Wat de NSA doet is niet zo nieuw’

De militaire voorlichtingsdienst is geen moderne uitvinding: ook in de jaren ‘40 werd bepaald of en hoe informatie uit het oorlogsgebied zijn weg vond naar de burger. Louis Zweers onderzocht de militaire voorlichtingsdienst ten tijde van de politionele acties in toenmalig Nederlands-Indië. "De media werden ingepakt door de voorlichtingsdiensten."

Door: Sean van der Steen

Kunst- en fotohistoricus Louis Zweers promoveert vandaag aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn onderzoek naar de verhoudingen tussen de media en de militaire voorlichtingsdiensten in de periode 1945-1949.

Het Fonds steunde het onderzoek van Zweers met 3.500 euro vanuit de Sponsorregeling. Uit het onderzoek blijkt dat de media het onderspit dolven tijdens het conflict. Bovendien hadden de militaire voorlichtingsdiensten weinig respect voor de persvrijheid.

"In eerste instantie was de censuur die de militaire voorlichtingsdiensten toepasten beperkt, later werd de censuur volledig", vertelt Zweers. "Tijdens de tweede politionele actie in december 1948 werd de onafhankelijke pers niet meer toegelaten. Alleen werknemers van de voorlichtingsdiensten mochten mee bij operaties. Hier is dus sprake van een monopoliepositie. Het gevolg is natuurlijk uniforme berichtgeving over het militaire optreden."

Vergelijking met het NSA-schandaal

De onafhankelijke journalisten werden, voor zover ze aanwezig waren, in de gaten gehouden door de voorlichtingsdiensten, aldus Zweers. Dankzij archiefonderzoek weet hij hoe dit precies in zijn werk ging. "Telegrammen gingen toen nog via de kabel en er was één telegraafkantoor in Batavia. De telegrammen van journalisten werden onderschept en, indien nodig, vertaald – want ook de internationale pers werd in de gaten gehouden." Die telegrammen vonden vervolgens gewoon hun weg naar de redacties. Soms hadden journalisten door dat hun telegrammen werden onderschept. Zweers: "Het kwam voor dat de militaire top iets zei over een artikel dat nog niet was gepubliceerd."

“De telegrammen van journalisten werden onderschept en, indien nodig, vertaald.” Militairen vs. media in Ned.-Indië. Tweet dit

Daarom is het historisch onderzoek van Zweers toch opvallend actueel. "Als je dit vergelijkt met het NSA-schandaal waar heel Europa nu zo woedend over is, kun je zien dat dergelijke praktijken toen ook gebeurden. Zo nieuw is het niet." Ook de legitimatie voor de afluisterpraktijken is vergelijkbaar: "De legitimatie in het geval van Indië was dat er een oorlog aan de gang was. En Amerika zegt dat ze in een oorlog met het terrorisme zijn verwikkeld."

‘Media zijn ingepakt door de voorlichtingsdiensten’

"Wanneer een pantserwagen op een bermbom rijdt," vervolgt Zweers, "opent het journaal daarmee. Misschien komt er zelfs een generaal in de studio die vertelt wat er precies is gebeurd. Als je dat vergelijkt met Java: in de eerste helft van 1949 reden ongeveer 500 pantserwagens op landmijnen. Daar is in de pers helemaal niets van te vinden."

Het grote verschil is natuurlijk dat foto’s vandaag de dag wél beschikbaar zijn en verspreid worden. "Nu heeft iedereen een mobieltje met camera, toen waren er alleen brieven die soldaten naar huis stuurden", vertelt hij. "De communicatieoorlog is een ongelijke strijd geweest. De regeringsgezinde media, die meer toegang hadden dan de onafhankelijke media, zijn ingepakt door de voorlichtingsdiensten. Ze waren compleet afhankelijk van het leger. Als ze kritisch gingen schrijven hield het natuurlijk op."

Opzeggende abonnees door kritische verhalen

De onafhankelijke media, veelal linkse kranten, hebben wel kritische stukken geschreven, maar er was niet genoeg informatie voorhanden. Sommige brieven van soldaten met horrorverhalen werden gepubliceerd, maar zonder veel effect op de publieke opinie. Een onderzoek in die tijd wees uit dat 62 procent van de bevolking vóór ingrijpen in de kolonie was, vertelt Zweers. "Bovendien, mede doordat ze kritisch schreven over de oorlog, zegden veel abonnees hun abonnement op. Ze waren het niet eens met de antikolonialistische opstelling van de redactie. Die media liepen in feite voor de troepen uit."

Zweers concludeert dat de militaire voorlichtingsdiensten de agenda bepaalden. "Het nieuws over de strijd in Indië had de neiging om het conflict te neutraliseren en het ingrijpen te rechtvaardigen. Het was dus een kwestie van framen. Het hele gedoe over Indië blijft nog steeds hangen, we worden er eigenlijk min of meer door gegijzeld in Nederland. En dat heeft mede te maken met het feit dat heel veel zaken toen niet goed zijn belicht."

Het proefschrift van Zweers verschijnt als handelseditie onder de titel ‘De gecensureerde oorlog’ bij uitgever Walburg Pers, ISBN 978.90.5730.939.7.

Reageer

Geef een reactie

*