De nieuwe subsidieregeling: op zoek naar de WOW! in onderzoeksjournalistiek

onderzoeksjournalistiek

Een subsidieregeling voor onderzoeksjournalistiek, die moet over onderzoeksjournalistiek gaan. Nogal wiedes. Maar welke definitie van onderzoeksjournalistiek hanteer je dan? Bart Brouwers, projectleider van de nieuwe regeling, blogt over de totstandkoming ervan.

Door Bart Brouwers

Zoals René van Zanten al schreef zijn we momenteel bezig de laatste hand te leggen aan de regeling voor onderzoeksjournalistiek. Deze is bedoeld om een van de belangrijkste aspecten van de journalistiek, het diepgravende onderzoek, een duwtje in de rug te geven. Het kabinet heeft er alles bij elkaar 5 miljoen*) voor over, vooralsnog voor 1 jaar. Afhankelijk van de resultaten in dat pilotjaar kan besloten worden om er een structurele subsidie van te maken.

Openheid met regels

Er is ons dus alles aan gelegen om het pilotjaar goed te gebruiken. En dat betekent dat we een regeling proberen te schrijven die een grote diversiteit aan voorstellen mogelijk maakt, zonder dat die vrijheid leidt tot verkwisting van de beschikbare gelden. Openheid dus, binnen regels. We hebben de afgelopen weken heftige discussies gehad over die regeltjes, zowel intern als met het werkveld. Simpel gezegd: wat zouden de ‘harde’ criteria moeten zijn binnen een regeling die je toch zo open mogelijk wilt houden?

Wat is onderzoeksjournalistiek?

Vooralsnog zijn we tot enkele harde randvoorwaarden en zes beoordelingscriteria gekomen. De belangrijkste randvoorwaarde is ook de meest voor de hand liggende: het moet om onderzoeksjournalistiek gaan. Ja, duh. Nou, niet echt ja duh. Want praat met tien onderzoeksjournalisten en je krijgt tien verschillende definities van dat begrip. Vandaar dat we blij zijn met het werk dat professor Henri Beunders op dit vlak heeft verricht, mede in opdracht van het ministerie van OCW. Zijn definitie is voor ons nu leidend. Kernbegrippen daarbij: onafhankelijk, onderzoekend, kritisch en diepgravend. In veel gevallen zal het gaan om het aan de kaak stellen van een misstand, maar dat is geen vereiste.

Wat is ‘de regio’?

Daarnaast is, vanuit de vaststelling dat de behoefte aan versterking van de onderzoeksjournalistiek het grootst is bij regionale en lokale media, bepaald dat 75 procent van het geld ook daadwerkelijk hieraan ten goede komt. Maar ook hier liepen we tegen definitiekwesties aan. Wat is dat eigenlijk, ‘de regio’? Vaak wordt de regio gezien als het deel van Nederland dat buiten de Randstad – of buiten de grote steden – ligt. Dat zou betekenen dat in Amsterdam geen regionale onderzoeksjournalistiek zou kunnen plaatsvinden.

Amsterdam kan net zo regionaal zijn als Enschede of Surhuisterveen

Wij hebben voor een andere definitie gekozen. Een ‘regio’ is volgens ons een aaneengesloten geografisch gebied met een bepaalde samenhang. Op de regio gerichte onderzoeksjournalistiek bedient het publiek binnen zo’n eenheid. De impact van onderzoeksjournalistiek in de regio kan uiteindelijk best landelijk zijn, maar de primaire doelgroep is lokaal of regionaal. En dat betekent inderdaad ook dat Amsterdam net zo regionaal kan zijn als Enschede of Surhuisterveen.

Punten scoren

Buiten deze hardere voorwaarden zien we een aantal criteria waarop een aanvraag punten kan scoren. Elementen die daarbij in beeld komen zijn uitvoerbaarheid (is het een haalbaar plan?), duurzaamheid (wat gebeurt er met dit initiatief als de subsidie ophoudt?), samenwerking (kan de journalistiek door slimme verbonden nieuwe impulsen krijgen?), openheid (is er bereidheid om anderen mee te laten denken?), vernieuwing (is het initiatief aanvullend op wat al bestaat?) en ambitie van het team (zorgt de combinatie van mensen en doelen voor een wow!-factor?).

Begin alvast met je aanvraag

De regeling gaat op 1 september open. De exacte voorwaarden zullen, inclusief toelichting, rond die datum gepubliceerd worden. Maar er is geen reden om tot dat moment te wachten met de voorbereidingen voor een aanvraag. Ofwel: met welke onderzoeksjournalistieke wow! ga jij de maatschappij vooruit helpen? 

*)

Alles bij elkaar 5 miljoen: dit geld is in drie delen gesplitst. Een deel (1 miljoen) gaat naar individuele onderzoeksjournalistieke projecten en wordt beheerd en begeleid door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een tweede deel van 1 miljoen gaat naar talentontwikkeling; het ministerie moet nog bepalen hoe dit precies besteed gaat worden. Het laatste deel (3 miljoen) gaat naar nieuwe structuren die onderzoeksjournalistiek faciliteren. Denk daarbij aan redacties, samenwerkingsvormen of nieuwe fysieke of digitale constructies. Dit deel wordt begeleid door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek; deze blogpost focust hierop.