Overambitieuze plannen matchen niet met verstikkende routines

Onderzoeker Quint Kik was vorige week bij de boekpresentatie van Klaske Tameling en zag opvallende gelijkenissen tussen haar onderzoek en onderzoek van het Fonds naar de nieuwsvoorziening in de regio. "‘En wat doen we online?’ laat goed zien wat ronkende verhalen over crossmediaal werken circa 2005, 10 jaar later in de praktijk hebben opgeleverd."

Blog: Quint Kik

“Het is natuurlijk niet helemaal goed, maar ik kom van de televisie en mijn primaire doel is dat het om acht uur goed is”. Een uitspraak, opgetekend uit de mond van een crossmediale coördinator van de NOS. Toen in het vorige decennium radio, tv en online deel gingen uitmaken van de ‘new newsroom’, stelde de publieke omroep redacteuren aan om dit proces in goede banen te leiden. De quote maakt in een notendop duidelijk wat daarbij over het hoofd werd gezien: de cultuur op de klassieke nieuwsredacties poets je niet zomaar weg met de laatste modegril op journalistiek gebied. Aldus ondervond de kersverse doctor in de journalistiek Klaske Tameling op drie landelijke nieuwsredacties waar zij onderzoek deed naar online strategieën.

Spijtig dat hoofdredacteuren in de verdediging schieten

Vorige week donderdag presenteerde zij haar promotie in boekvorm. Minstens zo tekenend als de hierboven aangehaalde quote ? Tameling’s boek staat vol met vergelijkbare, even ontluisterende als veelzeggende ontboezemingen ? waren de eerste reacties op haar promotie zelf de week ervoor. Enkele hoofdredacteuren haastten zich te zeggen dat de periode die het onderzoek beschrijft in het verleden ligt en zelfs dat het persbericht aangedikt zou zijn. Spijtig dat een boeiend eindproduct met zo veel nuttige inzichten hoofdredacteuren in eerste instantie in de verdediging doet schieten.

‘En wat doen we online?’ laat goed zien wat ronkende verhalen over crossmediaal werken circa 2005, 10 jaar later in de praktijk hebben opgeleverd: Journalisten die een geeltje aan hun computer moeten hangen om er dagelijks aan herinnerd te worden dat er ook online iets moet gebeuren. Overambitieuze plannen blijken niet goed te matchen met de verstikkende routines uit de dagelijkse praktijk die vorig jaar zo treffend door Kees Buijs werden omschreven. Verder helpt het niet dat tegen online journalisten net zo wordt aangekeken als dagbladjournalisten hun collega’s bij het lokale sufferdje aanschouwen: je bent van de tweede garnituur.

Gebrek aan online strategie nog aan orde van de dag

‘Heeft mijn onderzoek actualiteitswaarde?’ vroeg Klaske zich hardop af. Gelet op de onderzoeken die het Fonds de afgelopen drie jaar deed naar de nieuwsvoorziening in de regio heeft het er alle schijn van dat een gebrek aan online strategie nog altijd aan de orde van de dag is. Hoewel ons onderzoek zich richtte op lokale journalistiek en de output betrof ? d.w.z. het nieuws zelf, niet de productie ervan ? luidde ook hier één van de conclusies dat er online aanzienlijk minder nieuws te vinden is dan offline.

Meer dan dat: waar je in kleine gemeenten (>50.000 inwoners) in een week kunt rekenen op vijftien nieuwsberichten over lokale politiek, blijft dit online op een schamele zes. In meerderheid zijn dit korte nieuwsberichten, van verdiepende stukken is offline zeer beperkt sprake, online is dit nagenoeg afwezig. Zelfs het regionale dagblad laat hierin online geen ander beeld zien.

Veel harder op zoek naar potentiële publiek

Gebruik van lokaal nieuws liet in hetzelfde onderzoek zien dat ook hier nog een wereld valt te winnen. De digitale platformen van regionale en lokale nieuwsmedia worden bepaald niet bestormd door hongerige nieuwsconsumenten. Onderdeel van de noodzakelijke cultuurverandering op nieuwsredacties is dat er veel harder op zoek moet worden gegaan naar het potentiële publiek. Een plotseling wakker schietende twitteraccount van de hoofdredacteur is daarvoor lang niet genoeg.

Lees ook

Reageer

Geef een reactie

*