Dit is wat de journalistiek in Nederland nodig heeft

10 aandachtspunten voor het behoud van onafhankelijke journalistiek

Wat is er nodig voor het behoud van sterke, onafhankelijke journalistiek? Vele tientallen professionals uit de wereld van media, ondernemerschap, onderwijs en wetenschap bogen zich samen over die vraag. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek nodigde hen daartoe uit. Resultaat is een lijst van 10 cruciale aandachtspunten.

.
Geachte heer Dekker,

Op 12 augustus 2015 mochten we u een studie aanbieden waarin scenario’s worden geschetst van het medialandschap in 2025. Bij die gelegenheid hebben we aangegeven dat de waarde van dat onderzoek bestaat uit niet alleen het inzicht dat we hebben verkregen in toekomstige ontwikkelingen, maar zeker ook in het proces dat tot de resultaten heeft geleid. Dat geldt met name het feit dat de betrokkenen (zo’n 120 mensen uit en rond de mediasector) eensgezind erkenden dat de vier scenario’s, hoe uiteenlopend ook, tenminste één ding gemeen hebben: er gaat in de komende jaren op gebied van nieuws- en informatievoorziening (nog) ontzettend veel veranderen.

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek heeft daarop nagedacht over de vraag of we in een vergelijkbaar proces in staat zijn om aan de hand van de scenariostudie de belangrijkste thema’s voor de toekomst van de journalistiek te benoemen. Dat bleek een werkbare opzet. In vijf sessies zijn opnieuw vele tientallen professionals uit de wereld van media, ondernemerschap, onderwijs en wetenschap uitgedaagd om met elkaar van gedachten te wisselen over ontwikkelingen die bepalend zullen zijn voor de toekomst van de journalistiek.

Vervolgens hebben we in de sessies de vraag meegenomen welke van die ontwikkelingen gewenst en ongewenst zijn, welke zijn beïnvloedbaar? Met de oogst van al die avonden heeft het Fonds een aantal aandachtspunten opgesteld. De achterliggende vraag was: welke acties en maatregelen kunnen leiden tot resultaten die zorgen dat er een ecosysteem voor nieuws en informatie overblijft, dat de burger in staat stelt om daarbinnen eenvoudig de objectieve en onafhankelijke bronnen te identificeren en zich aldus goed en zo volledig mogelijk te informeren?

Ook nu was opmerkelijk dat – hoe uiteenlopend de groepen ook waren – een aantal analyses breed wordt gedeeld, zij het dat er per groep natuurlijk andere consequenties aan worden verbonden.  Lineair kijken naar televisie zal sterk afnemen, het lezen van papieren kranten zal nagenoeg verdwijnen en adverteerders kiezen in toenemende mate voor andere uitingen; massabereik is voor de meeste adverteerders niet interessant waar internet hen de mogelijkheid biedt om steeds gerichter hun doelgroep te benaderen. Traditionele media ontwikkelen weliswaar andere – digitale – activiteiten – maar die bieden in de regel onvoldoende opbrengsten om het verlies binnen de traditionele activiteiten te compenseren. Gevolg: reorganisaties, rationalisering, krimpende redacties.

Eensgezind is vastgesteld dat bovengeschetst probleem zwaarder weegt in de regio dan op landelijk niveau. Cijfers geven ook aan, dat met name regionale omroepen en regionale kranten onder druk staan. Lokale activiteiten hebben doorgaans niet de omvang en/of mate van professionaliteit om de ‘gaten’ die daarbij ontstaan te vullen.

Andere onderwerpen die zijn aangegeven:

  • De in de journalistiek gemarginaliseerde groep die niet blank, man en hoogopgeleid is, vergt speciale aandacht. Om de rol van de journalistiek in een pluriforme democratische samenleving te behouden, is het de uitdaging om deze groep te bereiken en te horen;
  • Publieke en private mediabedrijven zitten elkaar op dit moment in de weg en samenwerkingen komen maar spaarzaam tot stand. Niet alleen de regelgeving is hierbij een obstakel: ook cultuurverschillen en onderlinge concurrentie (en mogelijk trots) weerhouden de private partijen om de mogelijkheden die er zijn te benutten;
  • De rol van de journalist gaat hoe dan ook veranderen;
  • Vooralsnog neemt ‘de politiek’ niet deel aan de discussie (met uitzondering van lange debatten over de publieke omroep).

De waarnemingen en adviezen zijn nadrukkelijk de interpretatie van het Stimuleringsfonds op basis van de gevoerde discussies. Dat alles levert de volgende punten, in willekeurige volgorde,  van aandacht en aanbeveling op:

.

Film: hoe de tien aandachtspunten tot stand kwamen

.

“Vele tientallen professionals uit de wereld van media, ondernemerschap, onderwijs en wetenschap zijn uitgedaagd om met elkaar van gedachten te wisselen over ontwikkelingen die bepalend zullen zijn voor de toekomst van de journalistiek.”

1. Meer journalistieke betrokkenheid bij programma’s rond mediawijsheid en daarbinnen meer nadruk op de makerskant.

Tijdens de sessie is veel stil gestaan bij de ontwikkeling dat er gradaties van betrokkenheid te zien zijn van burgers en organisaties bij het journalistieke proces. Er lijkt een verschuiving plaats te vinden van journalist als een beroep naar de rol van journalist. De vraag is dan hoe je mensen kunt helpen verantwoordelijkheid te nemen als ze zich journalist willen noemen. In dit kader is het verstandig om te praten over ‘makerswijsheid’, naast en in aanvulling op ‘mediawijsheid’. Waar mediawijsheid de ontvanger leert media te duiden, zou makerswijsheid de producent van media (en zijn wij dat niet allemaal op enig moment?) kennis moeten geven over de verantwoordelijkheden en keuzes bij het scheppen van media.

Mediawijsheid speelt een cruciale en groeiende rol naarmate jongeren meer en meer hun informatie halen bij onbetrouwbare of eenzijdige bronnen. De overheid zou dan ook een belangrijke rol moeten spelen om jongeren vanaf een jonge leeftijd te helpen bij het inschatten van de betrouwbaarheid van informatie. Om dat te bereiken zouden jongeren inzicht moeten krijgen in onder meer de wijze waarop informatie wordt aangereikt. De gedachte hierbij is dat als jongeren leren de kwaliteit van informatie in te schatten, zij betrouwbare nieuwsbronnen beter zullen waarderen.

.

“Mediawijsheid speelt een cruciale en groeiende rol naarmate jongeren meer en meer hun informatie halen bij onbetrouwbare of eenzijdige bronnen”

2. Aandacht voor diversiteit binnen de media

In de discussies is nadrukkelijk speciale aandacht gevraagd voor de in de journalistiek gemarginaliseerde groep die niet blank, mannelijk en hoogopgeleid is. Om de rol van de journalistiek in een pluriforme democratische samenleving te behouden, is het de uitdaging om deze groep te beschermen en te helpen hun stem te gebruiken.

“Start-ups en gevestigde mediaorganisaties zouden elkaar moeten kunnen aanvullen en versterken.”

3. De aansluiting tussen gevestigde en nieuwe mediabedrijven

Start-ups en gevestigde mediaorganisaties zouden elkaar moeten kunnen aanvullen en versterken. Onderzoek wijst uit dat gevestigde instituten graag willen veranderen maar vaak vastzitten in complexe structuren. Daarentegen zijn start-ups bij uitstek in staat om zich aan te passen en in te spelen op veranderende behoeftes. Een verbinding tussen beiden is interessant omdat start-ups de vinger aan de pols hebben, terwijl gevestigde organisaties het bereik en publiek (nog) hebben. Toch vindt deze verbinding maar weinig plaats.

4. Het openstellen van data (juist ook door de overheid)

Daarbij is aangegeven dat op journalistieke opleidingen (meer) aandacht moet worden besteed aan statistiek en de omgang met data. Daarnaast is er een rol voor de overheid. Alles wat de overheid kan doen om data beter bereikbaar en transparanter te maken is bevorderlijk voor de (regionale) media. Daarbij gaat het zowel om de kwantiteit (de hoeveelheid data die beschikbaar is) als de kwaliteit (de samenhang en eenduidigheid van de data. Bovendien zou de overheid verplicht kunnen stellen dat publiek gefinancierde data vrij beschikbaar komen en kan zij de sector aansporen tot het vaststellen van standaarden voor de structuur van data(bases).

5. Bevorderen van (publiek-private) samenwerking

Regelgeving is een substantieel obstakel bij het vormen van publiek-private samenwerkingen. Maar ook als binnen de regels gekleurd wordt, loopt samenwerking vast op cultuurverschillen of wederzijds wantrouwen. De verschillen in organisaties en werkprocessen leiden tot problemen, net als het vermoeden dat de ene partij meer voordeel heeft van de samenwerking dan de ander. Onder de aanwezigen heerst het gevoel dat er teveel moet worden ingeleverd, ten opzichte van wat er opgehaald wordt. Bij private partijen speelt bovendien steevast op de achtergrond het bezwaar dat met publiek geld concurrentie wordt gefinancierd.

Niet alleen de regelgeving is hierbij een obstakel: ook cultuurverschillen en onderlinge concurrentie (en mogelijk trots) weerhouden de private partijen om de mogelijkheden die er zijn te benutten.

Oplossingsrichtingen:

–                Nederlandse partijen kunnen samenwerken met andere landen om Europese regelgeving voor privaat-publieke samenwerkingen te versoepelen

–                Om problemen voor te zijn moeten private en publieke partijen op voorhand veel beter afspreken welke partij wat levert/ontvangt

–                De discussie over publiek ondersteunde media zou verder worden geholpen als de minimale infrastructuur wordt benoemd die desnoods met publiek geld onderhouden moet worden.

6. De rol van de journalist

Tijdens de sessie is gesproken over drie stromen in de journalistiek.

De eerste is de klassieke vorm, waarbij de onafhankelijke journalist onderzoekt, controleert en publiceert.

De tweede is de vorm van branded content, waarbij bedrijven, instituties en organisaties, al dat niet met hulp van journalisten, de regie voeren over hun eigen boodschap.

De derde wordt gevormd door hoogwaardige user generated content. Als voorbeelden worden de experimenten van Forbes genoemd en The Conversation. Voor The Conversation (actief in Australië, het VK en de VS) worden wetenschappers uitgenodigd om journalistiek werk te creëren onder begeleiding van journalisten. Het resultaat is betaalbare content van een zeer hoog niveau.

In deze voorbeelden vervult de journalist een andere rol dan gewoonlijk. In plaats van de auteur is de journalist eerder een vroedvrouw die anderen helpt om goede artikelen tot stand te brengen. Dit vergt een grote aanpassing in de manier waarop de journalist zichzelf ziet. De opbrengsten zijn echter veelbelovend. Ook topwetenschappers zijn bereid om een journalistieke bijdrage te leveren in ruil voor de status en het bereik die gepaard gaan met journalistieke publicaties.

In de opleiding van journalisten moet rekening worden gehouden met de veranderingen in de samenleving, omdat deze veranderingen – bovenop de economische en technologische veranderingen – van invloed zijn op de rol van de journalist. Primair betekent dit dat journalisten opgeleid moeten worden in oplossingsgerichte journalistiek, waarbij een kritische blik weer een middel is en niet een doel.

7. Fiscale regels

Een simpele maar effectieve stap om de journalistiek te helpen, is het verlagen van het btw-tarief voor digitale media (waarbij menig aanwezige in overweging gaf om btw-heffing voor media helemaal af te schaffen).

“De journalist als vroedvrouw die anderen helpt om goede artikelen tot stand te brengen.”

8. De rol (en afhankelijkheid) van social media

Het belangrijkste vraagstuk van de komende jaren is hoe mediabedrijven omgaan met de volstrekte afhankelijkheid van social media, en dan met name het algoritme van Facebook.

De aanwezigen noemden het een deprimerende situatie dat de jaarplanning en budgetten onmiddellijk de prullenbak in kunnen wanneer Facebook besluit het algoritme aan te passen.

Tegelijk is het ook aan Facebook te danken dat het bereik enorm is vergroot. Bovendien is Facebook hoe je het wendt of keert de (bijna exclusieve) kiosk waar artikelen worden gelezen. De mediabedrijven zijn eerst zelf aan zet om de intrinsieke waarde van ‘moeilijke’ journalistiek onder de aandacht te brengen van Facebook en de lezers op Facebook. Los van financiering moeten voorhoedespelers met elkaar in contact blijven, bijvoorbeeld door ontwikkelkosten te delen bij technieken die helpen om lezers te binden buiten Facebook om.

9. Een basis nieuwsvoorziening

Bij het veranderende medialandschap hoort een heroverweging van de wijze waarop overheidsgeld wordt ingezet. Er blijkt consensus, of anders op zijn minst begrip (in die zin dat het als onvermijdelijk wordt gezien) voor een publiek ingerichte informatiestroom. De publieke omroep is daarbij één van de modellen die werden genoemd.

Publiek geld zou in dat model gebruikt worden om in de volle breedte de journalistiek te ondersteunen. Een minder radicaal begin is om publiek gefinancierde media te verplichten om hun informatie, data en (rauwe) videobestanden beschikbaar te stellen voor andere mediabedrijven.

In de discussies werd ook op dit thema opvallend vaak onderscheid gemaakt tussen landelijk en regionaal / lokaal niveau. Gevreesd wordt, dat in de regio qua journalistieke productie en beschikbaarheid van journalistieke producten al vrij snel een te laag niveau wordt bereikt. Een ondersteuning vanuit een basisvoorziening zou hierin helpen. Focus moet liggen op de onderzoeksjournalistiek. De borging van onafhankelijke (onderzoeks)journalistiek is cruciaal voor de werking van de democratie. Wellicht moet de overheid ook los van een basis nieuwsvoorziening specifiek middelen en/of faciliteiten beschikbaar stellen om ervoor te zorgen dat onafhankelijke (onderzoeks)journalistiek in de samenleving aanwezig blijft.

10. Huis voor de Journalistiek

Het Stimuleringsfonds heeft een cruciale rol gespeeld bij de begeleiding en subsidiëring van nieuwe initiatieven als Blendle, de Correspondent, Local Focus en Follow the Money. De aanwezigen vinden het wenselijk dat het Stimuleringsfonds ondernemerschap en innovatie op deze wijze blijft steunen. Daarnaast zou het Stimuleringsfonds ook een rol kunnen spelen in vervolgfinanciering waarmee initiatieven niet alleen ontwikkeld kunnen worden, maar ook in staat worden gesteld om te groeien.

Bemoedigend was – los van de kennelijke waardering voor het werk van het Fonds –  dat in veel van de discussies werd gepleit voor de oprichting van een Huis voor de Journalistiek, een plek waar het belang van journalistiek voor de democratie tot uitdrukking kan komen. Dit zou de plek moeten zijn waar kennis wordt gedeeld, inspiratie wordt geboden, maar waar bovenal zichtbaar wordt gemaakt dat een gezonde democratie natuurlijke wapens heeft tegen vervlakking en polarisering. Het Stimuleringsfonds laat een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar zo’n Huis.

.

Conclusies

Een belangrijke conclusie van de sessies is dat de afwezigheid van het politieke/publieke debat over de ontstane situatie grote zorgen baart. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek is daarbij opgeroepen om als regisseur en aanjager dit politiek te agenderen en een begin te maken met de instrumentalisatie van het benodigde beleid. Zeker ook in dat licht bezien, hopen we dat het aanbieden van onze bevindingen een betekenisvolle eerste aanzet is.

De scenariostudie heeft de zorgen over de toekomst van de journalistiek prominent op tafel gelegd. Deze zorg wordt breed gedragen. De urgentie om nú tot handelen over te gaan ook. Hierbij wordt onderkend dat er zowel een verantwoordelijkheid ligt bij de sector zelf als bij de politiek. Tijdens de vijf avonden is er echter niemand geweest die heeft betoogd dat de markt wel een antwoord vindt op de uitdagingen waar we voor staan. Journalistiek raakt aan het wezen van de samenleving. Daarom heeft deze ontwikkeling een andere dynamiek en inhoud dan reisbureaus, winkelketens of andere sectoren die eerder door het internet werden geraakt.

Het is daarom, dat wij er bij de staatssecretaris op aandringen over te gaan tot het instellen van een commissie (naar analogie van de toenmalige commissie-Brinkman) om de aangegeven punten uit te werken. De vragen die voor liggen zijn fundamenteel, de urgentie is helder. Maar belangrijker nog: er is – mede dankzij de scenariostudie – meer tekening in het landschap gekomen. Zo stond in de opdracht aan de toenmalige commissie Brinkman ‘de pers’ centraal. Dat zou in het huidige tijdsgewricht ondenkbaar zijn. Gevoegd bij die ervaringen en inzichten die sinds de commissie-Brinkman zijn opgedaan, zou een nieuwe commissie in staat moeten worden geacht om concreet aanbevelingen te doen die helpen bij het uitzetten van een koers die gericht is op het creëren van voorwaarden en omstandigheden die iedere burger in staat stelt zich goed te informeren.

 

Namens het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

René van Zanten – Directeur

Vincent Kouwenhoven – Bestuursvoorzitter

 

Deze  brief is ondertekend door:

Mark Deuze, Hoogleraar Mediastudies UvA
Casper Sikkema, Hoofdredacteur Vice Benelux
Guido van Nispen
, CEO ANP
Jos de Haan, Hoofdonderzoeker SCP
Piet Bakker, Lector Crossmedia & Kwaliteitsjournalistiek | FCJ/HU

Renzo VeenstraHoofdredacteur Omroep West
Rinder Sekeris, directeur-uitgever Nederlands Dagblad
Henri Beunders, Hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam
Bas Mesters, Directeur journalistiek Hogeschool Windesheim
Kees Spaan, oud voorzitter NDP nieuwsmedia
Joke Hermes, Lector Media, Cultuur en Burgerschap, Hogeschool Inholland
Ward Wijndelts, hoofdredacteur VrijNederland
Oscar Kneppers, Founder Rockstart
Tim Klein, voormalig directeur HMC
Klaske Tameling, media-onderzoeker en adviseur
Jan Driessen, Directeur/eigenaar Q&A
Irene Costera Meijer, Professor of Journalism, VU University Amsterdam
Allard Berends, directeur / hoofdredacteur Omroep Flevoland
Éva Juhász, co-founder Reblr
Thomas Boeschoten, oprichter Utrecht Data School
Edward van der Geest, (Oud-) Wethouder gemeente Nunspeet
Mark Termeer, directeur Sijthoff Media Groep
Willem Schimmelpenninck van der Oije, zakelijk directeur Persmuseum
Joos Philippens, manager journalistieke innovatie De Limburger/coördinator journalistiek MediaValley
Jan Bierhoff, owner MediaLynx
Jeroen Visser, correspondent Zuid-Korea en Japan voor de Volkskrant
Eric Smit, Follow the money
Fifi Schwarz, docent Nederlands in spé en blogger
Hugo Schneider, Adjunct-hoofdredacteur HMC
Geesje van Haren, hoofdredacteur VersPers.nl
Frank Huysmans, WareKennnis onderzoek & Advies
Giselle van Cann, Plaatsvervangend Hoofdredacteur NOS Nieuws
Wim Danhof, Hoofdredacteur Mediafacts
Jeroen van Bergeijk, Oprichter Fosfor
Teun Gautier, Oprichter De Coöperatie
Flip van Willigen, Stationsmanager TV Enschede FM
Ton van Mil, stichting iMMovator
Freek van ’t Ooster, stichting iMMovator
Niek Hietbrink, Docent Communicatiewetenschap / Onderzoeker Windesheim
Sjuul Paradijs, media-ondernemer en ex-hoofdredacteur De Telegraaf
Hylke van der Meer, bedrijfsadviseur
Jeroen Smit, journalist, hoogleraar
Wijnand Nijs, Hoofdredacteur/oprichter BredaVandaag.nl
Edward van der Geest, (Oud-) Wethouder gemeente Nunspeet, VNG-commissie O.C.S.
Annelou van Egmond, Directeur Commedia Consult
Nel Ruigrok, eigenaar/directeur van La Jupe Sauvage
Lotte Stegeman, Hoofdredacteur Kidsweek en 7Days

Begeleidende brief

Lees ook de begeleidende brief bij deze aandachtspunten aan staatssecretaris Dekker, ondertekend door:

Marcel Gelauff (hoofdredacteur NOS-Nieuws)
Harm Taselaar (hoofdredacteur RTL-Nieuwsgroep)
Thomas Bruning (algemeen secretaris NVJ)
René van Zanten (directeur Stimuleringsfonds voor de Journalistiek)
Vincent Kouwenhoven (bestuursvoorzitter Stimuleringsfonds voor de journalistiek)