GraphixBox: ‘Een idee is werkelijkheid geworden’

Een marktplaats en productieplatform voor infographicmakers en media. Dat was het idee waar Robert Stiphout het project voor GraphixBox mee startte. Na ruim anderhalf jaar heeft hij nog dezelfde ambitie: “GraphixBox moet de wereldwijde marktplaats voor infographics worden.”

De liefde voor infographics van Stiphout ontstond bij opinieblad Elsevier. In 2006 interviewde hij wetenschapper Robert Dijkgraaf over de kunst van het college geven: “Toen kreeg ik in de gaten hoe belangrijk beeld is. Hij vertelde me dat hij volgens de mitrailleurmethode werkt: mensen op zo veel mogelijk verschillende manieren informatie aanbieden. Dat betekent tekst én beeld gebruiken. Visualiseren doen de geschreven media naar mijn idee niet genoeg.” Stiphout vindt dat die meer gebruik moeten maken van beeld, maar begrijpt dat dat moeilijk is. Goede infographics zijn vaak duur en het maken ervan kost veel tijd. Die tijd hebben journalisten niet.

Daarom bedacht hij GraphixBox: een marktplaats en een productieplatform voor infographicmakers en media. Infographicmakers plaatsen er (tweedehands) infographics op en vervolgens kunnen media deze kopen. In juni 2014 ontving hij er een subsidie van bijna 40 duizend euro voor van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. De infographicmaker bepaalt zelf de prijs en welke rechten de koper heeft, bijvoorbeeld of hij de infographic mag veranderen. GraphixBox zorgt er voor dat de infographicmakers en de media met elkaar in contact komen. Enerzijds wil Stiphout zo de visualisatiewens van de media waarmaken, anderzijds media de kans geven om meer te visualiseren en zo een grotere groep mensen te bereiken.

Vier maanden later live

In januari 2015 moest GraphixBox live gaan, maar dit liep vier maanden uit. Volgens Stiphout kwam dat door drie dingen. “Ten eerste duurde het langer om de oprichting rond te krijgen. Het is belangrijk om daar goed de tijd voor te nemen, omdat je anders de kans loopt om fouten te maken.” Toen de oprichting dan eindelijk rond was, konden Stiphout en zijn collega’s aan de slag gaan met de website. Er werd goed nagedacht over hoe de website er uit moest komen te zien. Dat nam meer tijd in beslag dan beoogd, en vervolgens kregen ze nog een tegenslag: de hostingpartij werd gehackt. “We wisten niet meer of er iemand iets in de website had gestopt wat er niet hoorde. We waren genoodzaakt om opnieuw te beginnen.” Uiteindelijk wist de websitebouwer alles op te lossen. De testperiode werd wat uitgesteld, maar op 22 mei ging de website dan eindelijk live.

Stiphout had verwacht dat vooral media met een kleine portemonnee gebruik zouden maken van GraphixBox, maar dat viel anders uit. “Gaandeweg het proces kwam ik er achter dat grote landelijke media ook niet altijd het geld of de tijd hadden om dergelijke producties te maken. Zij hadden blijkbaar ook behoefte aan iets als GraphixBox.” Er is bij grote en kleine media vraag naar zijn product, zegt hij. “Het Historisch Nieuwsblad is een goed voorbeeld van een medium met een kleiner bereik. Zij hebben behoefte aan meer visualisatie, maar hebben daar vergeleken met grote landelijke media beperkte middelen voor.”

Nee-verkoop belemmert succes niet

NRC Handelsblad is al begonnen met het uploaden op GraphixBox, de Volkskrant en Het Parool zijn bijna zo ver. Daarmee stuit Stiphout op een nieuw probleem. “Een tijd geleden vroeg de Volkskrant om een 3D-weergave van de Gouden Koets, maar die had ik niet in mijn database staan. In mijn netwerk van infographicmakers had ook niemand zoiets beschikbaar, dus moest ik nee verkopen.” Om te voorkomen dat dat vaker nodig is, moet de database van GraphixBox uitgebouwd worden: “Hoe groter de database, hoe groter de kans dat iemand vindt wat hij zoekt. Maar dan moet er wel een wil zijn bij infographicmakers om hun producties te blijven uploaden.”

In 2014 had Stiphout al plannen om GraphixBox internationaal te maken en daar is hij nu druk mee bezig. “Sinds januari schrijf ik zo veel mogelijk buitenlandse media aan. Vervolgens praat ik via Skype met de verantwoordelijke beeldredacteur en nodig ik hem of haar uit om te gaan downloaden of uploaden.” Inmiddels is Stiphout in gesprek met Der Spiegel en heeft hij ook contacten gelegd met onder andere The Guardian en National Geographic.

Zelf de redactie overtuigen

Een belangrijke les die Stiphout heeft getrokken uit het project, is dat je mensen persoonlijk moet aanspreken wanneer je ze wilt overtuigen van iets nieuws. “Alleen een mailtje of telefoontje is niet genoeg. Je moet langsgaan om als het ware de hele redactie te overtuigen.”

Over Merel Driessen

Merel Diressen is student journalistiek en erg nieuwsgierig naar wat de toekomst haar te bieden heeft.

Reageer

Geef een reactie

*