Zeven adviezen voor datajournalisten (en hun schrijvende collega’s)

Afgelopen dinsdag deelden datajournalisten en visualisatiemakers in Pakhuis de Zwijger hun ervaringen (Lees ook ons eerdere verslag van die avond). Er kwamen veel adviezen en handvatten langs. We zetten de opvallendste op een rij.

De adviezen zijn niet alleen bedoeld voor visualisatiemakers en datajournalisten zelf. Sommige zijn specifiek bestemd voor de schrijvende journalisten die op redacties met deze disciplines ‘moeten’ samenwerken. Het verbeteren van deze samenwerking is urgent, nu steeds meer kranten en online redacties een rol voor datajournalistiek en visual storytelling (willen) inruimen.

1. Betrek datajournalisten en visualisatiemakers vanaf het begin

(Maarten Lambrechts, datajournalist De Tijd)

Te vaak worden datajournalisten en graphicmakers pas ingeschakeld als een tekstverhaal al bijna af is. Die gang van zaken levert niet het optimale resultaat op. Maarten Lambrechts heeft een les voor schrijvende journalisten: betrek je cijferende en designende collega’s vanaf het begin. “Dat voorkomt veel dubbel werk”, meent hij. Bovendien: “Een goede visualisatie is ambachtswerk; daar moet lang aan geschaafd worden.”

2. Vraag hulp

(Els Engel, visualisatiemaker voor o.a. Het Financieele Dagblad)

Freelancer Els Engel maakt al jaren infographics en datavisualisaties. Het liefst doet ze alles zelf: van het verzamelen van de data tot het ontwerp. “De laatste tijd kom ik schoorvoetend tot de conclusie dat ik misschien toch niet alles zelf moet doen”, zegt Engel. “Iedere skill die je nodig hebt voor het maken van graphics is een vak apart. Soms heb je een expert nodig om je verder te brengen.”

3. Combineer kleine beetjes data

(Yordi Dam, LocalFocus en NRC)

Soms is de data rond een bepaald onderwerp schaars. Yordi Dam liep daar tegenaan toen hij voor NRC een grafiek wilde maken over de winnaars van de Popprijs door de jaren heen. Behalve de namen en jaartallen had hij weinig gegevens. Dam besloot kleine beetjes data te gaan verzamelen en combineren. Zoals het aantal jaren dat de winnaars al actief waren als artiest, en het muzikale genre per deelnemer. Het eindresultaat heeft een duidelijke toegevoegde waarde: in één oogopslag is te zien dat rock bij de Popprijs-jury uit de gratie is geraakt. “Je hebt niet altijd super big data nodig”, aldus Dam. “Kleine data slim combineren kan ook nieuwe inzichten geven.”

Visualisatie Popprijs NRC
Visualisatie Popprijs NRC

4. Interactief is geen must

(Jan Willem Tulp, TULP interactive)

Inzoomen, slepen, swipen, uitklappen: in interactieve datavisualisaties kan de gebruiker zich vaak helemaal uitleven. Maar zulke hoogstandjes zijn niet zaligmakend, stelt Jan Willem Tulp. “Bij The New York Times maakt men steeds minder interactieve visualisaties. Dat komt met name doordat veel bezoekers van nieuwsmedia via hun mobiel komen. En op zijn mobiel gaat de lezer minder snel klikken en dergelijke.” Ten tweede zijn interactieve visualisaties erg arbeidsintensief. En ten derde zijn ouderwetse statische visualisaties laagdrempelig: dat geeft ze een streepje voor op interactieve varianten. Terug naar de basis.

5. “Maar het is wel mooi” is geen argument

(Frank Tieskens, RTL Facts)

Aan gelikte visualisaties heb je niets als lezers ze verkeerd begrijpen. Frank Tieskens neemt een visualisatie van The Guardian van een verkiezingsuitslag als voorbeeld. Het ontwerp is kleurrijk en bijna artistiek, maar toch mislukt, stelt hij. De visualisatie is onduidelijk en misleidend: zo lijkt het net alsof de verliezende partij het juist goed gedaan heeft. Toen Tieskens aan een RTL-collega de grafiek van The Guardian liet zien, antwoordde laatstgenoemde: “Maar het is wel mooi!” Vijf woorden die een datajournalist niet zou moeten willen horen.

VisualisatieGuardian
Visualisatie The Guardian

6. Doorbreek de xenografobie

(Maarten Lambrechts, De Tijd)

Lambrechts merkt dat schrijvende journalisten de lezer soms onderschatten. “Zo gauw het verder gaat dan staafjes en lijntjes, zeggen ze dat de lezers het niet zullen begrijpen. We moeten strijden tegen deze ‘xenografobie’: de angst voor vreemde grafieken.” Grafieken mogen best experimenteel zijn, als ze maar helder zijn, vindt Lambrechts. “We mogen geen stappen overslaan. De lezer moet geleid worden. Als ik iets nieuws gemaakt heb vraag ik aan twee niet-zo-visueel ingestelde mensen of ze het snappen. Vaak lopen ze dan vast op een punt waar ik zelf nooit aan gedacht zou hebben.”

7. Manage de verwachtingen

(Marjolein Pijnappels, oprichter Studio Lakmoes)

Opdrachtgevers beseffen niet altijd hoe arbeidsintensief datavisualisaties (kunnen) zijn, vertelt Marjolein Pijnappels. “Manage de verwachtingen en maak snel korte metten met de gedachte dat het heel snel gaat.” Pijnappels vergelijkt een visualisatie met een ijsberg: de klant ziet alleen het topje, maar niet wat er allemaal aan werk ‘onder’ zit. Het helpt om te vertellen welke stappen je allemaal neemt. “Je begint met inventariseren en informatie verzamelen, dan ga je analyseren en maak je een blauwdruk, en dan ga je pas aan de slag met ontwerpen. En dat is geen proces van A naar B, maar de hele tijd heen en weer tussen de verschillende stappen.”

Lees ook: Waarom schrijvende en visuele journalisten elkaar moeten leren verstaan

 

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, VICE en SVDJ.nl.

Reageer

1 comments

Geef een reactie

*