Website is nog steeds verlengstuk van regionale krant

Al jaren hebben regionale kranten websites, en toch blijft internet er een ondergeschoven kindje. Dat concludeerde onderzoeker en oud-journalist Kees Buijs. De productieritmes van de kranten zijn in de afgelopen jaren straffer geworden en de journalistieke cultuur zorgt ervoor dat redacteuren vasthouden aan ‘papier’. Redacties moeten meer discussiëren, meent Buijs. "Als de kranten zo blijven werken als ze nu doen, gaat over tien jaar het licht uit."

Door: Dorien Vrieling

Voor het onderzoek Regiojournalistiek in spagaat. De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; kerntaken en spanningsvelden stelde het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek 45.000 euro ter beschikking aan het Katholiek Instituut voor Massamedia (KIM).

Verzuipen in de informatie

37 jaar werkte Kees Buijs in de journalistiek, onder andere bij De Gelderlander. Toen hij voor zijn onderzoek op redacties kwam, werd hij dan ook niet als onderzoeker ontvangen, maar als collega-journalist. "Er werd me ontzettend veel verteld, ik hoefde er vaak helemaal niet om te vragen. Dat had voor- en nadelen: ik zat nooit om informatie verlegen, maar dreigde er op een gegeven moment wel in te verzuipen."

Buijs’ case study naar de kwaliteit van regionale dagbladjournalistiek is het vervolg op een eerder onderzoek – Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk – dat hij ook uitvoerde voor het Katholiek Instituut voor Massamedia (KIM). In dat literatuuronderzoek ontwikkelde hij een model voor het meten van de kwaliteit van journalistiek op redacties, dat hij bij het vervolgonderzoek inzette.

Het model gaat er vanuit dat in de journalistieke opvattingen over kwaliteit patronen te zien zijn aan de hand waarvan het dagelijkse redactieproces onderzocht kan worden. Daarvoor zijn observaties, inhoudsanalyses en gesprekken met redacteuren over hun keuzes en afwegingen nodig. Buijs besloot editieredacties onder de loep te nemen, vanwege de prominente rol die ze spelen bij regionale kranten. "Het zijn belangrijke nieuwsverschaffers, niet alleen voor de regio’s: ook landelijke media nemen er veel nieuws van over." Voor het onderzoek bezocht Buijs de Arnhemredactie van De Gelderlander en de redacties Oss en Tilburg van het Brabants Dagblad.

Pagina’s vullen

Toen hij de redacties voor het eerst bezocht werkte Buijs al bijna tien jaar niet meer in de journalistiek. In die tijd was de rol van het internet in de journalistiek ingrijpend veranderd – dacht hij. Buijs: "In de laatste jaren dat ik bij De Gelderlander werkte hadden we wel een website, maar dat was een verlengstuk van de krant. De krant ging altijd vóór. En dat is nog steeds zo. ’s Ochtends vroeg is op editieredacties het uitgangspunt: we hebben dertien pagina’s te vullen, wat komt er op de 1, waarover gaat de spread op 2 en 3? Alleen bij grote themaproducties wordt er crossmediaal gewerkt."

Aanvankelijk richtte hij zich op de verschillen tussen de redacties, maar de onderzoeker vond de overeenkomsten eigenlijk veel interessanter. Behalve de productiedruk viel hem ook de gemeenschappelijke journalistieke cultuur op. Die twee zaken verklaren volgens hem waarom internet nog steeds een ondergeschikte rol speelt. "Dagbladjournalisten hebben hun professionele kunnen geïnvesteerd in de krant, en daar horen bepaalde normen en waarden bij. Als je plotseling heel anders moet werken, voel je je geen journalist meer. De krant biedt met haar ruimte voor verdieping nog altijd meer prestige dan het snelle nieuws." Geldt dat alles niet vooral voor oudere redacteuren? Zeker niet, zegt Buijs. "Jongere redacteuren houden soms zelfs méér vast aan bestaande journalistieke kaders."

Hardnekkige patronen

Het onderzoek liep vertraging op toen Buijs van focus veranderde. Daar komt bij dat het anders dan zijn eerste boek een proefschrift werd, met als gevolg dat hij zijn rapport heel wat keren heeft moeten aanvullen en herschrijven. "Het is alweer een paar jaar geleden dat ik op de redacties rondliep, en daardoor zit het onderzoek niet boven op de actualiteit. Dat is niet erg, want het gaat om een analyse van hardnekkige patronen, die niet een-twee-drie verdwijnen."

De oud-journalist wil de editieredacties beslist niet afvallen. "Ze zijn niet te benijden. Bij een concern als Wegener wordt steeds weer bezuinigd, terwijl er van redacteuren een even grote motivatie wordt verwacht. Het is bewonderenswaardig hoeveel journalisten hun vak nog steeds prachtig vinden." Maar hij wil ze ook niet vrijpleiten. Redacteuren zouden zich meer moeten uitspreken over de journalistieke koers, zegt Buijs. Hij hoopt dan ook dat zijn onderzoek discussie ontketent op redacties. "Redacties gunnen zichzelf geen tijd om te praten over de journalistieke koers, maar het stoort een deel van de redacteuren wel. Waarom kaart je dat dan niet aan, vroeg ik wel eens aan de redacteuren. ‘Heeft toch geen zin,’ zeiden ze dan. Dat moet veranderen. Als de kranten zo blijven werken als ze nu doen, gaat over tien jaar het licht uit."

Lees meer

Reageer

Geef een reactie

*