaaldelijk beschuldigd van het ‘goedpraten van en politieke betekenis geven aan ordinaire misdadige praktijken’ van ‘wandaden’ van ‘deze bende’ (EdV- bedoeld wordt Brunswijk). De Nederlandse regering ontkent overigens enige betrokkenheid bij de strijd van Brunswijk en laat regelmatig blijken bezorgd te zijn over de mensenrechtenschendingen die plaatsvinden in Suriname.

In de twee Nederlandse kranten wordt vooral aan de koloniale tijd gerefereerd als vluchtelingen in Frans Guyana de koningin en de Nederlandse regering vragen hen te helpen. De vluchtelingen uit Suriname wijzen op de historische verantwoordelijkheid die het oud-moederland heeft ten aanzien van de voormalige onderdanen. Opvallend is dat de berichtgeving over vluchtelingen in Frans Guyana het grootste deel van het nieuwsaanbod in beide Nederlandse kranten bepaalt. Het merendeel van de foto’s toont vaak ontredderde vluchtelingen in de kampen. De Telegraaf ziet in de overvolle vluchtelingenkampen het symbool van het ‘schrikbewind van de dictatuur’ van Bouterse. De Telegraaf (18 december 1986) suggereert: wie weet leidt dat dit beeld wel tot ‘wapenhulp om de omverwerping van het regime ook zo een einde te maken aan het groeiende vluchtelingenprobleem’.

Van de bestudeerde periodieken beschrijven zowel de Surinaamse als Nederlandse media de strijd in termen van verlies en winst. De Surinaamse autoriteiten kwalificeren Brunswijks kruistocht voor democratisering als zinloos. Brunswijk frustreert dat proces in hun ogen juist. In de Volkskrant is deze visie terug te lezen; dominant in de berichtgeving is die op dat moment echter niet. Aandacht voor de eventuele oplossingen van het conflict hebben noch de media in Suriname, noch de media in Nederland. Wordt de stopzetting van de ontwikkelingshulp in de Surinaamse media regelmatig betwist, in Nederlandse media is die stopzetting op dat moment onomstreden. De media in beide landen – de Surinaamse kranten fungeren op dat moment als spreekbuis van de machthebbers – weerspiegelen het onvermogen van de Surinaamse en Nederlandse regering om elkaar te hand te reiken.

Verder…

In de komende tijd worden de andere cases aan een inhoudsanalyse onderworpen.

Pas in een later stadium zal ik toekomen aan beantwoording van de bovengestelde vragen waaronder de vraag naar de bijdrage van mijn onderzoek aan de theorievorming op het gebied van journalistiek in conflictsituaties.
Wordt met andere woorden vervolgd…

Ellen de Vries

Promovendus Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam

Artikelen

The making of Ronnie Brunswijk in Nederlandse media – Rozenburgquarterly.com

Verslagen

Reageer

Geef een reactie

*