‘Faal je niet, dan innoveer je niet’

newton

Hij begon als redacteur bij een krant, werkte zich omhoog en stond aan de wieg van talloze vernieuwingen binnen de journalistiek. Eric Newton over de moeilijkheden van journalistieke innovatie en de vernieuwing van het journalistieke onderwijs.

Eric Newton was afgelopen week op uitnodiging van het Stimuleringsfonds in Nederland om te praten over vernieuwing in het journalistieke onderwijs. De opleiding journalistiek moet volgens hem op de schop en studenten moeten meer gaan experimenteren. Maar ook gevestigde journalisten moeten de schoolbanken weer in om de digitale ontwikkelingen bij te benen en zo de journalistieke innovatie te bevorderen.

Met diverse projecten helpt de Knight Foundation onder andere kranten bij de transitie van print naar digitaal. Journalisten kunnen hun kennis bijspijkeren met midcareer-trainingen of hun innovatieve ideeën uitwerken tot prototypes bij een van de challenges. Maar met trainingen alleen kom je er niet, stelt Newton. “Vaak is er bij traditionele mediabedrijven een gebrek aan communicatie en samenwerking tussen de verschillende afdelingen. Dan kan iedereen nog zo zijn best doen, maar je komt niet tot één geheel. Dat zag je bijvoorbeeld aan het innovatie rapport van The New York Times.”

Church and state-fight

“Dat rapport laat zien dat er binnen de krant grote uitdagingen en problemen zijn en dat ze niet in staat zijn om uit te vinden hoe ze een toekomst kunnen creëren die zowel journalistiek als economisch gezien solide is. Je ziet vaak dat er een soort church and state-fight gaande is bij kranten. Daarbij staat de journalistieke kerk recht tegenover de businessafdeling, wat de samenwerking bemoeilijkt. Terwijl alleen een goede onderlinge samenwerking kan zorgen voor journalistieke kwaliteit en economische levensvatbaarheid.”

“Grofweg zou je kunnen stellen dat een derde van de kranten kans maakt om de transitie van print naar digitaal te overleven en tweederde niet.” The New York Times bevindt zich aan de goede kant van de scheidslijn, denkt Newton. “Je ziet dat ze wel echt proberen te innoveren. In de afgelopen jaren heeft de krant een hoopvolle Research & Development afdeling opgezet en de website trekt een significante hoeveelheid bezoekers en heeft mooie projecten voortgebracht zoals het gelauwerde Snowfall.”

‘Je hebt de mislukkingen juist nodig’

Om tot innovatieve producten te komen moet je als krant veel experimenteren en dan is het logisch dat er veel mis gaat. Toch is er vanuit de buitenwereld vaak commentaar op die mislukkingen. Onterecht, vindt Newton. “Het is onmogelijk om alleen de perfecte ideeën, die 10 uit 10 scoren, eruit te pikken. Je hebt de mislukkingen juist nodig om de goede ideeën te kunnen vinden. Vergelijk het met een wedstrijd. Als er duizend mensen meedoen en er zijn tien winnaars, dan heeft 99 procent van de deelnemers verloren. Als je zoveel verliezers hebt, zijn de winnaars dus significant beter dan de rest. Als er maar tien of honderd mensen aan de wedstrijd mee zouden doen, is de kans op echt goede winnaars veel kleiner.”

Mislukken is dus niet erg, maar Newton gaat nog een stap verder. Als je niet genoeg fouten maakt en geen mislukkingen op je naam hebt staan, innoveer je dan eigenlijk wel echt? “Als innovatie je werk is dan faal je heel vaak. Juist wanneer je nooit mislukt, dan is er iets mis.” Ondanks dat fouten maken bij innoveren hoort, doet de Knight Foundation er alles aan om het slagingspercentage van gesubsidieerde projecten zo hoog mogelijk te houden. Zo krijgt elk project een coach toegewezen, zijn er peer meetings en wordt onderling netwerken gestimuleerd. Met die maatregelen kan het aantal projecten dat mislukt met zo’n 5 á 10 procent worden teruggebracht. Van fouten maken kan je ook leren, en dat is nu juist een van de dingen die journalisten moeten blijven doen om te kunnen innoveren, stelt Newton.

Journalistieke onderwijs moet op de schop

Journalisten moeten continu blijven leren en ontwikkelen, maar dat geldt ook voor de plek waar ze het vak ooit leerde: de opleiding journalistiek. Volgens Newton past het journalistieke onderwijs zich niet snel genoeg aan om de ontwikkelingen in de markt bij te benen. Studenten leren daardoor niet wat ze in de praktijk moeten gaan doen, maar ze leren wat journalisten gewend waren te doen. Een onderdeel van het journalistieke onderwijs dat verplicht zou moeten zijn, is het bedrijven van echte journalistiek, bij echte bedrijven, stelt hij. Zonder die praktijkervaring ziet hij de opleidingen niet als een gedegen start voor jonge journalisten. Het teaching hospital-model is volgens hem de oplossing.

Het idee van de teaching hospitals vindt zijn oorsprong bij medische opleidingen. Studenten geneeskunde leren het vak in echte ziekenhuizen, met echte patiënten, die echt ziek zijn. Alleen dan leer je goed hoe je het vak uitoefent. Volgens Newton moeten ook studenten journalistiek veel meer bij de praktijk betrokken worden en werken in een echte mediaomgeving.

Vorig jaar was hij een van de sprekers op het congres De journalist in opleiding, dat het Stimuleringsfonds organiseerde. Hij vertelde toen dat er nog geen goed praktijkvoorbeeld was van het teaching hospital-model. Een jaar later lijkt de situatie onveranderd. “Er zijn wel opleidingen die in de buurt komen en onderdelen van het model in de praktijk brengen. De universiteit van Missouri is bijvoorbeeld erg goed bezig. Ze hebben een eigen tv-station, een radiozender en geven een krant uit. Ze komen heel dichtbij, maar een belangrijk onderdeel van het model, het experimenteren met nieuwe vormen van journalistiek, daar doen ze nog te weinig mee.”

Experimenteren en zoeken naar nieuwe oplossingen dient volgens Newton naast innovatie ook een maatschappelijk doel. Ook hierbij maakt hij de vergelijking met de medische wereld. “Daar wordt voortdurend onderzoek gedaan en geëxperimenteerd om tot nieuwe inzichten en producten te komen, die uiteindelijk de levens van patiënten verbeteren of zelfs redden. Dat moet in de journalistiek ook gebeuren.

Waarom veranderen als het goed gaat?

Ondanks dat de Knight Foundation zijn best doet het teaching hospital-model van de grond te krijgen, is hét praktijk voorbeeld er nog niet. “Bij de opleidingen journalistiek komt hetzelfde verschijnsel voor als waar de traditionele uitgevers tegenaan lopen. Ze hebben het altijd zo gedaan, en het gaat nog steeds goed. De studenten halen hun diploma en vinden een baan, waarom zouden ze veranderen?”

Om opleidingen te overtuigen van het nut van de nieuwe aanpak en te helpen bij het uitvoeren van het teaching hospital-model, helpt de Knight Foundation universiteiten om partnerships aan te gaan met mediaorganisaties en subsidiëren ze projecten. “Het is een andere manier van werken en we hopen dat de opleidingen die meedoen aan ons subsidieprogramma zullen inzien dat dit een betere manier van onderwijzen is, die verder gaat dan alleen een stage bij een redactie.”

Nederland kan pionieren

Ook in het buitenland ziet Newton zijn ideale model nog niet in de praktijk. De plannen van het Stimuleringsfonds om studenten te laten meewerken in regionale mediacentra, waarbij omroepen, kranten, start-ups en studenten onder een dak werken, noemt hij uniek. “De mediacentra zoals het fonds die wil gaan opzetten zijn geweldig. Daarmee zou Nederland het eerste land zijn dat zoiets specifieks organiseert. Het mooie aan jullie model is dat het goed gestructureerd is, maar toch de vrijheid laat aan de deelnemende opleidingen om er hun eigen invulling aan te geven en te experimenteren.”

Die experimenten moeten niet alleen plaatsvinden bij de opleidingen, maar wijdverspreid door het journalistieke veld. Want alleen als iedere journalist blijft leren en experimenteren, hoe oud hij of zij ook is, alleen dan is het mogelijk te innoveren op een manier die zowel de journalistieke kwaliteit waarborgt en economisch rendabel is, stelt Newton.

Deel dit artikel:

Over Pieter Rebel

Pieter Rebel is communicatieadviseur bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

Reageer