Wo sind die Holländer? Waarom Nederland zo'n kleine rol speelt op dé onderzoeksconferentie

Nieuws |

Nu de conferentie zo lekker dichtbij wordt gehouden – de vorige editie was in Johannesburg– zou je een enthousiaste toestroom van collega’s uit de Lage Landen verwachten. Maar op de deelnemerslijst van #GIJC19 zijn hun namen dun gezaaid. Investico, De Onderzoeksredactie en Argos zijn vertegenwoordigd en de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) kon met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten twaalf beurzen uitdelen onder freelance werkende VVOJ-leden. Maar verder? Geen onderzoeksjournalisten in dienst van de grote dagbladen. Niemand van Nieuwsuur. Geen Follow The Money, Zembla of Reporter Radio. En ook Vlamingen moet je met een lantaarntje zoeken.

Karige oogst

Nog kariger is de oogst op de sprekerslijst: online research-expert Henk van Ess en data- en onderzoeksjournalist Luuk Sengers. That’s all, folks. Waar zijn Jet Schouten en Joop Bouma, zonder wie de Implant Files niet hadden bestaan? Waar is Huib Modderkolk, die al zes jaar internationaal geprezen onderzoek doet naar inlichtingendiensten, privacy en de digi-wereld – en onlangs uitpakte met het boek Het is oorlog, maar niemand die het zietEn waarom geen aandacht voor Curieuze Neuzen, het innovatieve citizen-scienceproject van De Standaard naar fijnstof in de woonomgeving van Vlamingen? Of het onderzoek van Nieuwsuur en Trouw naar de Nederlandse overheidssteun aan Syrische strijdtroepen?
Zij zijn geen van allen uitgenodigd. Niet door het Global Investigative Journalism Network (GIJN), de kernorganisatie achter de global conference. En ook niet door het Duitse Netzwerkrecherche (NR), dat deze editie samen met het GIJN heeft opgetuigd.
En dat terwijl NR-directeur Günter Bartsch goed op de hoogte was van de onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen. Hij sprak dit jaar bij de uitreiking van de Loep, de prijs waarmee de VVOJ de beste onderzoeksjournalistiek van het jaar beloont. Alle hierboven genoemde producties waren daarvoor genomineerd, drie ervan wonnen.
Maar naar zulke onderscheidingen keken de programmeurs van #GIJC19 niet, zegt Bartsch. De selectie is gemaakt op basis van een call for ideas– wie dat wilde kon een voorstel inzenden. ‘Het is de eerste keer dat dit zo is gedaan, op ons voorstel. Op de call zijn rond de 160 voorstellen binnengekomen. Samen met het GIJN hebben we daar een keuze uit gemaakt, waarbij we ook gelet hebben op een evenredige verdeling over de landen. Dat heeft veel sprekers opgeleverd die nu voor het eerst een podium krijgen op de conferentie. Ik vind dat een verrijking.’

Te weinig verhalen

VVOJ-voorzitter Evert de Vos raakte niet echt enthousiast toen hij dit weekeinde het programma doornam. ‘Het lijkt er sterk op dat de organisatoren doen wat ze altijd doen. Het is nogal instrumenteel allemaal, erg gericht op leren, trainen, en weinig op inspiratie. Ik zie veel data en veel tools, maar weinig verhalen van collega’s over hoe ze hun onderzoek hebben aangepakt. En dat zijn juist de verhalen die inspireren, de sessies waarvoor je naar zulke conferenties gaat. Huib Modderkolk had er zeker bij gemoeten. Curieuze Neuzen ook.’
Off the record klinken her en der hardere kwalificaties: ‘Alleen maar oude meuk.’ ‘Een klein clubje dat er elke keer voor zorgt dat ze zelf aan bod komen.’ ‘Een wittemannenparade van Europeanen en Amerikanen.’
Volgens Ides Debruyne, directeur van Journalismfund in Vlaanderen en één van oprichters van de VVOJ, is ergernis over dominantie van de Amerikanen in het GIJN een constante in de geschiedenis van de conferentie. ‘Dat wordt ook gevoed door de slechte communicatie. We weten niet wie er in de programmacommissie zitten. Als een voorstel wordt afgewezen, hoor je niet waarom. En het programma kwam pas online toen de conferentie al was uitverkocht. Eigenlijk koop je dan dus met je ticket een kat in de zak.’

Gaan we in 2021 weer vijftienhonderd mensen gesponsord de aardbol over vliegen? Dat is onhoudbaar

Het scherpste oordeel komt van Luuk Sengers. Zijn programmavoorstellen werden gehonoreerd, maar dat stemt hem niet milder over het fenomeen wereldconferentie. ‘De verschillen tussen de regio’s zijn te groot – en daarmee ook de verschillen tussen de behoeftes van de journalisten. Daarbij is het inmiddels ook eigenlijk van de zotte om elke twee jaar zo’n wereldjamboree te houden. Gaan we dan in 2021 weer vijftienhonderd mensen gesponsord de aardbol over vliegen? Alleen al uit milieuoverwegingen is dat onhoudbaar.’
Zijn voorstel: ‘Draai het om. Maak een lijst van trainers die heel goed zijn en gebruik de sponsorgelden om die trainers de wereld over te sturen. Dan kun je in de verschillende regio’s maatwerk leveren.’

Overkill

Sengers verklaart de matige belangstelling voor #GIJC19 onder zijn collega’s in Nederland en Vlaanderen overigens ook uit overkill. ‘In Europa zijn nu al elk jaar zeker vier conferenties die inhoudelijk beter worden geprogrammeerd dan de global conference: EIJC & Dataharvest, de NR-Jahreskonferenz, de Investigative Journalism Summer Conference en de VVOJ Conferentie. We hebben de wereldconferentie niet meer zo hard nodig als tien jaar geleden.’

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Hidden
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.