Van beursbericht naar rijke kranteneigenaren

Quint Kik is onderzoeker bij het Stimuleringsfonds en verwoed muziekliefhebber. Om niet geheel te verdrinken in de cijfers van zijn huidige onderzoek naar de waakhond in de regio, blogt hij in zijn vrije tijd wekelijks over ‘lofzangen’ op de pers. Deze week: beursberichten.

Niet weg te denken uit kranten met een serieuze economie-sectie: een pagina met beurskoersen. Van de Financiële Telegraaf tot NRC Handelsblad: allemaal ruimen ze er plek voor in. Zoals een land met een eigen beursindex betaamt, beschikt Nederland natuurlijk ook over zijn eigen Financieele Dagblad (FD).

Het FD heeft wortels die teruggaan tot de in 1796 gestichte Prys-Courant der Effecten. In de oorlog ontstond hieruit de huidige beurskrant voor beleggers van uitgever Sijthoff. Met ingang van september 2007 besloot de redactie om de krant voortaan op zalmroze papier te drukken, in de eerste plaats vanwege de associatie met de andere grote zakenkranten. Een tweede niet onbelangrijke reden: het FD was bang dat een mogelijk te verschijnen gratis concurrent met de zalmroze status aan de haal zou gaan.

Derk Sauers gratis concurrent

Die concurrent zou zomaar van Derk Sauer geweest kunnen zijn, die in 2005 veel succes oogstte met een gratis financieel dagblad op de vierkante kilometer van de Londense City. De mediatycoon die tot eind vorig jaar zijn voormalige Russische media-imperium voor Sanoma bestierde, liep in 2007 rond met plannen om zijn gratis zakenkrant City A.M. uit te breiden naar andere Europese steden, waaronder Amsterdam.

Zover kwam het echter niet; wel nam hij in 2010 samen met de familie Brenninkmeijer NRC Handelsblad over van De Persgroep. Sauers opvatting dat kranten zich moeten richten op achtergrondinformatie en de nieuwsberichten beter kunnen overlaten aan snellere media, botste met de principes van redactionele onafhankelijkheid; de toenmalig hoofdredacteur hield het al gauw voor gezien.

Chicago Tribune en LA Times

Van een heel ander kaliber bleek de nieuwe eigenaar van de Chicago Tribune en de LA Times in 2007: in een interview beet vastgoedmagnaat Sam Zell de verzamelde journalisten statements toe als "I wanna make enough money so I can afford you" en "Hopefully, we get to the point where revenue is so significant we can do puppy dogs and Iraq". New York Times-journalist David Carr, schreef een onthutsend artikel over Zells praktijken.

In een notendop: nadat Zell zich de Tribune had toegeëigend met bakken geleend geld, plaatste hij een voormalig radio-dj aan het hoofd om de ingeslapen bedrijfscultuur op te schudden. Binnen een jaar verwerd de Tribune van een conservatief bolwerk tot een studentenhuis a la Animal House, streken bestuurders vette bonussen op ten koste van duizenden ontslagen journalisten en was de krant zo goed als failliet. Geen wonder dat afgelopen week alle ogen gericht waren op Jeff Bezos: wat gaat de nieuwe eigenaar van The Washington Post met zijn nieuw verworven krant doen?

Artiest als goedlopend bedrijf

Voor de benadering van de artiest als een goedlopend bedrijf moeten we terug naar 1981 en do it yourself-punkmessias Bob Last. Nadat hij als manager van de Human League de band liet imploderen, deed hij in zijn vakantiehuis de gedesillusioneerde League-toetsenist Marin Ware het voorstel om in plaats van een nieuwe band een heuse mini-corporatie op te richten: British Electric Foundation.

Artiesten zouden tegen een vast bedrag ingehuurd en even makkelijk weer ontslagen kunnen worden: buitengewoon handig in de economisch woelige periode van de vroege jaren tachtig. De enige vaste waarden in de corporatie bestonden uit huisorkest Heaven 17 en director of strategy Bob Last.

Kille deals tussen kantoorflats

Het debuutalbum van Heaven 17 weerspiegelde de benadering van artiesten als bedrijven. Op de hoes van het album beklinken de bandleden als gladde zakenlieden hun kille deals te midden van kantoorflats. De dieperliggende bedoeling hierbij was het doorprikken van de jaren zestig-mythe dat een muzikant niet zou geven om geld. De subtiele parodie ontging de meesten; op het eerste gezicht leek Heaven 17 vooral bezig te zijn met een lofzang op het snelle geld.

Iets wat bevestigd wordt in een mooie quote uit Simon Reynolds postpunk-bijbel Rip It up and Start Again, waarin Martin Ware constateert dat hij tot op de dag van vandaag door beursmakelaars wordt erkend als inspiratiebron. Terecht merkt Reynolds op dat een zichzelf benoemde hitfabriek onherroepelijk in de problemen komt als niemand geïnteresseerd blijkt in de producten die van de lopende band afkomen. Uiteindelijk kon dus ook Heaven 17 de verleiding niet weerstaan en transformeerden de corporatie zichzelf in een doodordinaire popgroep.

Kijk en luister

Te vinden op Penthouse and Pavement – 2006 remaster w. bonus tracks.

Reageer

Geef een reactie

*