Regionale media hebben ANP niet nodig voor regionieuws

In het project ANP Regio wilde het ANP de mogelijkheden onderzoeken om door een combinatie van journalistiek handwerk en nieuwe technologie de journalistieke controle op de lokale en regionale democratie te versterken. Eind 2011 trok het ANP echter de stekker uit het project – teleurgesteld en wijzer. De inmiddels naar het AD vertrokken projectleider Rennie Rijpma vertelt waarom.

Het oorspronkelijke plan was de oprichting van een nieuwe, nationale nieuwsvoorziening, die het lokale en regionale nieuws dieper zou kunnen aanboren, bewerken en verspreiden. Onder de titel Gemeentewerken.nl zou een bundeling tot stand worden gebracht van nieuwe producten en diensten (met name een lokaal en regionaal correspondentennetwerk) met de expertise en het bereik van de landelijke persbureaus ANP en GPD. Goed plan, vond het Stimuleringsfonds voor de Pers, en honoreerde het in het kader van de Persinnovatieregeling met een subsidie van 800.000 euro.
Rennie Rijpma: "Het was ook wel een behoorlijk ambitieus project, ja. Maar de plannen stamden van eind 2009, begin 2010. De hele economie kwam toen net uit de eerste dip en iedereen keek toch weer optimistisch vooruit. Er diende zich een nieuwe verhouding tussen ANP en GPD aan en de GPD zou ook naar het ANP verhuizen. Mede van daaruit geredeneerd was het een mooi streven om samen iets op te tuigen."

Daar kwam het echter niet van. Vrijwel direct nadat het plan door het bestuur van het Stimuleringsfonds positief was ontvangen, begonnen de regionale media zich te roeren.
Rijpma: "Door weerstand van enkele bij de GPD aangesloten regionale kranten (met name die van Wegener – red.), die het plan niet zagen zitten, trok de GPD zich uit het project terug. Die weerstand heeft ons wel verrast, ja. Vanuit GPD en ANP waren de plannen in feite als handreiking bedoeld voor alle regionale media. Door dingen gezamenlijk te doen, zoals nu eenmaal het principe van persbureaus werkt, zouden de regionale media zelf zich meer onderscheidend kunnen opstellen en hun kracht en energie kunnen steken in de prioriteiten die zij stellen. Er is veel werk dat standaard overal gedaan moet worden en als je dat met een grote speler kunt doen, bespaart dat in de regio wellicht tijd en menskracht die weer ergens anders voor ingezet kan worden. Wij wilden samen met de regionale media bekijken waar hun behoeften lagen en hoe wij daarin zouden kunnen voorzien. Tot die stap zijn we eigenlijk niet gekomen, omdat zij vooraf al zeiden: dit is ons terrein en daar moeten jullie je niet op begeven."

Op dat moment, halverwege 2010, viel zowel de financiële als de daadwerkelijke participatie van de GPD weg. Is toen niet overwogen het gehele project te cancellen?
Rijpma: "De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de eindrapportage over het project en in dat verband heb ik me ook wel afgevraagd of we daar destijds niet langer bij stil hadden moeten staan. Met terugwerkende kracht is het nu makkelijk om te concluderen dat we ons toen beter hadden moeten realiseren wat de gevolgen konden zijn. Maar op dat moment was bij ons het enthousiasme over het project nog heel groot; we waren – misschien een beetje sterk uitgedrukt – toch in een euforische stemming met het idee dat we iets moois gingen opbouwen. Het is natuurlijk ook heel leuk als je aan iets nieuws kunt werken. De journalistiek wordt voortdurend geplaagd door allerlei tegenvallende cijfers; als er dan eens een heel mooi nieuw initiatief is, geeft dat veel energie. Dat de GPD eruit stapte, was een forse tegenvaller, maar we wilden ons daardoor niet direct uit het veld laten slaan."

De idealistische bril af

Het ANP stelde de plannen bij en doopte het project om in ANP Regio, bestaande uit twee componenten: het tot stand brengen van een fijnmazig netwerk van verslaggevers en burgercorrespondenten, en een IT-oplossing voor het filteren e.d. van digitaal beschikbare informatie. Wijzer geworden van de eerdere ervaringen werd besloten tot kleinschalige proefprojecten, met name in Friesland en Drenthe.
Rijpma: "Als persbureau heb je geen eigen publicatieplatform, dus voor alles wat je bedenkt en produceert, heb je een mediapartner nodig om over een kanaal naar de consument te kunnen beschikken. De Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden wilden wel een en ander met ons uittesten. Ook zij waren best wel sceptisch over onze plannen: ze moesten het allemaal nog maar zien, want wat heeft zo’n landelijke speler nu in de regio toe te voegen? Maar ze waren wel bereid om met ons naar de mogelijkheden te kijken."
November 2010 werd er in Friesland en een paar maanden later in Drenthe begonnen met de proef van ANP-correspondenten die regionaal en lokaal dieper geworteld waren en met interessante berichten voor de lokale en regionale media zouden moeten komen.
Rijpma: "Al snel bleek dat het aansturen van zo’n project vanuit Rijswijk, waar ik zat als projectleider, heel moeilijk is. Hoewel Friesland me allerminst onbekend is, merkte ik dat ik toch behoorlijk op afstand zat. Je kunt dan geen sturing geven en veel informatie bereikt Rijswijk niet. Correspondenten kunnen dat deels nog wel zelf opvangen, maar wat we bij de Leeuwarder Courant merkten is dat zij het heel vaak te klein nieuws vonden, of nieuws dat al op een andere manier tot hen kwam. Bij het Dagblad van het Noorden lag dat anders. De berichten van onze correspondent hadden voor hen wel toegevoegde waarden, maar in het gebied waar hij zat was er eigenlijk gewoon te weinig nieuws en dan is het moeilijk een continue productie op gang te brengen."

Behalve met tekstcorrespondenten werd met name in Friesland ook geëxperimenteerd met een videoproject, waarbij nieuwsitems werden aangeleverd voor de internetsite van de Leeuwarder Courant.
Rijpma: "De LC heeft zelf een camjo-man in dienst, maar die kan natuurlijk niet alles zelf doen. Dus dan voeg je al snel iets toe als je wat maakt. Die video-items voldeden daarom beter aan de vraag van de krant. Maar als je verder keek, waren ook hier weer de bezwaren van kracht zoals die golden voor de tekstcorrespondenten: te klein nieuws, d.w.z. leuk om te weten maar niet fantastisch genoeg om er makkelijk mee de boer op te gaan. Nog nadrukkelijker dan bij de tekstcorrespondent ook te hoge kosten. Plus een te kleine afzetmarkt."
Gelijkluidende conclusies moesten getrokken worden uit een proefproject waarin fotografie en video-items geleverd werden aan het Utrechtse stadsplatform Duic.nl: voor het platform, een net startende onderneming, was het materiaal uiterst welkom, maar ook hier was het heel lastig om tot een rendabel model te komen.

Dus wat jullie ook deden, je kreeg steeds te horen dat de toegevoegde waarde te beperkt was en het product te duur?
Rijpma: "De regionale en lokale media onderscheiden zich door hun berichtgeving over die regio; dat is hun kracht en core business. Wat je daarin als buitenstaander, zoals een persbureau, ook wilt doen, je raakt dan al vrij direct het hart van hun bestaansrecht. In de loop van het project ben ik me veel meer gaan realiseren wat dat voor hen betekent; onze idealistische bril is afgegaan. Ik bedoel: als Reuters tegen het ANP zou zeggen dat zij voor ons het nieuws in Nederland gaan doen en wij dat niet meer zelf hoeven te doen, dan zeggen wij ook: ja dáág, daar zijn wij veel beter in."
"Nu klinkt het natuurlijk vrij dom dat je dat niet van tevoren bedenkt. Maar wij dachten echt daar nog een rol in te kunnen spelen met datgene wat een persbureau ook doet: het snelle nieuws, de korte berichten in welke vorm dan ook – foto, video, tekst – zodat die regionale en lokale media meer gelegenheid krijgen om de diepte in te gaan. Gaandeweg werden we dus steeds meer teleurgesteld,… ontnuchterd."

Zakelijke markt

Een van de peilers onder het verdienmodel van ANP Regio vormde de zakelijke markt. Zodra er een regelmatige productie in een regio op gang was gebracht, zouden bedrijven en gemeenten in die regio benaderd kunnen worden voor bijvoorbeeld een knipseldienst, zoals het ANP dat ook landelijk doet.
Rijpma: "Als de content goed genoeg is om aan zakelijke partijen aan te bieden en we de kosten relatief laag kunnen houden, heb je niet veel klanten nodig om uit de kosten te komen. Vanaf het begin heeft het ANP in dit project gezeten met als uitgangspunt dat we er niet rijk van hoeven te worden. Het had ook een idealistische inslag. Wij vonden dat er voor het persbureau een taak lag om in de lokale en regionale nieuwsvoorziening te voorzien. Daarbij wilden we geen grote verliezen maken, maar dat het geen enorme brok aan inkomsten zou zijn, was van het begin af aan duidelijk. Het ging dus eigenlijk vooral om het zoeken naar een model waarin de investeringen en de kostprijs ongeveer gedekt werden. Mocht je dat uit kunnen rollen naar een landelijk model, dan zijn er wellicht enkele regio’s waarin wat winst gemaakt wordt, waarmee je de kosten zou kunnen dekken voor de regio’s waar geen winst is. Zover is het niet gekomen. De berichten waren er niet goed genoeg voor, dat wil zeggen het ontsteeg het niveau van te klein nieuws niet: leuk om te weten, maar zonder noodzaak."

Later is onderzocht of een nieuw te ontwikkelen IT-oplossing hier soelaas zou kunnen bieden. Er werd een serieus begin gemaakt met de ontwikkeling ervan en er werden gesprekken gevoerd met diverse landelijke spelers als het Openbaar Ministerie, de Ombudsman, VNG, CBS, etc.
Rijpma: "Wij boden hen aan hun informatie regionaal te gaan uitventen. De meeste partijen reageerden heel enthousiast. Zij voelden allemaal een behoefte op dat gebied. Het zijn organisaties met een zee aan informatie, maar om dat gekanaliseerd naar buiten te brengen is een probleem waar zij dagelijks tegenaan lopen. Op het moment dat we bespraken hoe we e.e.a. vorm zouden moeten geven, werd de bal echter direct teruggespeeld. Dat hield in dat wij zelf alles zouden moeten gaan ontwikkelen en er bij die partijen niet de bereidheid bestond er financieel in te stappen, maar ook niet om er technisch in te participeren. En dan heb je een probleem. Want op zich zouden wij wel alles kunnen inrichten, maar als een organisatie niet echt in het project participeert, kan het morgen besluiten om een andere website of een ander systeem neer te zetten en loopt alles in het honderd. Je hebt wederzijdse betrokkenheid nodig om zo’n project succesvol tot stand te brengen. En iedereen was wel van goede wil en enthousiast, maar die bal werd meteen teruggespeeld."

In een proefgebied in Friesland is vervolgens nog gekeken wat het ANP zelf, zonder de participatie van die grote organisaties, aan informatie binnen zou kunnen halen, maar het resultaat stemde niet vrolijk.
Rijpma: "Al snel bleek dat als je daar echt werk van zou maken, je een gigantische brij aan informatie binnen zou halen. Om uit die brij de nieuwswaardige data te halen, kost weer veel tijd en energie. Als je er kritisch naar keek, haalde je eigenlijk een enorme hoeveelheid bagger binnen en slechts een heel klein deel relevante informatie. Het idee was om door middel van de IT-oplossing menskracht te besparen, maar dat ging zo helemaal niet werken."

Focus

De volgende stap in dit "learning by doing"-proces was het aanbrengen van meer focus in het eigen ANP-aanbod, met behulp van IT. Het persbureau heeft een nieuwsagenda die alom gebruikt en gewaardeerd wordt. Daarnaast heeft het een alarmeringsfunctie: het als eerste brengen van groot nieuws. Toegespitst op die twee functies zou het ANP, ondersteund door IT, wellicht een nuttig aanbod aan de lokale en regionale media kunnen realiseren.
Rijpma: "Daarvoor hebben we een pilot opgezet in de provincie Utrecht, met andere partijen dan in het eerdere project. We hebben daar naar alle websites van de gemeenten en daarmee verbonden organisaties en instanties gekeken, om vooral agendamatig te zien wat er gebeurt en wat er speelt. Samen met IT-ontwikkelaars hebben we een opzet gemaakt en dat zag er allemaal best goed uit. Alleen was het heel erg duur in verhouding tot wat ons voor ogen stond – en dan ging het nog slechts om Utrecht, terwijl wij het natuurlijk graag wilden uitrollen over het hele land."

Met die constatering op zak werd besloten een pas op de plaats te maken: geen verdere proeven meer, maar een marktonderzoek.
Rijpma: "Wij vonden het een mooi idee, maar vond de rest van Nederland dat ook? Het onderzoek naar wat wij noemden "de agenda van Nederland" richtte zich op de vraag of we de agenda die we nu op landelijk niveau maken, ook op regionaal en lokaal niveau zouden kunnen voeden en of daar behoefte aan was. Wij waren daar heel hoopvol over, ook omdat we meenden daarmee een service te verlenen die minder bedreigend zou zijn voor de regionale media. Je produceert immers niet echt het nieuws, maar je reikt het alleen maar aan. Het marktonderzoek wees echter uit, dat ook dat door de regionale media heel erg als hun terrein werd gezien. En ze stelden, en dat was ook wel terecht, dat het ANP als landelijke speler dit nooit goedkoper zou kunnen doen dan zijzelf."

Heb je dat onderzoek landelijk laten doen?
Rijpma: "In meerdere regio’s. We hebben een dwarsdoorsnede van Nederland gemaakt en verschillende media benaderd. Maar ook de zakelijke klanten, omdat we de regionale agenda ook aan bedrijven beschikbaar wilden stellen. Er bleek zegge en schrijven één bedrijf te zijn dat daar belangstelling voor had. Het was ongeveer eind september toen dat bekend werd. We hebben toen de koppen bij elkaar gestoken, en hoewel het voor het ANP heel makkelijk was geweest om nog van alles te onderzoeken of proefprojecten op te zetten, hebben we toen op grond van alle bevindingen besloten het project stop te zetten."

Laatste vraag. In het rapport van de commissie Brinkman – de aanleiding voor de Persinnovatieregeling – stond dat er gaten ontstaan in de journalistieke controle van de lokale en regionale democratie. Na afsluiting van het Regio-project meldde het ANP in een persbericht dat dit wel meeviel. Op basis waarvan werd die bewering gedaan?
Rijpma: "Voor we met de eerst proefprojecten van start gingen, hebben we gekeken naar wat er aan lokale en regionale media verschijnt. Dat hebben we niet voor heel Nederland gedaan, maar voor een aantal provincies, acht in totaal. Daarbij hebben we gekeken naar wat daar verschijnt en dat hebben we op een kaart proberen te leggen, met als vraag: zie je dan gaten? Om dat nu een onderzoek te noemen… dat zijn wat grote woorden. Het was gewoon een inventarisatie van wat er verschijnt en daarbij is niet gekeken naar de kwaliteit. Als je zo de kaart van Nederland bekijkt, zie je geen gaten. Ik vond dat een eye-opener; er is een enorme lappendeken aan media – van regionale omroep en regionale krant, tot allerlei lokale initiatieven of groot-lokale websites. Voor zo’n bewering als in het rapport Brinkman gedaan werd, zou je dieper onderzoek moeten doen en dat hebben wij natuurlijk niet gedaan."
"Omdat de gemeente Renswoude een journalist in dienst heeft genomen om de lokale berichtgeving te verzorgen, kun je ook niet concluderen dat de journalistieke controle van de lokale democratie faalt. Het project dat wij in zuid-oost Drenthe deden, waar we met twee correspondenten werkten, wees bijvoorbeeld uit dat in sommige gemeenten dusdanig weinig nieuwswaardigs gebeurt, dat het voor de media in die regio niet interessant genoeg is om daar naartoe te gaan – en dat is het dan voor ons ook al heel snel niet. De media zijn in die zin denk ik ook steeds meer bedrijven geworden. Vroeger had je de luxe om een verslaggever een hele avond bij een raadsvergadering te hebben, tegenwoordig wordt er een kosten-baten-analyse gemaakt. Vroeger werd er ook veel meer verslag gedaan na een vergadering, nu wordt alles wat op zo’n vergadering gaat gebeuren naar voren gehaald. Vooraf ga je de partijen langs, de standpunten van de partijen zijn bekend – dus als er vanavond vergaderd wordt, staat het vandaag in de krant en niet morgen. De pure verslaggeving verdwijnt een beetje uit de journalistiek. Maar dat is niet hetzelfde als het falen van de journalistieke controle van de lokale democratie."

Lees het eindverslag

Reageer

Geef een reactie

*