Nieuws

Zo vingen overheden wereldwijd de klappen van de coronacrisis op voor media

Nieuws | Onderzoek

Tijdens de coronacrisis zijn noodlijdende media over de hele wereld te hulp geschoten door de overheid. Uit het eerste onderzoek van de Media for Democracy Monitor 2020 blijkt dat strikte tradities van scheiding tussen staat en media zijn doorbroken. En hoewel de meeste noodfondsen kortetermijnproblemen moesten tackelen, hebben enkele landen al nagedacht over oplossingen voor de toekomst.  

Toen in maart het ene na het andere land een lockdown afkondigde, brak er voor de media een periode aan met twee gezichten. In de hele wereld gingen de publiekscijfers door het dak en bereikte de vraag naar nieuws een hoogtepunt. Maar tegelijk kwam er een financiële klap. Vrijwel direct stortten veel grote industrieën in en stopten bedrijven in groten getale met adverteren. Zo verdween in één keer zo’n dertig tot vijftig procent van alle advertentie-inkomsten.

Veel overheden hebben een noodfonds opgericht om media in zwaar weer te ondersteunen, zo laten de resultaten zien van de Media for Democracy Monitor 2020 (MDM 2020), een grootschalig onderzoeksproject uitgevoerd in 17 landen. Die fondsen zijn er in verschillende smaken. De Duitse overheid eist bijvoorbeeld dat kranten het geld inzetten om de digitale transitie te versnellen. In Engeland en Portugal werd een opvallende deal gesloten om de misgelopen advertentie-inkomsten te compenseren: ‘Onze overheid reserveerde in totaal 15 miljoen euro voor uitgebreide publieke advertentiecampagnes over de Covid-19 pandemie, en dat geld werd vooraf betaald’, vertelt Joaquim Fidalgo, de Portugese wetenschapper die aan MDM 2020 meewerkt.

Financiële tegenslag

Vooral zzp’ers kregen het zwaar te verduren: zo had meer dan de helft van de freelancejournalisten in België minder werk en inkomen in maart en april. Daarnaast bleken veel kranten niet meer levensvatbaar. In Australië, bijvoorbeeld, stopten 112 lokale kranten voorlopig alle werkzaamheden, schrijven 76 titels alleen nog digitaal en zijn er 36 kranten voorgoed opgeheven. Vergelijkbare cijfers zijn in meer landen te zien.

In de Zuid-Europese landen ontstond nog een ander probleem. Het grootste deel van de krantenverkoop gebeurt daar al decennialang via kiosken op straat en maar weinig mensen hebben een abonnement. Door de strenge lockdowns in landen als Portugal en Griekenland mochten mensen een tijd lang niet de straat op en verdween opeens het belangrijkste verkoopkanaal. De kranten verkeren momenteel in zwaar weer en vrezen een tweede straatverbod.

De overheid schiet te hulp

In elk van de zeventien landen die meedoen aan MDM 2020, kwam de overheid met een journalistiek noodfonds. Zelfs in landen als Duitsland, Finland en Groot-Brittannië, waar financiering van de media door de staat van oudsher uit den boze is. Gordon Ramsay, de Engelse wetenschapper namens MDM 2020, vertelt daarover: ‘In Engeland is er een strikte scheiding tussen de overheid en de commerciële nieuwsorganisaties, die wordt door zowel de pers als de overheid in stand gehouden. Dit mag gezien worden als een uitzondering.’

Staten kozen voor verschillende manieren om het vrijgemaakte geld te verdelen. Vaak lieten zij de financiering afhangen van het aantal lezers of aantal medewerkers. Dat ging niet altijd goed: in Oostenrijk kregen de roddelbladen het grootste deel, terwijl kleinere kwaliteitskranten veel minder geld ontvingen.

Financiering vond ook plaats door middel van belastingvoordelen, met als pre dat de journalistieke onafhankelijkheid niet in het geding kwam. De Australische overheid stelde radio- en televisiemakers een jaar lang vrij van Commercial Broadcasting Tax, een vorm van belasting voor commerciële omroepen. In Italië kregen juist de adverteerders belastingvoordelen wanneer zij advertenties plaatsten in de pers of op radio of televisie.

Knelpunten

De overheidsfondsen waren voornamelijk bedoeld om nieuws- en mediaorganisaties overeind te houden en massaontslagen te voorkomen. Vooral journalisten in loondienst profiteerden hiervan. Veel freelancejournalisten waren minder tevreden. Zij hadden de meeste problemen om aan het werk te blijven, terwijl de overheidsfondsen zich voornamelijk richtten op organisaties.

Ook lokale kranten kregen niet altijd de benodigde subsidie. Bijvoorbeeld in Canada: vijftig nieuwsorganisaties moesten in maart en april hun deuren sluiten, 48 daarvan waren lokale kranten. In Nederland werd daarom een speciaal steunfonds opgericht voor lokale media en via het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek werd er begin april 11 miljoen euro beschikbaar gesteld. In mei 2020 werd er 24 miljoen euro extra in het Nederlandse steunfonds gestoken om lokale media tot aan eind 2020 te kunnen voorzien van financiële steun.

Oplossingen voor toekomst

De plotselinge crisis vroeg om oplossingen voor de korte termijn. Over de langetermijngevolgen van de crisis is minder goed nagedacht: slechts een aantal landen is in staat gebleken om het vizier direct op de toekomst te richten. In Duitsland komen nieuwsorganisaties de komende jaren alleen in aanmerking voor subsidies als die worden ingezet om de digitale transitie te versnellen of het aantal vaste abonnees te verhogen.

In Italië gaan vier werkgroepen in opdracht van de nationale toezichthouder op het gebied van media aan de slag om de negatieve gevolgen van de pandemie in kaart te brengen. Zo hoopt de regering de gevolgen van de crisis in het medialandschap weloverwogen tegen te gaan.

Wereldwijd zijn overheden dus bereid gebleken om noodlijdende mediaorganisaties overeind te houden. Maar of zij daarmee levensvatbaar zijn geworden, blijft een grote vraag.

Foto: John Cameron

Lees ook:

Zo veranderden de nieuwsvoorkeuren van het publiek tijdens de coronacrisis

27 oktober 2020
891 woorden 4 min. lezen
Tags: coronacrisis