Publieksbladen raken uit de gratie

Tijdschriften
Tijdschriften

De ‘grote’ publieksbladen zoals de omroepgidsen, vrouwenweekbladen en roddelbladen slagen er niet in een nieuw publiek te vinden. Sinds de eeuwwisseling is hun oplage meer dan gehalveerd.

Door Piet Bakker

Hoeveel tijdschriften in Nederland verschijnen weten we niet. Maar het moeten er duizenden zijn. Grote publiekstijdschriften die voor een deel van hun inkomsten van reclame afhankelijk zijn, laten over het algemeen hun oplage en hun bereik meten door het NOM. Maar daarnaast zijn er kleine titels, titels zonder reclame (de Consumentengids bijvoorbeeld) en verenigingsbladen die ervoor gekozen hebben de oplage niet te laten meten.

Sinds NOM in 2015 het meten van de oplage heeft overgenomen van HOI zijn er steeds meer uitgevers die ervoor kiezen om titels niet meer te laten meten. Van Panorama en Nieuwe Revu (Pijper Media), Primo (Audax) en 100% NL weten we bijvoorbeeld niet meer welke oplage ze hebben.

De twee belangrijkste segmenten qua oplage zijn de omroepbladen en vrouwenbladen (week en maand), samen met roddelbladen halen ze een gemiddelde oplage van meer dan 5 miljoen.

Omroepbladen

In 2000 hadden de elf titels die toen op de markt waren een gezamenlijke betaalde oplage van ruim 4,5 miljoen. In 2007 zakt dat onder de 4 miljoen, in 2012 onder de 3 miljoen, in 2015 is het 2,2 miljoen. Sinds de eeuwwisseling is de totale oplage meer dan gehalveerd. Ondanks dat er twee titels bijkwamen: het tweewekelijkse TVFilm (AVRO) en het blad van Omroep Max: Max Magazine.

rvtbladen 2000 2015
Omroepbladen, betaalde oplage, 2000 – 2015

De nieuwelingen doen het relatief goed. TVFilm (2005) groeide binnen vijf jaar tot een blad met een oplage van 125.000; in 2015 worden er ruim 110.000 exemplaren verspreid. Max Magazine doet het ook goed, ze begonnen in 2013 met een oplage van 42.000; binnen drie jaar is dat meer dan verdubbeld tot 89.000 in 2015. Een derde ‘nieuwkomer’, TotaalTV (1999) van Veronica, bereikte in 2010 haar hoogtepunt met een oplage van 68.000. In 2015 zijn daar 52.000 exemplaren van over.

Het ‘grote’ Veronica-magazine verliest fors. De oplage kelderde van 1.1 miljoen in 2000 naar minder dan 400.000 in 2015 (-65%). Ook de VARAgids (-63%, van 500.000 naar 187.000), AVRObode (van 527.000 naar 179.000; -66%), Televizier (van 262.000 naar 98.000; -55%) en de NCRV-gids (van 365.000 naar 185.000; -54%) verloren meer dan de helft van hun oplage in 15 jaar.

Vrouwenweekbladen

In 2000 lag de gezamenlijk oplage van vrouwenweekbladen nog op 1,5 miljoen. Dat is gehalveerd in de laatste 15 jaar. De twee grote titels van Sanoma, Libelle en Margriet, raakten beide de helft van hun oplage kwijt, Libelle ging van 640.000 naar 326.000 tussen 2000 en 2015 (-49%), Margriet verloor 59% (van 423.000 naar 175.000). Ook de andere Sanoma-titels daalden, Flair ging van 103.00 naar 48.000 (-53%), Viva van 149.000 naar 37.000 (-75%), Grazia dat in 2008 op de markt kwam, daalde in de laatste vijf jaar van ruim 80.000 naar 57.000.

De Audax-titel Vriendin handhaafde zich, in 2000 was de oplage 96.000; in 2015 102.000. Bij die groei moet worden aangetekend dat het blad in 2003 haar hoogtepunt bereikte met een oplage van 140.000.

vrouwenweekbladen 2000 2015
Vrouwenweekbladen, betaalde oplage, 2000-2015

Vrouwenmaandbladen

Glossy’s lijken nog steeds een groeimarkt in Nederland en dat komt door twee dingen: LINDA en de lancering van nieuwe titels. In totaal zijn er in 2015 19 titels die hun oplage laten meten door het NOM, samen hebben ze een betaalde maandoplage van 1,25 miljoen. Van die 19 titels bestonden er nog maar 7 in 2000. Hun oplage en die van de 12 nieuwkomers groeide dus in totaal.

vrouwenmaandbladen 2000 2015
Vrouwenmaandbladen, betaalde oplage 2000-2015

Maar er zijn ook veel titels verdwenen. In totaal verschenen de laatste 15 jaar 37 titels, met de jaren 2006 en 2012 als hoogtepunt (25 titels), de crisis liet duidelijke sporen achter. De totale oplage stijgt tot ruim 1,6 miljoen 2006, in 2012 wordt opnieuw een oplage van 1,6 miljoen gehaald, maar de laatste drie jaar daalt de oplage weer*.

alle vrouwenmaandbladen 2000 2015
Vrouwenmaandbladen, aantal titels en totale betaalde oplage (inclusief gestaakte titels) 2000-2015

En dan de LINDA. In 2003 opgericht, de eerste oplage werd een jaar later gerapporteerd: 117.000. In de jaren daarop groeide die oplage jaar op jaar tot 237.000 in 2015. Andere stijgers zijn Flow (van 62.000 in 2010 naar 84.000 in 2015) en Vogue (van 58.000 in 2012 naar 64.000 in 2015). Happinez stijgt tussen 2004 en 2009 van 46.000 naar 166.000; daarna daalt de oplage licht naar 143.000 in 2015. Titels als Glamour, Beau Monde, Marie Claire en Nouveau verloren fors in de laatste jaren.

Roddelbladen

De roddelbladen (‘gezinsbladen’ volgens audit-instituut NOM) Privé, Story en Weekend vertonen een consistent beeld. Permanente daling sinds de eeuwwisseling. Privé raakte 65% van de oplage kwijt (van 346.000 naar 121.000), Story zelfs 75% (van 273.000 naar 69.000). Weekend beleefde een korte stijging in 2009, maar leverde over de laatste 15 jaar toch 56% van de oplage kwijt (van 246.000 naar 108.000). Party daalde over de hele periode met 34% (van 122.000 naar 81.000) maar beleefde de laatste twee jaar een opmerkelijke opleving. De vier titels samen verloren sinds 2000 ruim 60% van hun oplage.

roddelbladen 2000 2015
Roddelbladen, betaalde oplage 2000-2015

Nieuwe Revu en Panorama -80%

Ook Nieuwe Revu en Panorama worden door NOM tot de gezinsbladen gerekend. De nieuwe uitgever Pijper Media die de titels vorig jaar van Sanoma overnam laat de oplage echter niet meer door NOM meten. Tussen 2000 en 2014 raakten de beide titels samen 80% van hun oplage kwijt. Panorama daalde van 156.000 naar 37.000; Nieuwe Revu van 111.000 naar 20.000.

Eerder verscheen een bijdrage over opiniebladen op De Stand van de Nieuwsmedia.

 

* Het dalen van de oplage is voor een klein deel ‘optisch’. 100%NL bijvoorbeeld bestaat nog wel maar laat de oplage niet meer meten door NOM in 2015, datzelfde geldt voor Mijn Geheim Speciaal.

Deel dit artikel:

Over J•Lab Hogeschool Utrecht

Het J•Lab, ook wel bekend als het lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek, doet onderzoek naar media, journalistiek en crossmediale content. Het onderzoek van het lectoraat is sterk praktijkgericht. Met andere woorden: het onderzoek is relevant voor journalisten, studenten, media, lezers, en andere geïnteresseerden.

Reageer