Minka Nijhuis: ‘Buitenlandjournalisten moeten meer voor hun vak opkomen’

Minka

Volgens oorlogsjournalist Minka Nijhuis is haar vak in de afgelopen dertig jaar nogal veranderd. In gesprek met beginnend vakgenoot Laurie Treffers: “Verhalen vertellen is een ambacht. Ik vind dat veel journalisten daar nu te laconiek over doen.”

Een dag voor ons interview mailt Minka Nijhuis dat ze morgen naar het ziekenhuis moet voor haar pols. Als we elkaar vier dagen later zien, vertelt ze over de ijzeren pin in haar pols. Ik wacht op een spannend verhaal, maar ze glimlacht: “Het gebeurde afgelopen juni in Frankrijk tijdens een fietstochtje.” Na ruim 25 jaar oorlogsjournalistiek – ze vluchtte door rivieren voor milities in Cambodja en overleefde de bommenregen in Aleppo – raakte Nijhuis gewond tijdens een fietstocht in de Provence. Ze moet er zelf hard om lachen.

Als freelancer schrijft Nijhuis voornamelijk voor Trouw, Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer. Ook schreef ze zes boeken, waaronder Het Huis van Khala (2004) en Birma, Land van Geheimen (2009). Ze reisde af naar onder andere Birma, Afghanistan, Irak en Syrië. Momenteel werkt ze vanuit haar thuisbasis Amsterdam aan haar zevende boek. Fictie, hoewel het verhaal is gebaseerd op haar ervaringen in de oorlogsjournalistiek. Ze grapt: “Ik steek de draak met mijn vak en collega’s, maar ook met de ik-persoon, dus dan mag het.”

Oververhitte machine

Dat Nijhuis (1958) in haar dertigste levensjaar de journalistiek inrolde, was niet gepland. Ze studeerde onder andere psychologie en communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Moderne Aziatische geschiedenis schreef ze een paper over de Rode Khmer. Na haar studie vertrok ze in 1989 naar Cambodja, om daar ooggetuige te zijn van de terugtrekking van het Vietnamese leger. Gewoon, omdat ze het nu wel eens in het echt wilde zien. Aldaar brokkelde het ontzag dat ze altijd had gehad voor journalisten langzaam af. Naast de grote kenners en oudgedienden waren er veel verslaggevers die eigenlijk niet zoveel over het conflict wisten. Dan kon zij ook best journalist worden, besloot Nijhuis.

Ik denk dat redacties vandaag de dag eerder vragen: ‘Waarom moeten mensen dit lezen?’

Bijna dertig jaar later vraag ik haar of ze denkt dat freelancers van nu hun eerste stappen in de buitenlandjournalistiek anders ervaren dan zij toen deed. “De buitenlandjournalistiek is sowieso veel moeilijker geworden. Er wordt veel meer van je verwacht. Jullie moeten multimediaal werken en continu bereikbaar zijn. De hele industrie is een oververhitte machine geworden. Ook is er de zoektocht naar publiek. Ik denk dat redacties vandaag de dag eerder vragen: ‘Waarom moeten mensen dit lezen?’ Toen ik begon, was die marktwerking meer tweezijdig. Ik vind dat ‘u vraagt, wij draaien’ niet onze journalistieke taak is.”

Smokejumpers

Nijhuis onderscheidt zich door haar specialisatie in slow journalism. “Toen ik begon, zag ik veel ‘smokejumpers’: journalisten die het snelle nieuws najagen. Ze verdiepen zich niet in een conflictgebied, maar reizen er wel naar toe om verslag te doen van grote nieuwsgebeurtenissen. Terwijl iedereen naar een persconferentie ging, sprak ik met de mensen op straat en leerde ik hun verhalen kennen. In het begin was dat lastig. Je denkt: ‘Ik moet ook naar die persconferentie!’ Maar dan realiseer je je dat die verhalen toch wel worden verteld. Je moet je eigen gang durven gaan. Dat is gedurende mijn carrière mijn leidraad geworden.”

Nijhuis is niet geïnteresseerd in de rook waar de smokejumpers op af gaan. Ze wil het smeulende vuur: de menselijkheid in conflictgebieden. Het verhaal voorbij de frontlinies vindt ze veel interessanter, al wordt dat in de oorlogsjournalistiek niet altijd op waarde geschat. “Binnen de berichtgeving over oorlog wordt de frontliniejournalistiek gezien als een soort eredivisie. Het gaat er vaak om wie als eerste, of als enige, in een gevaarlijk gebied geweest is. Ik kan je vertellen: ik vind het veel moeilijker om in een ziekenhuis te staan en te zien hoe een moeder haar kind ziet sterven, dan om aan de frontlinie beschoten te worden.”

Nieuwe generatie

Hoe gaat mijn generatie journalisten, die steeds vaker als freelancer en voornamelijk online zal werken, slow journalism overeind houden in het dynamische medialandschap? “Door meer voor het vak op te komen. Verhalen vertellen is een ambacht. Ik vind dat veel journalisten daar nu te laconiek over doen. We zeggen te gemakkelijk: er is geen budget. Dat is onzin. Er is wel budget voor de Olympische Spelen. We moeten durven zeggen: ‘Wij zijn het waard, ons werk is belangrijk.’ Ik geloof dat als verhalen goed verteld worden, er een publiek is dat ze wil lezen.”

Over de vraag of ze nog tips heeft voor beginnende freelance journalisten die naar conflictgebieden willen reizen, moet Nijhuis lang nadenken. “Ik kan nu wel zeggen dat je niet zo koppig moet zijn en naar je redactie moet luisteren, maar dat ga je toch niet doen. In het begin stortte ik mij volledig in verhalen die mij fascineerden. Of die wel kans maakten op publicatie vond ik van latere zorg. Dat produceren niet zo werkt, daar kwam ik door ervaring achter. Wat ik wel kan zeggen, is: specialiseer je. En zoek goede collega’s op. De journalistieke arena is heel competitief. Buitenlandjournalistiek is een pittig vak en het wordt er alleen maar pittiger op. Je hebt elkaar gewoon heel hard nodig.”

Wat kan een beginnend journalist anno 2017 leren van een oude rot in het vak? De komende weken interviewen jonge verslaggevers hun journalistieke voorbeeld.

In deel 1 ontmoet freelance journalist en conflictanalist in opleiding Laurie Treffers oorlogsjournalist Minka Nijhuis.

Laurie 2

 

 

Deel dit artikel:

Reageer