‘A handful of Apples zien we nu gebeuren’

2025 klinkt ver weg, maar die 10 jaar gaan sneller voorbij dan je denkt. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek heeft onderzoek gedaan naar de toekomst van de journalistiek en kwam met 4 mogelijke scenario’s. Op Persinnovatie.nl laten we experts aan het woord over deze toekomstperspectieven. Deze week: Hans de Clercq, directeur van het Instituut voor Media, Hogeschool Utrecht.

Door: Sean van der Steen

Wat vind je van de scenario’s?

Ik was heel blij dat ik bij de expertsessie in het clubje zat dat mocht kijken naar het scenario A handful of Apples, ook omdat ik denk dat dat het meest plausibele scenario is. Het is een scenario dat we nu al in wording zien om ons heen. Maar: de vier scenario’s zijn natuurlijk extremen, ik denk dat er uiteindelijk een combinatie te bespeuren valt.

Welke combinatie is dat?

Het medialandschap en de journalistieke beroepspraktijk ? die daar deel van uitmaakt ? gaat zeer waarschijnlijk bestaan uit 5 tot 7 grote partijen, waar veel techniek, kapitaal en ook zaken als patenten zijn opgehoopt. Een groot deel van de markt zal in het scenario A handful of Apples gedomineerd worden door grote partijen, maar dan is er nog steeds 10 of 20 procent van de markt waar ruimte is voor allerlei nieuwe start-ups.

Als ik kijk naar mijn studenten, zijn die al druk bezig met ondernemen. Allerlei nieuwe bedrijfjes poppen op. Het is survival of the fittest, maar een aantal initiatieven worden succesvol en dan zie je dat deze start-ups op een gegeven moment onder de hoede komen van incubators of dat ze worden overgenomen door grote partijen. Een (klein) deel van die start-ups zal doorgroeien tot ware titanen.

Daarnaast zal er ruimte zijn voor burgeractivisme. Niet zo naïef als wat scenario The shire veronderstelt ? een landschap waarin hobbits vrolijk en kleinschalig samenwerken ? maar er zal zeker een marge zijn voor allerlei maatschappelijk bewuste groepen die zich digitaal gaan manifesteren. Niet in de minste plaats omdat ICT op een fantastische manier kleinschalige projecten kan organiseren.

Als laatste is het de vraag in hoeverre de bestaande partijen de disruptie gaan overleven. Een aantal grote mediapartijen zal zichzelf opnieuw weten uit te vinden, maar grote partijen gaan ook verdwijnen. Spannend wordt ook hoe de publieke sector hier uit komt: hoe de overheid maar ook het onderwijs zich weet te transformeren.

Je ziet de toekomst vrij radicaal voor ogen, als we het assenstelsel volgen

De toekomst is radicaal, maar ik zie hem niet pessimistisch. Organisaties die met disruptie te maken krijgen en bang zijn om de slag te maken, kijken negatief naar de toekomst. Ik zie juist enorme mogelijkheden. We moeten uitkijken voor overdreven pessimisme maar ook voor naïef optimisme. Ik maak me zorgen over de scheiding tussen het publieke en private domein; hoe kun je die scheiding waarborgen?

Disruptie is totaal onvoorspelbaar, de enige constante factor is de ontwikkeling van techniek. Waar een eeuw geleden technische innovaties er dertig jaar over deden om geaccepteerd en ingevoerd te zijn, gebeurt dat nu in drie jaar. Dat is minder dan de periode dat een student op school zit!

A handful of Apples is toch een scenario waar menig journalist even van moet slikken

De journalistieke beroepspraktijk verandert, dus ook met ons beroepsonderwijs veranderen we mee. Binnen het Instituut voor Media heb ik te maken met de School voor Journalistiek en de opleiding Communication and multimedia design. CMD is een opleiding die zich één tot één verhoudt tot de creatieve sector. Wat je in die sector ziet, is dat allemaal technologie daar al toegepast en gecommercialiseerd is. Binnen de journalistiek is dat in mindere mate het geval. De uitdaging voor de beroepspraktijk én het beroepsonderwijs is om die aansluiting te vinden. Kijken wat je binnen de driehoek creativiteit, technologie en business kunt halen.

Hoe realiseer je dat binnen de opleiding journalistiek?

Bij de verschillende mediabedrijven wordt goed nagedacht over de toekomst. En ze zeggen ook: kom maar op met je studenten. Niet alleen voor stages, maar ook om praktijkgericht onderzoek te doen. Binnen onze opleidingen werken we in multidisciplinaire teams van studenten die concrete opdrachten voor de beroepspraktijk gaan uitwerken. En binnen mijn instituut kies ik er nadrukkelijk voor om studenten zo op te leiden en om ons onderwijs zo te organiseren.

Ik zit nu iets meer dan twee jaar in het onderwijs en ik vind het heel mooi om te zien hoe de vier HBO-opleidingen journalistiek samenwerken. We hebben bijvoorbeeld net een nieuw beroepsopleidingsprofiel gemaakt, dat aan de basis ligt van het onderwijs van alle vier de opleidingen. Daar hebben we nadruk gelegd op de nieuwe ontwikkelingen zoals technologie, business, bedrijfsmatigheid, co-creatie en interactiviteit. Dat is samen een basis leggen voor onderwijs dat studenten een duurzaam beroeps- en werkgelegenheidsperspectief biedt.

Verschillen HBO en universiteit in dat opzicht van elkaar?

HBO-geschoolde studenten zijn meteen startklaar voor de beroepspraktijk. Ze hebben kennis in huis die verschilt van die van universitaire studenten. Waar in het verleden studenten vooral opgeleid werden tot ‘contentproducerende mediaprofessionals’, denk ik dat we nu journalisten opleiden die niet alleen in staat zijn om goede verhalen te maken, maar ook in staat zijn om die verhalen te verkopen en om hun vak te vernieuwen.

En dat staat dus verankerd in het beroepsopleidingsprofiel. Veroudert zo’n profiel niet snel?

Ja, op zich wel, maar je moet niet alleen de inhoud van je onderwijs in de gaten houden, maar ook de structuur aanpassen. Met onze opleidingen zitten we in de grotere logica van een enorme hogeschool. De uitdaging is om sneller en leniger te denken en werken, zodat je sneller kunt inspelen op de behoeften uit de beroepspraktijk.

Welke specifieke vaardigheden horen daarbij?

Pitchen, briefen, debriefen, vergaderen, overleggen, kennis hebben van andere disciplines zoals ICT. Een journalist hoeft geen ICT’er te worden, dat niet, maar het is wel belangrijk om kennis te hebben van ICT. Dat zijn belangrijke dingen die we onze studenten mee moeten geven voor we ze de wereld insturen.

We moeten ons realiseren dat journalistiek groter is dan journalisten. Het kan best dat in de toekomst professionals die zich niet eens journalist noemen belangrijk zijn om succesvolle journalistiek te bedrijven. Ik heb de mazzel dat ik directeur ben van zowel een opleiding Journalistiek als een opleiding Communication and multimedia design. Ook studenten van die opleiding gaan denk ik hun weg vinden in die nieuwe journalistiek.

Is het dan niet beter om die opleidingen samen te voegen?

Nee, dat moet je niet doen. Journalistiek maakt deel uit van het medialandschap, maar ik denk dat we andersoortige professionals opleiden dan allerlei communicatie- en mediaopleidingen doen. Begrijp me niet verkeerd, ik wil zeker niet de journalistiek heilig verklaren. Maar het journalistieke vak vraagt toch een net iets andere, onafhankelijkere houding vergeleken met andere media-professionals.

Ik zie de veranderingen gebeuren, maar van mij mag het ook sneller gebeuren, omdat ik een ongeduldig mens ben. Maar ik ben optimistisch over de toekomst.

 

Het scenario-onderzoek op www.journalistiek2025.nl

 

Bekijk hier de vier toekomstscenario’s

Reageer

Geef een reactie

*