Nieuws

Promoveren op je eigen journalistieke bedrijf

Nieuws

De Rijksuniversiteit Groningen wil het moderne journalistieke landschap in kaart brengen, waarin de klassieke newsroom verdwijnt en commercie oprukt. Journalistieke startups worden op de werkvloer gevolgd – ook die van de onderzoekers zelf. “Het kan heel relevant voor het onderzoek zijn als mijn bedrijf faalt.”

Onder leiding van universitair hoofddocent journalistiek Tamara Witschge doet een groep wetenschappers aan de Rijksuniversiteit Groningen tot 2020 onderzoek naar journalistiek ondernemerschap. Aan de ene kant is de aandacht bij journalistieke opleidingen voor ondernemerschap de laatste tijd enorm gegroeid: studenten moeten het gereedschap krijgen om hun eigen broek op te houden nu vaste contracten bij redacties dun gezaaid zijn. Aan de andere kant woedt de discussie over de mate waarin de publieke functie van de journalistiek onder druk staat. Is het mogelijk om de burger van betrouwbare, onafhankelijke en onpartijdige informatie te voorzien als je tegelijkertijd ook commercieel moet denken om je hoofd boven water te houden?

We willen nieuwe vormen van journalistiek van binnenuit ervaren

Het onderzoek wil de vinger op deze verandering leggen op een manier die je nog niet vaak ziet in de journalistiekwetenschap . Postdoc Frank Harbers: ”Entrepreneurship is een buzzword in de journalistiek waar nog weinig onderzoek naar gedaan is. Wij willen laten zien welke nieuwe vormen van journalistiek er zijn en hoe die werken door ze niet alleen van buiten te analyseren,  maar ze ook van binnen uit te ervaren.”

Schipperen

Daarvoor zijn in de eerste plaats promovendi Sofie Willemsen en Amanda Brouwers aangesteld die onderzoek gaan doen naar hun eigen journalistieke startup. Brouwers heeft net de site voor haar productiehuis voor innovatieve podcasts gelanceerd en is druk bezig met subsidieaanvragen. ”Met Podgront willen we experimenteren, bijvoorbeeld met verhaalstructuren en technieken. Maar eerst zijn we nog bezig met onderzoek naar de Nederlandse podcastluisteraar, daar is nog heel weinig over bekend.”

Promoveren op je eigen bedrijf gebeurt niet vaak en is niet gemakkelijk. Brouwers: ”Aan de ene kant is mijn bedrijf mijn dataverzameling, dat scheelt, aan de andere kant is het schipperen: soms is je aandacht vol nodig bij je onderneming, dan weer bij je dissertatie. Dat is één van de redenen dat ik gekozen heb om met partners te werken: als Podgront gaat lopen, hoef ik het niet stop te zetten omdat ik ook nog een promotieonderzoek moet schrijven. Al kan het natuurlijk ook heel relevant zijn voor het onderzoek als mijn bedrijf faalt.”

Kijkje in de keuken

Naast het onderzoek van de promovendi bestaat het onderzoeksproject uit een grote enquête onder journalisten in Nederland over ondernemerschap en veranderingen in de journalistiek, die Harbers samen uitvoert met Witschge. Die enquête wordt de komende jaren een aantal keren herhaald. Daarnaast nemen Harbers en Witchge ook een kijkje in de keuken bij enkele nieuwe journalistieke initiatieven. Harbers: ”Ik ben nu bezig met een inventarisatie. Die is heel breed, ik zoek bewust de grenzen van de journalistiek op. Er staat bijvoorbeeld ook een Gronings bedrijf op dat branded content maakt, maar wel vanuit het journalistieke principe van onafhankelijkheid.”

Onze inzichten moeten interessant zijn voor iedereen die in de journalistiek wil overleven

Uit die lijst kiezen Harbers en Witschge een aantal initiatieven waar ze verder in duiken. ”Op basis van interviews, mini-etnografieën: meekijken op de werkvloer, werkprocessen, ervaringen, emoties, frustraties observeren en tekstanalyse willen we hun opvattingen over journalistiek in kaart brengen en kijken waarin ze innovatief of juist traditioneel zijn.”

Het onderzoek heeft daarnaast ook een heel praktisch doel. Harbers: ”Uiteindelijk willen we ook kunnen laten zien wat werkt en wat niet werkt. Onze inzichten moeten interessant zijn voor iedereen die in de moderne journalistiek wil overleven.”

Foto: Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen door C.S. Booms, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

 

28 november 2016
667 woorden 3 min. lezen