Is de filter bubble gewoon een makkelijk antwoord op moeilijke vragen?

Gepersonaliseerd nieuws is heel gewoon geworden, maar volgens internetactivist Eli Pariser kan het negatieve gevolgen hebben voor individuele lezers en voor de maatschappij. Moeten we ons zorgen maken over de zogenaamde filter bubble, of is er eigenlijk niets nieuws onder de zon?

Nieuwsmedia hebben altijd onderzoek gedaan naar de manier waarop mensen lezen en kijken. Toch is er sinds de opkomst van het internet een hoop veranderd. Tracking cookies zorgen ervoor dat websites hun lezers beter kennen dan ooit. Het maakt het aanbieden van gerichte advertenties en content steeds eenvoudiger, maar die eenvoud brengt ook vraagstukken met zich mee.

Een van de meest besproken vraagstukken is dat van de zogenoemde filter bubble. Volgens internetactivist Eli Pariser zorgt gepersonaliseerde content ervoor dat mensen in een ‘informatieluchtbel’ terecht komen, waarin ze niet langer in contact komen met verschillende visies op actuele gebeurtenissen. Websites gebruiken de persoonlijke data van bezoekers om te bepalen welke content ze hen willen laten zien.

Cirkel van bevestiging

Pariser geeft een concreet voorbeeld tijdens zijn TED Talk. Als twee van zijn vrienden “Egypte” googelen, krijgt de ene informatie over toeristische trekpleisters. De ander ziet zoekresultaten over protestacties. Volgens Pariser is het vooral een kwalijke zaak dat ook websites zoals Yahoo News zich met het voorselecteren van content bezighouden. Hij vreest dat mensen dankzij de filter bubble niet meer in aanraking zullen komen met andersdenkenden. Big data sluit de lezer langzaam op in een cirkel van eindeloze bevestiging.

https://twitter.com/CNN/status/823250883286802433

 

De filter bubble, ook wel echo chamber genoemd, zou zelfs journalisten in zijn greep hebben. Volgens Vice waren journalisten geschokt over de overwinning van Trump, omdat zij in een andere online bubble leven dan de mensen die naar de stembus gingen. Uit het onderzoek dat Vice als bron gebruikte, blijkt dat journalisten aan de hand van data van onder andere social media eenvoudig hadden kunnen concluderen dat Trump de grootste kanshebber was. In plaats daarvan gebruikten journalisten de data van grote opiniepeilers voor hun verhalen. Mogelijk kwam deze data dankzij personalisatie hoger in hun zoekresultaten terecht. Het kan ook zijn dat ze de uitslagen van bepaalde opiniepeilingen selecteerden, omdat deze beter aansloten op hun eigen beeld van de verkiezingsstrijd.

https://twitter.com/EricLiptonNYT/status/810593686522359808

 

Een leuk buzzword

Het boek dat Eli Pariser schreef over de negatieve effecten van de filter bubble werd een New York Times bestseller. Toch is de wetenschappelijke gemeenschap kritisch. Volgens datajournalist Friedrich Lindenberg is er veel onderzoek gedaan naar de filter bubble. “Veel van die onderzoeken eindigen met een verpletterende ‘meh’ of ‘het hangt ervan af…”, legt hij uit. “Het woord ‘filter bubble’ lijkt vooral een gemakkelijk antwoord op vragen die verbanden leggen tussen social media en politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de Amerikaanse presidentsverkiezingen.”

Wat volgens critici vooral onduidelijk is, is of de filter bubble een nieuw verschijnsel is. Voordat algoritmes en big data bepaalden welke artikelen mensen voorgeschoteld kregen, kozen lezers zelf welke artikelen ze lazen en welke ze overslagen. De effecten van deze twee verschillende vormen van selectie zouden volgens onderzoek nagenoeg hetzelfde kunnen zijn. Oftewel: niets aan de hand.

Onontkoombaar

Professor data-ethiek Linnet Taylor doet er zelfs een schepje bovenop. “De filter bubble is een onontkoombaar onderdeel van het sociale leven, een onderdeel waar we zowel offline als online mee te maken hebben”, vertelt ze. “We raken bevriend met mensen die een vergelijkbare kijk op de wereld hebben. Op internet doen we precies hetzelfde.” Toch vindt ze dat we kritisch naar de personalisering van nieuws moeten blijven kijken. “Er ontstaan problemen zodra we ons niet langer bewust zijn van het bestaan van andere meningen. Die situatie doet zich online sneller voor dan offline. Het is moeilijk om een krant te kopen zonder andere kranten te zien. Op internet is de situatie anders. Media moeten zich hier bewust van zijn en verantwoordelijk met die kennis omgaan.”

https://twitter.com/nonobody/status/816648078866444288

 

Foto: Eli Pariser door PopTech

 

Over Inge Beekmans

Inge Beekmans geeft les over online journalistiek en innovatie aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Naast haar baan als docent werkt ze als freelance journalist, tekstschrijver, vormgever en bouwt ze websites | Twitter: @ingebeekmans

Reageer

Geef een reactie

*