Wees duidelijk over de risico’s: lessen over misinformatie en het coronavirus

corona

Terwijl het coronavirus zich verder over de wereld verspreidt, lijken veel mensen zich te hebben omgeschoold tot epidemioloog of statisticus, met een hoop ruis op sociale media als gevolg. En buiten die goedbedoelde meningen zijn er ook mensen die bewust onjuiste informatie verspreiden. Het Reuters Instute zet daarom zeven feiten op een rij die journalisten helpen om te gaan met al deze misinformatie.

‘Met 50 procent van de kennis, moeten we 100 procent van de besluiten nemen’, aldus Mark Rutte tijdens een persconferentie over maatregelen tegen het coronavirus. Dat zelfs de minister-president van Nederland niet zeker weet wat wijsheid is, illustreert dat er ook sprake is van een ander probleem dan zorgcapaciteit: een gebrek aan kennis.

Een vacuüm als dit geeft, nog meer dan ‘normaal nieuws’, ruimte aan onrust die wordt veroorzaakt door het verspreiden van onjuiste informatie. Zo deed er al een Whatsapp-bericht de ronde van een arts uit Breda. Dit bericht was bewust verdraaid, waardoor het leek alsof zijn ziekenhuis al in Italiaanse toestanden verkeerde. Het creëren en verspreiden van zo’n bericht terwijl je weet dat het misleidend is, wordt desinformatie genoemd. Een bericht verspreiden waarvan je niet wéét dat het incorrect is, zoals veel bezorgde mensen waarschijnlijk hebben gedaan met het bericht van de arts, is misinformatie.

Het Whatsapp-bericht is niet het eerste geval van misinformatie rond het coronavirus, en zal ook niet het laatste zijn. Daarom heeft het Reuters Institute for the Research of Journalism zeven resultaten uit eerder onderzoek op een rij gezet, die journalisten een handvat bieden bij de omgang met misinformatie tijdens de huidige pandemie.

1. De meeste mensen belanden via een zijdeur bij het nieuws

Onderzoek wijst uit dat sociale media en zoekmachines een centrale rol spelen in de verspreiding van zowel correcte informatie als misinformatie. Krap een derde van de onderzochte nieuwsgebruikers gaat direct naar een specifieke nieuwswebsite, de rest vindt hun nieuws via platforms waar onjuiste informatie vrij spel krijgt. De strijd tegen misinformatie moet dus niet alleen gevoerd worden door journalisten, maar ook door de techbedrijven die de verspreiding faciliteren.

Hoe mensen hun nieuws vinden. Bron: Reuters Institute.

 

2. Nieuws dat wordt gevonden via een zijdeur, wordt minder vertrouwd

Het vertrouwen in nieuwsorganisaties neemt al jaren in bijna alle landen af, maar nieuws dat wordt gevonden via social media en zoekmachines wordt nog minder vertrouwd dan nieuws dat direct van de bron komt. In de landen die werden onderzocht voor het Digital News Report van 2019, heeft gemiddeld 42 procent vertrouwen in nieuws in het algemeen. Nieuws dat wordt gevonden via zoekmachines wordt door 33 procent vertrouwd, en nieuws via sociale media maar door 23 procent. Ook het nieuws dat wel feitelijk juist is, wordt dus vaak gewantrouwd.

De mate waarin mensen het nieuws vertrouwen wat ze zien. Bron: Reuters Institute.

 

3. Veel mensen zijn bezorgd over hun vaardigheden om nep en echt te onderscheiden

55 procent van de respondenten in het Digital News Report gaf aan niet te vertrouwen op hun vermogen om onderscheid te maken tussen wat nep en echt is op het internet. Wel varieert dit heel sterk per land. In Brazilië maakt 85 procent van de mensen zich zorgen of wat online staat wel echt is, in Nederland (31 procent) hebben we meer vertrouwen in ons eigen beoordelingsvermogen. Het Reuters Institute waarschuwt ervoor dat deze zorgen over waarheid en authenticiteit een verlammend effect kunnen hebben wanneer mensen tijdens een crisis als deze op zoek zijn naar informatie over wat te doen.

De zorgen van inwoners in verschillende landen over of nieuws echt of nep is. Bron: Reuters Institute.

 

4. Mensen worden vaker blootgesteld aan slechte journalistiek dan aan verzonnen verhalen (zeggen ze zelf)

 Er zijn veel (terechte) zorgen over al dan niet Russische trollen en pulpsites die het internet volpompen met onzin. Maar deelnemers uit Reuters’ onderzoek in 2018 gaven aan vaker te worden blootgesteld aan slechte journalistiek en politieke propaganda dan aan verzonnen verhalen. Dus: terwijl betrouwbare informatie van autoriteiten en nieuwsmedia essentieel zijn tijdens deze pandemie, zijn er ook veel nieuwsgebruikers sceptisch over politici met belangen en clickbait.

De mate waarin mensen zich zorgen maken over een type misinformatie en hoe ze daaraan blootgesteld worden. Bron: Reuters Institute.

 

5. Misinformatie moedigt mensen aan om meer te vertrouwen op bronnen met een goede reputatie

Het Reuters Institute ziet indicaties dat alle zorgen over misinformatie leiden tot meer affiniteit met betrouwbare nieuwsmerken. Een kwart van de nieuwsgebruikers die in 2019 onderzocht werden, zei dat ze sinds kort vertrouwden op ‘bronnen met een betere reputatie’ – in de VS was dit zelfs 40 procent. Ook zei een kwart dat ze minder accurate bronnen niet meer gebruikten.

6. Pulpnieuws over gezondheid krijgt soms meer aandacht dan informatie van nieuwsorganisaties

In een aantal Europese landen trok veel gedeelde misinformatie vaak minder online verkeer aan dan gevestige nieuwsmerken, ontdekte Reuters in het verleden. Toch genereerden in sommige gevallen sites met dubieus gezondheidsnieuws meer Facebook-interacties dan nieuwsorganisaties. Dus ook al delen overheden en nieuwsmedia waardevolle informatie via sociale media, er wordt via die platforms ook nog steeds onzin verspreid.

7. Risico’s benoemen moedigt de juiste actie aan

Het Reuters Institute heeft eerder onderzoek gedaan naar het taalgebruik van nieuwsmedia bij de verslaggeving over complexe onderwerpen als wetenschap, technologie en gezondheid. Hierbij worden risico’s vaker besproken met veel mitsen en maren, omdat wetenschappers het vaak ook niet zeker weten.

Ook rond het coronavirus is nog veel onzeker, maar volgens het Reuters Institute is het goed als journalisten niet met meel in de mond praten. Te veel nuance over voors en tegens kan namelijk de suggestie wekken dat het beter is om niet actie over te gaan totdat zekerheid is bereikt, terwijl de problemen rond het coronavirus zo goed als zeker toenemen als de actie uitblijft. Duidelijker zijn over risico’s, bijvoorbeeld door deze te simuleren met grafieken, kan mensen meer zekerheid geven in het afwegen van misinformatie – en hen zo aanzetten tot de juiste actie. Zoals je handen wassen en – voorlopig – binnenblijven.

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde Communicatiewetenschappen en behaalde zijn Master-titel voor Media en Journalistiek. Als freelance journalist werkt hij voor onder meer de Volkskrant, SvdJ.nl en Omroep West.