Wat zijn de basics van het factchecken?

4292804609_a237184365_b

Factchecken ontwikkelt zich tot een volwaardige discipline binnen de journalistiek. Wat moet je weten voor je ermee begint? Een minihandleiding met praktische tips van docenten.

Wat maakt factchecken anders dan ‘gewone’ journalistiek?

Factchecken is een vorm van accountability journalism: mensen verantwoordelijk houden voor het verspreiden van mogelijke misinformatie. Een factchecker zoomt in op een bepaalde uiting. Hij of zij onderzoekt bijvoorbeeld één claim in een debat, waar een andere journalist eerder het hele debat zou samenvatten. Een factchecker neemt daarvoor de tijd; grondigheid gaat boven snelheid.

Wie doen het?

Veel grote buitenlandse media hebben een factcheckrubriek of zelfs speciale redacties. In Nederland zijn er ook veel initiatieven: bijvoorbeeld bij NRC en de Volkskrant en het recent opgerichte Stellingchecker.nl van weblogs Sargasso en Republiek Allochtonië. Op Nieuwe Journalistiek verscheen onlangs een uitgebreide kroniek van factcheckinitiatieven.

Ook op verschillende journalistiekopleidingen krijgt factchecken een plek, waaronder de Fontys Hogeschool in Tilburg. Daar liep van 2008 tot 2013 de FHJ Factcheck. Die wordt nu nieuw leven ingeblazen, vertelt docent Gemma van der Kamp. “Bij het vorige project werden verhalen van journalisten gecheckt. Dat wilden we dit keer breder trekken naar politici, maar ook NGO’s en bedrijven.” Nu komt er de ‘FACTory’: een permanente desk die zoveel mogelijk geïntegreerd wordt in alle leerjaren.

Waarom is factchecken zo populair?

“Factchecking is belangrijker dan ooit”, leest de website van het journalisteninstituut Poynter. “Het gemak van online publiceren, de opkomst van memes op sociale media en de toename van campagneretoriek creëren een ‘industrie van misinformatie’.”

De actualiteit vormt een vruchtbare bodem voor misinformatie. In 2016 fungeerden de Brexit en de machtsgreep van Donald Trump als katalysatoren, en in 2017 beloven de verkiezingen in Duitsland, Nederland en Frankrijk meer van hetzelfde.

Factchecken kan ontmoedigend zijn: de leugen is in weerwil van het spreekwoord vaak sneller dan de waarheid. Maar het is ook geen hopeloos gevecht. Volgens dit onderzoek is factchecken effectief – bijvoorbeeld doordat politici uitspraken publiekelijk terugtrekken – en volgens dit onderzoek wordt het gewaardeerd door een groot deel van het publiek.

Hoe kies je wat je gaat factchecken?

Hoe bepaal je of een bewering rijp is voor een factcheck? Van der Kamp: “Het begint bij gezond verstand. Stel vragen bij simpele dingen.” Elke bewering kan een dubbele bodem hebben. “Neem de bewering dat Congo de verkrachtingshoofdstad van de wereld is. Na een check bleek dat veel NGO’s hun eigen slachtofferlijsten hebben om geld binnen te halen. Sommige vrouwen staan op meerdere lijsten.”

Haar collega Monique Hamers vult aan: “Een valkuil is om over dingen die voor jou vanzelfsprekend klinken te zeggen: dat zal wel kloppen. Maar je moet er dan juist vragen bij stellen: wordt hier de beste bron aangehaald, is er een relevantere bron?”

Een goed uitgangspunt zijn de acht sceptische standaardvragen uit het handboek The Elements of Journalism.

Factchecken1Je kunt je intuïtie verder aanscherpen door red flags te leren herkennen die mogelijk een onjuiste bewering verraden:

  • Er lijkt iets weggelaten uit de uitspraak
  • De uitspraak wordt krom verwoord
  • Het is te mooi of juist te erg om waar te zijn
  • De uitspraak is extreem precies of juist extreem breed
  • Er wordt een statistiek van iets onmeetbaars aangehaald
  • De uitspraak lokt een heftige reactie uit
  • De aangehaalde cijfers zijn oud
  • De stelling strookt niet met je eigen ervaringen

Waar vind je de feiten om een uitspraak te checken?

De factcheckdeskundigen van Poynter raden aan om bronnen te gebruiken die ofwel origineel ofwel betrouwbaar zijn (liefst natuurlijk allebei). Originele bronnen zijn bijvoorbeeld ooggetuigen, camerabeelden of origineel onderzoek. Niet-originele bronnen zijn bijvoorbeeld verwijzingen in een krant naar een onderzoek. Als je een expert belt, kies dan liefst iemand die zelf direct de materie onderzocht. Wetenschap gaat namelijk gauw een eigen leven leiden:

Betrouwbare bronnen zijn bronnen die onafhankelijk en onpartijdig zijn. Stel bij een onderzoeksbureau of stichting de vragen: wie is de oprichter? Wie zijn de sponsors, bestuursleden en samenwerkingspartners? Heeft de organisatie een winstoogmerk?

Welke belangrijke databases zijn er?

Centrale databases vergemakkelijken het leven van de factchecker. Belangrijke internationale databases zijn: CIA world factbook, Eurostat, Google News Lab, The Internet Archive, World DataBank. Deze databases bevatten ook veel cijfers over Nederland. Als een politicus zegt ‘Wij hebben de meeste werkloze immigranten van de EU’ (fictief voorbeeld) is dat een uitspraak die je in Eurostat kan checken.

In Nederland zelf is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verreweg de nuttigste bron, zegt Van der Kamp. “Het fijne van het CBS is dat je ze altijd kunt bellen en vragen waar ze bepaalde statistieken vandaan halen. Ze kopen namelijk ook veel data op van andere partijen.” Op die manier kun je via het CBS bij meer specifieke bronnen komen.

Waar bestaat een goede factcheck uit?

  1. Context. Waar is de uitspraak gedaan en met welk doel? Blijft er na het checken iets verdacht of onduidelijk? Van der Kamp: “De uitleg eromheen is altijd het belangrijkst. Is er geframed, zijn er bepaalde cijfers weggelaten, waar komen die cijfers vandaan? Het is niet altijd alleen maar rigide feiten checken.”
  1. Helderheid. Wie een factcheck volstopt met jargon en cijfertjes zal het bij lange na afleggen tegen boude claim. Houd het dus begrijpelijk, zonder onvolledig te zijn.
  1. Transparantie. Link naar bronnen, neem de lezer mee in het checkproces, leg uit waarom je juist deze uitspraak checkt.
  1. Een waterdichte conclusie. “Als je het niet zeker weet of niet helemaal hebt kunnen uitzoeken: niet publiceren”, zegt Hamers.
  1. Een aantrekkelijke vorm. Van der Kamp: “Een probleem is dat factchecks vaak door een bovenlaag van hoogopgeleiden gelezen worden. Kijk naar de BBC Reality Check; dat zijn enorme lappen tekst. In plaats daarvan kun je visualiseren, bijvoorbeeld met een infographic.”

Waar kan ik meer leren?

Er zijn diverse online cursussen om factcheck-skills op te bouwen en aan te scherpen. De online instapcursus die mede als basis diende voor dit artikel vind je hier. De cursus bevat extensieve lijsten met databases, tips en potentiële valkuilen. Poynter heeft nog meer cursussen, maar die zijn over het algemeen wel betaald.

Bijna een discipline an sich is het verifiëren van foto’s en video’s. De ruimte was hier te beperkt om daar uitgebreid op in te gaan. Een goed startpunt is het gratis beschikbare Verification Handbook. Voor het checken van gemanipuleerd beeld zijn ook diverse tools: een overzicht daarvan vind je hier.

Foto: Flickr / © Erokism

 

Deel dit artikel:

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en antropoloog. Hij schrijft over van alles, maar het meest over media.

Reageer