‘Minder banen is erg voor journalisten, niet per se voor journalistiek’

2025 klinkt ver weg, maar die 10 jaar gaan sneller voorbij dan je denkt. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek heeft onderzoek gedaan naar de toekomst van de journalistiek en presenteerde 4 mogelijke scenario’s. Maar hoe ziet de sector het onderzoek? Deze week: Sander Gregoire, masterstudent journalistiek aan de Vrije Universiteit.

Door Dorien Vrieling

Sander, je reageerde op een oproep voor een student met een visie op het onderzoek. Je mailde dat je het een ‘onduidelijk geheel’ vond. Leg uit.

Bij het lezen van het onderzoeksrapport merkte ik al gauw dat ik me afvroeg wat er werd verstaan onder ‘journalistiek’. Want journalistiek, of in elk geval nieuwsgaring, gaat verder dan het werk van journalisten. Mensen verkrijgen tegenwoordig op allerlei manieren nieuws en nieuws verspreidt zich op andere manieren. Via fora, social media, zelfs entertainmentsites als Dumpert. De rol van de professionele journalistiek in de nieuwsvoorziening wordt kleiner. Dat heeft consequenties voor de beroepsgroep, doordat er minder geld is, zijn er minder banen. Maar is dat erg, behalve voor de journalisten zelf? Ik denk dat de alternatieven de rol en de functie van de traditionele journalistiek deels kunnen overnemen.

Is er nog wel toekomst voor studenten journalistiek van nu?

Velen van ons volgen nu een opleiding voor een vakgebied waar ze niet in zullen werken. Er komen elk jaar een paar honderd afgestudeerden van de hbo’s en masters, de meesten vinden geen baan in de journalistiek.

Waarom ben jij dan toch journalistiek gaan studeren?

Ik wilde mijn ambitie niet laten varen, en toen ik begon had ik nog een wat optimistischer beeld dan nu. Maar als ik verder kijk dan mijn eigen zorgen over de toekomst – of ik wel werk vind – dan denk ik dat het helemaal niet zo erg is als er wat minder journalisten zijn in de toekomst. Bij de Tour de France waren 2400 journalisten aanwezig. Komt de nieuwsvoorziening in gevaar als dat er 1000 zijn? Dat lijkt me niet. Nergens wordt meer dubbel werk gedaan dan in de journalistiek. Ik denk dat de echte kwaliteitsjournalistiek, de achtergrondverhalen die echt verdieping brengen, maar 10% van het aanbod uitmaken. Beperk al die dubbelingen – waarom stopt de Volkskrant, waar ik overigens zelf stage liep op de webredactie, niet gewoon met het nieuws online? Steek dat geld in kwaliteitsjournalistiek.

Ik denk dat veel journalisten de overbodigheid van een groot deel van hun werk niet willen zien, omdat ze niet verder kijken dan hun eigen beroepspraktijk. Dat blijkt ook uit het rapport.

Hoe dan?

‘De overheid moet de kwaliteit en pluriformiteit van het nieuws waarborgen’, staat er bijvoorbeeld. Maar de pluriformiteit is momenteel volgens mij enorm, en er wordt niet aannemelijk gemaakt dat het anders is. Waarom moet de overheid dan bijspringen? In het algemeen had ik het fijn gevonden als het belang van de journalistiek in zijn huidige vorm iets meer onderbouwd was. En misschien had er een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen print, radio en televisie. Want bij alle drie is er minder geld, maar het publiek voor kranten wordt steeds kleiner, terwijl nog steeds veel mensen naar het journaal kijken.

Is er een onderwerp dat je mist in het onderzoek?

Geld. Dat is er niet, en volgens mij is dat het belangrijkste probleem in de journalistiek nu. De voornaamste oplossing die het onderzoek daarvoor aandraagt is: subsidie van de overheid. Maar de overheid kan toch niet oneindig geld in de journalistiek steken? Ik denk dat met name de kranten straks genoodzaakt zijn om in te krimpen. Ik vraag me af of ze niet hun eigen glazen ingooien met online nieuws. Want als alles gratis online staat, is er weinig reden meer om een abonnement te nemen.

Welk scenario heeft jouw voorkeur?

In alle scenario’s zit een kern van waarheid, maar doordat ze zo extreem zijn is het lastig een te kiezen. Wisdom of the Crowd spreekt me het meeste aan. The Shire vind ik niet waarschijnlijk, want we komen nooit meer af van de grote bedrijven, en krantenbedrijven gaan zichzelf niet opnieuw uitvinden. Een wereld als in A handful of Apples, waarin internetgiganten alles bepalen, kán, maar daarvoor heb ik teveel vertrouwen in de eigenwijsheid van mensen. Die laten Facebook na de zoveelste misstap wel een keer vallen.

Hoe bereid jij je persoonlijk voor op de toekomst, als beginnend journalist? Denk je dat je straks gaat freelancen?

Dat wil ik eigenlijk niet, want ik wil niet concurreren met 5000 werkloze journalisten. Ik hoop dat ik een vaste baan vind, ook al weet ik dat de kans klein is dat dat lukt. Er zijn een paar verhalen die ik graag wil schrijven. Die hoop ik te kunnen publiceren, desnoods onbetaald. Ik schrijf af en toe een ingezonden stuk voor de Volkskrant, ik heb bij het Interviewgala Adriaan van Dis geïnterviewd – met zulke dingen hoop ik mezelf onder de aandacht te brengen. Ik wil best beginnen met het tikken van nieuwsberichtjes, maar het is niet mijn journalistieke ambitie, omdat het lopendebandwerk is.

Ik denk dat oude rotten in het vak daar heel hard om zouden moeten lachen. Die zouden zeggen: je moet onderaan beginnen.

Daar heb je een punt. Dat is waarschijnlijk ook zo. Als ik nu een baan aangeboden krijg op een webredactie neem ik die natuurlijk meteen aan, maar uiteindelijk wil ik gaan voor die 10% in de journalistiek, de verhalen die echt ergens over gaan.

Tot slot: hoe kunnen mediaconsumenten zich het beste voorbereiden op de toekomst?

Door bereid te zijn informatie tot zich te nemen. Dat hoeft niet per se nieuws van traditionele media te zijn. Als je oplet wat je vrienden delen op Facebook, kom je ook een hoop interessants tegen. Ik geloof erg in virtuele gemeenschappen, waar mensen die ergens verstand van hebben hun informatie delen en anderen daar kennis van nemen. Ik denk dat mensen die nieuws via andere kanalen binnenkrijgen heel goed in staat zijn die informatie te filteren. Journalisten zijn ook niet altijd experts, zij gaan ook af op wat bronnen zeggen. Het zijn uiteindelijk gewoon mensen, die belang hebben bij commercie: clicks leveren geld op, en dus een compliment van je baas. Bij elk journalistiek medium moet uiteindelijk geld verdiend worden.

Nu heb ik wel erg veel negatiefs gezegd over het beroepsveld, hè? Ik wil niet suggereren dat ik de journalistiek niet belangrijk vind. Ik lees de Groene Amsterdammer, Vrij Nederland, ik geniet van goede journalistiek. Ik hoop ook van harte dat die blijft bestaan. Eigenlijk wil ik alleen maar zeggen dat we realistisch moeten zijn. Het krimpen –niet het verdwijnen- van de journalistieke beroepsgroep hoeft niet te betekenen dat de nieuwsvoorziening van mensen in gevaar komt.

Reageer

Geef een reactie

*