Dronejournalistiek in Afrika maakt conflictgebieden toegankelijk

dronejournalistiek

Journalisten kunnen nu verhalen maken die anders onmogelijk zouden zijn. Bijvoorbeeld over Congo, waar een conflict speelt dat jarenlang weinig aandacht kreeg. Toch moeten redacties goed blijven nadenken over de inzet van drones, zegt Justin Arenstein van Code For Africa.

In Afrika moeten drones onderzoeksjournalistiek in het continent een boost geven. Tenminste, als het aan africanDRONE ligt. Dit netwerk van freelance journalisten, dronepiloten en digitale-media-experts zet drones en satellieten in om verhalen te maken. Het  werkt inmiddels in 17 landen en bereikt een groot internationaal publiek. Verhalen werden gepubliceerd in the New York Times, The Guardian en in Die Welt.

Klimaatverandering verslaan

Dronejournalistiek biedt een wereld aan mogelijkheden in het continent. Justin Arenstein is directeur van Code For Africa, dat africanDRONE samen met de Knight Foundation en Google News Lab ondersteunt. Hij legt uit: ‘Drones geven ons de kans naar plekken te gaan waar journalisten niet kunnen komen, en dronejournalistiek is een veiligere manier om conflictgebieden en klimaatverandering te verslaan.’ Zo bracht een dronepiloot de droogte in het Zuid-Afrikaanse stadje Calvinia in kaart.

Daarnaast werkt africanDRONE met sensorjournalistiek. Voor het project BlastTracker plaatste het team microfoons onder water, gemaakt van oude telefoons, in gebieden waar illegale dynamietvisserij plaatsvindt. Duizenden vissen werden hierdoor gedood en het koraal raakte aangetast. Als de microfoons veranderingen signaleerden, stuurden ze een sms naar lokale overheden of redacties. Bij aankomst van de bootjes met illegale vissers stond een team journalisten aan de kant te wachten om verhaal te halen bij de vissers. Een nieuwe vorm van breaking news, noemt Arenstein het.

Samenwerking met nieuwsredacties

Je kunt nog zulke waardevolle data verzamelen met behulp van drones, daarmee heb je nog geen journalistiek verhaal. ‘In het begin was iedereen enthousiast over de hippe technologie,’ vertelt Arenstein. ‘We werkten alleen met een tech-team. We dachten dat er prachtige journalistiek zou ontstaan als we redacties onze data gaven. Maar de realiteit was anders. Het was net als met een persbericht: je dropt het, journalisten snappen de context niet en niemand pakt het op.’

Nieuwsredacties sturen nu de projecten vanaf de start inhoudelijk aan. Het initiatief voor nieuwe projecten komt van beide kanten. Daarnaast gaat een project niet van start zonder dat de audience engagement campagne klaar is. Het moet helder zijn hoe het publiek betrokken wordt bij het verhaal. Waar de onderzoekers in het begin hun gang konden gaan met drones en satellieten, zit er inmiddels steeds vaker wetgeving in de weg. In veel Afrikaanse landen is inmiddels een vergunning nodig. Arenstein vindt dit een goede ontwikkeling, hoewel het verkrijgen van een vliegvergunning voor veel freelancers een dure aangelegenheid is.

Voorbij de hype

Dat drones iets kunnen toevoegen aan verslaggeving over moeilijk bereikbare landen, is ook goed zichtbaar in het Afrikaanse continent. Arenstein: ‘Congo krijgt veel minder aandacht dan Syrië, want er is geen zichtbaar bewijs van wat er daar gebeurt. Met dronejournalistiek hebben we wel toegang tot deze verhalen. Wel beschikking hebben over dat materiaal verandert het paradigma ingrijpend, want ineens kun je een conflict wel in kaart brengen.’

Dronejournalistiek moet geen project zijn om mee te pochen, dan verspeel je schaarse bronnen

Toch is hij ook kritisch over de inzet van sensoren en drones. ‘Zet het alleen in als er geen enkele andere manier is om het verhaal te maken. Het moet een instrument zijn dat een verhaal aanscherpt en meerwaarde geeft. Zo ga je voorbij de hype van dronejournalistiek. Denk aan luchtvervuiling in kaart brengen. Of invliegen op een plek waar net een ramp is gebeurd en waar je als journalist geen toegang toe kan krijgen. Maar vraag je altijd af of je niet voor evenveel geld vier solide verhalen kunt maken met meer traditionelere vormen van journalistiek. Als het een project is waarmee je wilt pochen, verspeel je schaarse bronnen.’ Met dat laatste doelt Arenstein op de hoge kosten en de tijd die dronejournalistiek in beslag neemt.

Routine

Redacties die dronejournalistiek wel gestructureerd willen integreren, weten vaak niet hoe. Carte Blanche, een Zuid-Afrikaans onderzoeksjournalistiek programma, doet dit volgens Arenstein wel goed. Dit programma zendt elke twee weken een onderzoeksitem uit dat gemaakt is met behulp van drones. ‘Maak het makkelijk genoeg, zodat het routine wordt, dat is het geheim van het implementeren van dronejournalistiek op redacties.’

Foto van africanDRONE

Over Ans Boersma

Ans Boersma werkt als freelance journalist vanuit Istanbul. Eerder was zij als docent verbonden aan de opleiding Journalistiek en Communicatie.

Reageer

Geef een reactie

*