Digitale dagbladen, verschil tussen mat en iPad

5273851215_ea4e579eb8_o

In het laatste deel van een serie over oplagecijfers: de digitale krant. Er is een verschil tussen een krant op de mat en één op de iPad. Lang niet alle digitale kranten worden gelezen.

Door Piet Bakker

Behalve papieren kranten verkopen uitgevers ook digitale exemplaren, exacte kopieën (replica’s) van de papieren editie. Een handige feature; de krant wordt altijd bezorgd, en ook nog eens extreem vroeg. Die digitale kranten worden op twee manieren verkocht: samen met de papieren krant (het combi-abonnement waarmee de print-abonnee ‘recht’ heeft om de krant te downloaden zonder daar extra voor te betalen) en los. Zo’n ‘los’ abonnement komt ook in twee smaken: alleen maar digitaal of als extraatje bij een papieren deel-abonnement; zaterdag op de mat en doordeweeks op de iPad.

De mat en de iPad

Er is wel een verschil tussen mat en iPad. Een krant op de mat is een gegeven, en als de krant niet bezorgd wordt, hangt de abonnee meteen aan de telefoon. De krant op de iPad wordt minder nadrukkelijk bezorgd, de abonnee heeft ‘recht’ op die digitale krant, maar of de krant daadwerkelijk gedownload wordt, is in de huidige cijfers niet zichtbaar. Het is dan ook beter om over ‘gerechtigden’ te spreken dan over oplage.

Lang niet alle digitale kranten worden dus gelezen, en als ze al gelezen worden, is dat meestal maar door één persoon (papieren kranten worden al snel door drie mensen gelezen). Dus een digitale krant is onvergelijkbaar qua ‘bereik’ (het aantal mensen dat daadwerkelijk de krant leest) en voor adverteerders, aangezien die niet willen betalen voor niet-gelezen exemplaren.

Voor uitgevers is het digitale abonnement, naast paywalls, premium artikelen, Blendle, apps en de websitebezoeken belangrijk omdat het één van de digitale verdienmodellen is die de teruggang in print zou moeten compenseren. Of dat zo is, blijft voorlopig onduidelijk, een digitale krant is goedkoper dan een papieren krant maar ook de kosten zijn lager (bezorging, drukken). Gratis is de digitale krant allerminst, ook het digitaliseren en digitaal verspreiden kost geld terwijl de kosten voor redactie, sales en overhead ook op de digitale exemplaren drukken. Eén ding is wel zeker, voor de meeste titels gaat de digitale ‘oplage’ omhoog.

Landelijke kranten

In 2015 verkopen alle landelijke kranten ‘digitale replica’s’, vier titels (De Telegraaf, Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad en FD) rapporteren ook hoeveel combi-abonnementen ze hebben. Ook alle abonnees van de Persgroepkranten (de Volkskrant, AD en Trouw) en NRC Handelsblad en nrc•next hebben trouwens dat recht, maar deze uitgevers hebben ervoor gekozen die cijfers niet apart te rapporteren.

Interessanter zijn eigenlijk de replica’s die zonder een volledig print-abonnement worden verkocht, dat zijn namelijk extra abonnees. Hier zitten ook deelabonnees bij, dus mensen die bij hun papieren weekendkrant recht hebben op de digitale weekkrant. (In de huidige cijfers kunnen we geen onderscheid maken tussen die twee vormen.) De Volkskrant is koploper met bijna 80.000 exemplaren, NRC verkoopt er meer dan 40.000 per dag, de Telegraaf (37.000) en AD (33.000).

Betaalde digitale replica's landelijke kranten 2015
Betaalde digitale replica’s landelijke kranten en combi-abonnementen, 2015

 

Regionale kranten

Bij regionale krant is het beeld volledig anders. Combi-abonnementen verkoopt vrijwel iedereen, maar er worden betrekkelijk weinig replica’s zonder vast abonnement verkocht. Alleen Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant verkopen meer dan 10.000 exemplaren, Het Parool rapporteert 9.000 digitale replica’s per dag. Bij de beide NDC-kranten zeggen ze dat dit wel de laatste keer is, met ingang van 2015 moeten abonnees op de zaterdagkrant die digitale week-toegang willen hebben daar extra voor betalen (€ 21 per maand in plaats van € 13 per maand). De 25.000 digitale replica’s van de beide kranten zullen we in 2016 dan ook niet terugzien.

Betaalde digitale replica's regio-kranten 2015
Betaalde digitale replica’s en combi-abonnementen, regio-kranten, 2015

 

10 jaar digitale kranten

Als we over een langere periode naar alleen de replica’s kijken (dus niet naar de combi-abonnementen) vertoont de Volkskrant een gestage en snelle groei. De krant heeft al 10 jaar een digitale versie, de teller staat in 2015 op 74.000. Ook NRC Handelsblad was er vroeg bij, en deze krant is de tweede in digitaal opzicht met 44.000 digitale gerechtigden. De Telegraaf en het AD laten beide een snelle groei zien. In 2015 zijn er maar twee digitale dalers onder de landelijke titels: nrc•next en het Reformatorisch Dagblad.

Betaalde digitale dagbladreplica's landelijk 2005-2015
Betaalde digitale dagbladreplica’s landelijk 2005-2015

Regionale titels begonnen veel later met digitale kranten, alleen de NDC-kranten Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant rapporteren vanaf 2007 een digitale ‘oplage’. In de laatste jaren daalt deze overigens weer. Het Parool en Noordhollands Dagblad zijn snelle stijgers. Behalve deze vier titels zijn er maar drie kranten die een digitale ‘oplage’ van meer dan 1000 hebben: de Gelderlander, Haarlems Dagblad en Dagblad de Limburger.

Betaalde digitale dagbladreplica's regio 2007-2015
Betaalde digitale dagbladreplica’s regionale kranten, 2007-2015

De digitale cijfers zijn hoopgevend alhoewel de meeste regionale titels achterblijven. Er zijn drie belangrijke kanttekeningen. Ten eerste is niet bekend of de digitale kranten gelezen worden of niet, het is technisch wel mogelijk dat vast te stellen, op het verlanglijstje van NOM staat dan ook een nieuwe meer betrouwbare meting. Een tweede punt is dat het onduidelijk is wat digitale kranten nu eigenlijk opleveren. Over prijzen valt nu niets te zeggen omdat de deelabo’s en de echte losse digitale abonnees op één hoop worden gegooid. En dat is meteen het derde probleem: welk deel bij de replica’s bestaat uit weekendlezers die (ongevraagd) de digitale krant erbij krijgen en welk deel bestaat uit ‘echte’ digitale abonnees? In 2016 zal de digitale oplage op een geheel andere manier geteld worden.

De oplagecijfers over 2015 zijn ontleend aan de database (dashboard) van het Nationaal Onderzoek Multimedia (NOM). De cijfers over eerdere jaren komen van HOI-online dat in 2015 opging in het NOM.

De serie Oplagecijfers 2015 bestaat uit vijf delen: totaal, landelijk, regionaal, uitgevers en digitaal.

Foto door Brendan Lynch

Deel dit artikel:

Over J•Lab Hogeschool Utrecht

Het J•Lab, ook wel bekend als het lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek, doet onderzoek naar media, journalistiek en crossmediale content. Het onderzoek van het lectoraat is sterk praktijkgericht. Met andere woorden: het onderzoek is relevant voor journalisten, studenten, media, lezers, en andere geïnteresseerden.

Reageer

  • Miro Lucassen

    In mijn huishouden worden de digitale kranten door twee personen gelezen. En ik ken nog zo’n huishouden. N=2, maar de stelling dat de digitale krant vooral door 1 persoon wordt gelezen zou ik niet 1-2-3 ondersteunen. De apps werken op meerdere toestellen tegelijk, het is geen punt om om drie of vier apparaten in te loggen.