Online kiosk uitkomst voor persvrijheid?

Ongeveer een week na de onstuimige lancering van Blendle, ging in Groot-Brittannië met iets minder trompetgeschal Niuzly online. Oprichter Paul Dinulescu’s idee: journalistieke artikelen van uitgevers aggregeren en per stuk verkopen. Pogingen tot samenwerking met grote nieuwsorganisaties liepen echter spaak. Toch lijkt er een rol voor Niuzly weggelegd. "Wij leggen journalisten veel minder beperkingen op."

Door: Moniek Verstegen

Bij tal van initiatieven gaan artikelen inmiddels voor een paar cent per stuk over de toonbank. Deze digitale kiosken zijn een veelbesproken ontwikkeling binnen de journalistiek. Zo onderwierp Villamedia onlangs vijf koplopers aan een duurtest. Conclusie: het gouden idee zit er (nog) niet tussen, maar ze bieden wel allemaal hun eigen voordelen. Dat lijkt ook het geval bij Niuzly.

Nieuwsorganisaties willen niet

Niuzly is een online kiosk waar lezers terecht kunnen voor het kopen van losse journalistieke artikelen. Als lezer maak je kosteloos een account aan en heb je vervolgens toegang tot de gehele database. Artikelen staan gesorteerd op thema. De eerste paar zinnen zijn gratis, voor de rest van het verhaal vraagt Niuzly een micro payment van 5 tot 30 cent.

Aanvankelijk was het idee achter deze kiosk niet veel anders dan dat van Blendle. Dinulescu was op zoek naar een manier waarop consumenten alleen nog maar hoeven te betalen voor nieuws dat ze ook echt willen lezen, en kwam uit bij een online kiosk. Hij ging in gesprek met grote partijen als The New York Times en de Financial Times, maar dat liep op niets uit: “Niemand wilde de eerste zijn. Het zijn dinosaurussen die ontzettend langzaam bewegen.” De ondernemer besloot zich te gaan richten op het ontwikkelen van het systeem, in de hoop dat mediaorganisaties zich in de toekomst wel aan hem wilden binden.

Journalisten willen wel

Min of meer verrast ontdekte Dinulescu gaandeweg dat individuele journalisten wel direct geïnteresseerd waren in zijn idee: “In Brazilië stuitten we op een goudmijn. In landen waar de overheid de media controleren is nauwelijks onderzoeksjournalistiek. Bij ons zijn journalisten vrij om te publiceren wat ze willen.” Van de 200 journalisten die inmiddels staan geregistreerd binnen het platform, komen er ongeveer vijftien uit Brazilië. Mogelijk onder pseudoniem, want die optie is na herhaaldelijk verzoek toegevoegd.

Niuzly legt journalisten sowieso veel minder beperkingen op, stelt Dinulescu. Ook in vergelijking met nieuwsorganisaties uit landen waar persvrijheid wel geldt. “Bij nieuwsorganisaties schrappen ze zo je halve artikel of veranderen zelfs de kop. Wij editen niet eens. We vertrouwen de auteurs en hun content. We keuren wel, want we willen geen horror, science fiction of seksverhalen. Maar dat doen we maar één keer, bij de aanmelding. Dan kijken we naar eerder geschreven werk.”

Opbrengst vooralsnog verwaarloosbaar

Of publiceren op Niuzly brood op de plank brengt is echter de vraag. Journalisten bepalen zelf de prijs van hun werk en zijn grotendeels zelf, via eigen sociale media-kanalen, verantwoordelijk voor de promotie ervan. Maar liefst tachtig procent van de opbrengst mag de journalist zelf houden, maar het tot nu toe best presterende verhaal is slechts 19 keer verkocht. Dinulescu: “Het is niet geweldig, maar we zijn pas net begonnen. Mensen weten Niuzly nog niet te vinden.” Inmiddels hebben zo’n honderd consumenten een account aangemaakt.

Geen overzicht van begenadigde nieuws-artikelen op de homepage van Niuzly dus, maar wellicht regelrechte scoops? Binnenkort gaat Dinulescu opnieuw praten met de nieuwsorganisaties. Hij wil het blijven proberen. Maar vooralsnog lijkt Niuzly een andere functie te gaan bekleden. Wie de weg van innovatie kiest kan op onverwachte plekken uitkomen, zo blijkt.

Lees meer

Reageer

Geef een reactie

*