Wat zegt de wetenschap? | Regionale kranten kiezen vaker eigen invalshoek

Naar journalistiek wordt over de hele wereld veel interessant onderzoek gedaan. In deze rubriek geven we iedere twee weken een overzicht van drie van de meest relevante nieuwe publicaties. Deze keer onder meer: zijn kranten echt afhankelijker geworden van PR en persbureaus?

Zijn kranten écht afhankelijker geworden van PR en persbureaus?

Een afnemende redactiecapaciteit, een snellere nieuwscyclus, meer competitie en dalende advertentie-inkomsten: het is maar een greep uit de uitdagingen waar kranten dezer dagen mee worden geconfronteerd. Om de kosten te drukken en winst te verhogen, is er op veel redacties bezuinigd op onderzoeksjournalistiek.

Tegelijkertijd maken de PR-industrie en het aantal spindoctors een indrukwekkende groei door. Die ontwikkeling geeft te denken over de machtsbalans tussen journalisten en hun bronnen. Onderzoekers Boumans, Vliegenthart en Boomgaarden vergeleken daarom persberichten van organisaties met Nederlandse krantenberichten over een periode van 10 jaar, om vast te stellen of de groeiende afhankelijkheid van journalisten daadwerkelijk heeft geleid tot een grotere gelijkenis tussen nieuwsberichten en bronnen.

Ook persbureaus werden meegenomen in de vergelijking. Deze hebben namelijk een unieke en invloedrijke positie in het proces van nieuwsproductie, maar kampen met soortgelijke uitdagingen als dagbladen. Als casus werd er gekozen voor berichtgeving over nucleaire energie, omdat dit vaak zowel maatschappelijk als politiek een controversieel onderwerp is waarbij veel partijen hun perspectief willen toelichten in de media. Er werd gekeken naar twee kwaliteitskranten (NRC en de Volkskrant), een populair dagblad (De Telegraaf) en twee regionale kranten (Noordhollands Dagblad en Provinciale Zeeuwse Courant).

Meer bronnen leidt niet tot unieke berichtgeving: nationale dagbladen bevatten veel content van persbureaus

Nationale dagbladen blijken substantieel veel content van persbureaus te bevatten. Dat is in strijd met de redenering dat de grotere hoeveelheid bronnen van kwaliteitskranten leidt tot unieke berichtgeving. Opvallend is daarom dat berichten uit regionale kranten minder gelijkenis vertoonden met die van persbureaus, en dat deze kranten dus vaker kiezen voor een eigen invalshoek. Voor geen van de onderzochte kranten was de gelijkenis met persberichten van organisaties of persbureaus toegenomen. De zorg om de toenemende afhankelijkheid van kranten lijkt dus niet gerechtvaardigd. Een belangrijke kanttekening die de auteurs bij deze conclusie plaatsen, is dat het gaat om een specifiek onderwerp en dat dit onderzoek zich alleen baseerde op openbare berichten.

Nuclear voices in the news: A comparison of source, news agency and newspaper content about nuclear energy over time, Jelle W. Boumans, Rens Vliegenthart & Hajo G. Boomgaarden. European Journal of Communication, juni 2016.

Zo gebruiken Amerikaanse journalisten sociale media voor verslaggeving

Wat opvalt bij grote nieuwsgebeurtenissen, is hoe afhankelijk journalisten zijn van sociale media. Bij gebrek aan ‘echt’ nieuws, worden liveblogs vaak opgevuld met hyperlinks. Ook in de wetenschap is dit geen nieuw gegeven, maar er is nog weinig bekend over hoe journalisten precies te werk gaan met sociale media.

In een poging om vast te stellen welke waarde sociale media hebben voor het verzamelen van informatie, zetten onderzoekers Arthur Santana en Toby Hopp over heel de Verenigde Staten een survey uit onder journalisten van grote en kleine kranten. Over het algemeen zien reporters Twitter en Facebook vooral als middelen om hun verslaggeving mee te verbeteren, in plaats van te vervangen. Zo stelt er een: “I tend to use Facebook and Twitter as tip sheets to see what’s happening. They have turned me on to stories I would otherwise not know of.”

Journalisten gebruiken hun vrienden op Facebook niet als bronnen, maar wel hun Twitternetwerk

De waarde die wordt toegekend aan sociale media verschilt echter per journalist en platform. Zo laat de studie zien dat journalisten meer waarde hechten aan Twitter dan aan Facebook. Ze scrollen wel door Facebook om aan de hand van vrienden ideeën op te doen, maar gebruiken die vrienden niet als bronnen. Twitter is daarentegen geschikter om volgers in de gaten te houden en op onderwerpen te zoeken, om zo bronnen te vinden.

Deze resultaten zijn niet baanbrekend, maar laten goed zien dat social media weinig af heeft gedaan aan de rol van journalisten als poortwachters van het nieuws. Reporters struinen sociale media af en beslissen dan of ze wat doen met die informatie of niet – een soortgelijk besluit als de keuze om een citaat uit een interview wel of niet in een verslag te nemen.  Met deze controle over data kunnen ze dus nog even goed een sociale realiteit in hun verhalen construeren als dat ze altijd hebben gedaan.

Tapping Into a NewStream of (Personal) Data: Assessing Journalists’ Different Use of Social Media, Arthur D. Santana & Toby Hopp. Journalism & Mass Communication Quarterly, april 2016.

Hoe burgerjournalistiek het vertrouwen in traditionele media kan herstellen

De economische problemen van de journalistieke industrie hebben grotendeels te maken met een publiek dat zich niet meer zo snel bindt. Een veelgehoorde oorzaak hiervoor is de opkomst van alternatieve mediavormen die de ‘gevestigde orde’ uitdagen, maar in dit artikel beweert onderzoeker Seong-Jae Min dat nieuwe journalistieke vormen juist het vertrouwen in traditionele media kunnen herstellen.

Via een bespreking van recente burgerjournalistieke bewegingen biedt Min een aantal perspectieven op hoe traditionele en nieuwe journalistiek samen de democratische samenleving kunnen bevorderen. Belangrijk hierbij is het concept ‘conversatie’, dat door Min breed wordt gedefinieerd als ‘elk soort type interactie die mensen met elkaar hebben’. Met behulp van dit concept beschrijft Min nieuws als een proces waarin uiteenlopende partijen –  bijvoorbeeld journalisten, politici en burgers –  met elkaar praten over nieuwsgebeurtenissen, om zo gezamenlijk een betekenis geven aan die gebeurtenissen.

Burgerjournalistieke bewegingen kunnen een publiek terugbrengen dat zich niet meer gehoord voelt in de media

Deze conversatie zou volgens hem, in plaats van entertainment en commercie, het organiserende principe moeten zijn van de hedendaagse journalistiek. Hierbij ziet Min een belangrijke rol weggelegd  voor burgerjournalistieke bewegingen: deze kunnen ‘van onderop’ de traditionele media op de hoogte stellen van wat er in de samenleving speelt, en zo een publiek terugbrengen dat zich niet meer gehoord voelt in de media.

Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat burgerjournalistiek met andere criteria wordt beoordeeld. Burgerjournalistiek is een dynamische publieke sfeer waarin burgers vrijuit verslaggeven, waardoor subjectief en emotioneel nieuws wordt geproduceerd. Transparantie is daarom een geschikter criterium dan objectiviteit. In dit model ligt dan ook een andere rol voor professionele journalisten: zij zijn niet langer meer de opiniemakers, maar monitors en moderatoren die  reeds bestaande meningen faciliteren.

Conversation through journalism: Searching for organizing principles of public and citizen journalism, Seong-Jae Min. Journalism, 2015.

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkt als freelance journalist voor onder meer de Volkskrant en SvdJ.nl. Eerder werkte hij voor Blendle en Vrij Nederland.

Reageer

Geef een reactie

*