Meer participatieve journalistiek in Europa: hoe het European Journalism Centre dat stimuleert

participatieve journalistiek

Nieuwsorganisaties die niet werken vanuit de traditionele verhouding tussen journalist en passieve media-consument, zitten in de lift. Althans, volgens het European Journalism Centre (EJC). Met het anderhalf jaar durende Accelerator-programma helpt het EJC redacties op weg die actief samenwerken met hun publiek. Die steun dient uiteindelijk ook een groter doel: een Europees netwerk van participatiejournalistiek.

Het Oekraïense nieuwsplatform Tvoe Misto werd vijf jaar geleden opgericht, na de Maidan-protesten in Kiev. Pro-Europese Oekraïners protesteerden in de hoofdstad tegen het beleid van president Viktor Janoekovitsj. ‘Het viel toen op hoe giftig en negatief de berichtgeving was,’ vertelt Taras Yatsenko, mede-oprichter van  Tvoe Misto. ‘Mensen werden daar wanhopig van. Wij willen constructieve journalistiek bedrijven en zoeken naar oplossingen die leiden tot een gezondere maatschappij.’

Tvoe Misto – vrij vertaald ‘Jouw Stad’ –hoort bij het eerste kluitje nieuwsorganisaties dat vorig najaar ging meedraaien in de Engaged Journalism Accelerator van het European Journalism Centre (EJC); een Europees programma dat participatieve journalistiek wil stimuleren. De redactie van Tvoe Misto richt zich vooral op de West-Oekraïense stad Lviv en werkt nauw samen met haar inwoners. Dat gebeurt onder meer via livestreams van debatten over lokale onderwerpen – zoals kinderopvang – waarbij kijkers zich vanuit huis kunnen mengen in de discussies. Een ander voorbeeld: met honderden bijdragen van burgers, voornamelijk via Facebook, maakte Tvoe Misto een stadskaart met daarop een overzicht van gehavende straten die een opknapbeurt nodig hebben. Yatsenko: ‘Ons kernpubliek bestaat uit pro-actieve stedelingen die zich verantwoordelijk voelen voor wat zich afspeelt in hun gebouw, hun straat en hun land.’

Actieve gemeenschap

Behalve Tvoe Misto draaien de komende maanden nog elf andere Europese nieuwsorganisaties mee in de Accelerator. Het zijn redacties die in focus verschillen – van hyperlokale berichtgeving tot onderzoek naar nationale besluitvorming –, maar stuk voor stuk journalistiek bedrijven waarbij intensieve publieksparticipatie voorop staat. Volgens programmadirecteur Kathryn Geels schiet het woord ‘publiek’ zelfs tekort. Ze spreekt liever van media die een ‘gemeenschap dienen’. ‘Dat was een voorwaarde voor onze steun’, vertelt ze in een koffiezaakje in de buurt van het EJC-hoofdkantoor in Maastricht. ‘Organisaties die we steunen werken juist niet voor een passief publiek, zoals veel traditionele nieuwsmedia dat wel doen.’

In totaal stelde het EJC, dankzij steun van Civil en het News Intrigity-fonds, 1,7 miljoen euro beschikbaar voor de Accelerator-deelnemers. De subsidies worden op verschillende manieren ingezet. Zo experimenteert het tijdschrift Médor met pop-up-redacties in landelijk België en wil de Spaanse waakhond Civio een online hub optuigen waarop leden kennis kunnen delen. Behalve bijdragen aan inhoudelijke verdieping moet de Accelerator de redacties helpen zelfvoorzienender te worden; bijvoorbeeld door onderzoek naar nieuwe verdienmodellen of door mensen in te vliegen die de bedrijfsvoering kunnen stroomlijnen.  

Netwerken

Maar de hulp stopt niet bij een zak met geld. De twaalf redacties hebben sporadisch contact met elkaar en profiteren bovendien van het internationale netwerk van het EJC. ‘We verbinden de nieuwsorganisaties met experts uit sectoren waarvan ze weinig kennis in huis hebben’, zegt Geels. ‘Hebben deelnemers bijvoorbeeld hulp nodig op het gebied van productontwikkeling, dan gaan wij op zoek naar een mentor die daarbij kan helpen.’ Dat contact verloopt grotendeels online, de mentoren werken vrijwillig mee. ‘Ik denk dat ze oprecht gefascineerd zijn door het werk van deze organisaties.’

Transparantie

Van de deelnemers wordt verwacht dat ze inzicht geven in hun leerproces. Sinds februari rapporteren ze maandelijks over hun voortgang en nieuwe uitdagingen. Zo kan het EJC  zelf weer lessen trekken uit het project. Dat begon eigenlijk al bij het aanmeldingsproces. ‘We ontvingen aanvragen van 128 nieuwsorganisaties’, zegt Geels. ‘We vroegen vrij gedetailleerde informatie van ze op, bijvoorbeeld over hun doelen en bedrijfsvoering. Dat hielp ons niet alleen om een goede afweging te maken, maar ook om de stand van zaken in de Europese participatieve journalistiek in kaart te brengen.’

Het Accelerator-team wil dan ook meer doen dan een handvol innovatieve nieuwsredacties op weg helpen: het doel is om participatieve journalistiek in heel Europa in kaart te brengen én te stimuleren. Geels hoopt dat andere nieuwsorganisaties zich laten inspireren door het project, en dat het EJC de spil wordt in een Europees netwerk waarin wordt nagedacht over de mogelijkheden van participatieve journalistiek.

Volgens Geels kan participatieve journalistiek bijdragen aan oplossingen voor de problemen waar de journalistiek mee kampt: ‘Er is een gebrek aan vertrouwen in media, verdienmodellen zijn achterhaald en techgiganten domineren informatiestromen. We hopen dat deze journalistieke vorm kan bijdragen aan actief burgerschap en meer begrip tussen mensen onderling. Ik denk dat het dom zou zijn om te denken dat journalistiek blijft bestaan uit eenzijdige monologen.’ Media-organisaties die nauw samenwerken met hun publiek zijn – zo is het idee- in de regel transparanter, benaderbaar, kunnen ter verantwoording worden geroepen en luisteren naar de behoeftes van de gemeenschap die ze dienen.   

Twaalf case studies

Het Accelerator-project is, kortom, een pan-Europees praktijkonderzoek naar participatieve journalistiek. Met twaalf nieuwsorganisaties als lopende case studies. In december, anderhalf jaar na de start van het project, zullen de redacties hun inzichten delen op een internationale bijeenkomst.

Taras Yatsenko van Tvoe Misto heeft met de subsidie van de Accelerator genoeg plannen voor de nabije toekomst: ‘We willen een tv-studio bouwen, ons debatplatform verbeteren en onderzoeken of we een ledenmodel kunnen opzetten,’ – nu nog een rariteit in Oekraïne. ‘En we willen zelf een praktijkschool voor journalistiek oprichten. We zien dat het bij veel mensen die net zijn afgestudeerd schort aan praktische vaardigheden. We hebben een duidelijke missie en specifieke waarden. Veel media in Oekraïne worden gesteund door politici en oligarchen. Dat maakt het moeilijk om de beste mensen te vinden. En die hebben we wel nodig.’

Foto: Wachten op de bus in Lviv (Oekraïne), door Andrii Podilnyk

 


Thema-avond: Samenwerken met je publiek in de onderzoeksjournalistiek

Benieuwd hoe je als onderzoeksjournalist je publiek bij je verhaal kan betrekken? Donderdag 28 maart laten The Bureau Local (UK), Correct!v (DE) en De Monitor aan de hand van reconstructies zien welke belangrijke rol het publiek speelt binnen hun journalistieke onderzoek en wat ze de afgelopen jaren hebben geleerd. Merel Borger (Adessium Foundation) laat haar licht schijnen op de ontwikkeling van publieksparticipatie door de jaren heen. Toegang is gratis.

Over Joost Van Beek

Joost van Beek studeerde Geschiedenis en Journalistiek. Zijn stukken verschenen onder andere in de Volkskrant, bij VPRO 3voor12, Cultuurpers en Reporters Online. Hij werkt als freelance redacteur voor de nieuwsapp upday for Samsung.