Traditionele tv op z’n retour

Nederlanders besteedden in 2015 5% minder tijd aan tv-kijken dan het jaar daarvoor. Dat komt voornamelijk doordat jongeren tot en met 34 jaar steeds minder traditionele televisie kijken. 50-plussers kijken juist steeds meer televisie.

Er is een nieuwe versie van dit artikel beschikbaar. Klik hier.

Door Piet Bakker en Renée van der Nat

Betekent dit dat TV op z’n retour is? Ja, maar dan gaat het alleen over het traditionele, lineaire tv-kijken. De manier waarop we tv-kijken is aan het veranderen. Van lineair naar on-demand, dat laatste houdt in dat de kijker zelf kiest wat wanneer te kijken, zoals op Netflix of Uitzending Gemist.

TV-kijken verandert

Van de totale kijktijd in 2015 was al 6% (bijna 12 minuten) ‘uitgesteld kijken’. Dat percentage – in 2008 voor het eerst gemeten – is in de laatste zeven jaar dus gestegen van 1 tot 6%. Dat is uitgestelde traditionele tv, “binnen 6 dagen” aldus het SKO Rapport.

1 tv kijken 2015

Het betekent niet dat Nederlanders minder naar bewegende beelden op schermpjes kijken. YouTube, Vimeo en bijvoorbeeld Dumpert zitten er niet bij, en ook HBO, Videoland en Netflix niet.

TV-kijken doen we dan ook niet meer alleen via een televisie, maar ook op laptops, de iPad en zelfs mobiel. In 2014 keek 44% wel eens tv op een ander apparaat dan een televisie (in 2009 was dat nog 34%), waarvan 33% uitgesteld kijken betrof, dus uitzendingen achteraf kijken via on-demand diensten als Uitzending Gemist. Voor 2015 zijn deze cijfers nog niet bekend.

Laptop en tablet zijn de meest populaire apparaten bij ‘anders kijken’, meer dan 20% van de kijkers gebruikt ‘wel eens’ dat soort apparaten om tv te kijken. De PC neemt aan populariteit af. Het gaat nadrukkelijk om ‘wel eens’ – in het totale tv-kijken is het aandeel van andere apparaten en uitgesteld kijken nog marginaal. Ook heeft ondertussen 22% van de huishoudens internettoegang via de televisie.

Leeftijdscategorieën

TV-kijken is natuurlijk niet volledig voorbij, maar wel op z’n retour. Maar er is meer aan de hand. Dat wordt duidelijk als we naar het kijkgedrag van de verschillende leeftijdscategorieën kijken. Ouderen kijken meer en gaan nog meer kijken, jongeren kijken minder en gaan nog minder kijken.

2 leeftijd tv kijkers 2003 2015

* 50-64 en 65+ zijn pas vanaf 2008 apart gemeten, daarvoor werd de hele groep 50+ samen genomen

Ouderen, de 50-plussers, zijn meer gaan kijken in de afgelopen jaren – alhoewel de groei er in 2015 uit lijkt te zijn. De middengroep – 35 tot 50 – was licht dalend tot 2014 en daalde het laatste jaar sneller. Bij alle jongere groepen is de daling al eerder ingezet, maar ook daar wordt in 2015 een fikse extra daling waargenomen.

Ouderen kijken meer en gaan nog meer kijken, jongeren kijken minder en gaan nog minder kijken

2015 kan een beetje een uitzondering zijn, oneven jaren zonder grote sportevenementen scoren sowieso lager dan even jaren. De lichte dalingen in traditioneel kijken in 2009, 2011 en 2013 werden goedgemaakt door de stijging in de jaren erna; in 2015 is dat voor het eerst niet gelukt.

Wat betekent dat?

TV-kijken is een generatieding. Dat verklaart waarom de daling laat inzet en betrekkelijk langzaam gaat. Er is dus geen of slechts een klein ‘vervangingseffect’. Het is niet zo dat grote groepen Nederlanders van de ene dag op de andere hun mediagebruik fundamenteel veranderen. De mensen die met tv zijn opgegroeid blijven trouw aan dat medium (voor kranten geldt iets soortgelijks). Maar elke groep gaat ook andere media gebruiken – en een dag heeft toch maar 24 uur. Dat verklaart kleine verschuivingen.

De grote verschuivingen worden veroorzaakt door de jongeren groepen die een fundamenteel ander mediagebruik hebben

De grote verschuivingen worden veroorzaakt door de jongeren groepen die een fundamenteel ander mediagebruik hebben, de groepen voor wie internet en vooral hun mobiele telefoon het eerste en belangrijkste medium is. Wie voor die groepen relevant wil blijven moet vissen waar die vissen zijn: op hun platformen. Denk daarbij aan Instagram en Snapchat.

Het generatie-effect betekent trouwens ook dat de ontwikkeling onomkeerbaar is. Er gaat geen wonder gebeuren. Jongeren gaan nooit meer op dezelfde manier als hun ouders tv kijken.

NPO – RTL – SBS

En dat is nog niet alles. Het marktaandeel van de publieke omroep neemt af. In 1989 kwam RTL erbij, halverwege de jaren negentig de SBS groep. En de beide commerciëlen introduceerden steeds nieuwe zenders. De grote twee/drie blijven stabiel boven de 80% (tot dusver), maar de onderlinge verhoudingen veranderen. In 25 jaar gaat het NPO-aandeel van ruim 60% naar 34%, RTL zit al jaren rond de 30%, de SBS-zenders zitten nu op 18%. Stevige concurrentie voor de publieke omroep derhalve.

3 marktaandelen tv 2016 new

Voor tv-nieuws heeft concurrentie positieve effecten gehad. Het beste wat het NOS Journaal is overkomen is de komst van RTL Nieuws. En RTL Nieuws is alleen maar zo goed omdat het NOS Journaal er is. En Hart voor Nederland natuurlijk. De kijker – de gebruiker heet dat tegenwoordig – heeft geprofiteerd: veel nieuws, hoge kwaliteit, en via alle kanalen.

Journalistiek in de top 100

Maar kijken Nederlanders ook naar nieuws en actualiteiten? Op basis van de Kijkcijfer Top 100 (zonder sport), opgesteld door het SKO, ligt het percentage journalistieke en informatieve programma’s in die top 100 de laatste tien jaar tussen de 20% en 40%. Hierbij zijn alle journalistieke programma’s (journaals, nieuws, talkshows) en andere informatieve programma’s (consumentenprogramma’s, Opgelicht, Opsporing verzocht, TV show, Rijdende Rechter). Het NOS Journaal is een vaste waarde in elke top 100. Royalty doet het trouwens ook altijd goed.

4 top_100_tv_kijken_journalistiek tm 2015

Er is wel sprake van een licht dalende lijn, maar we kunnen op basis daarvan geen conclusies trekken. Opvallend is dat het percentage in 2002 en 2003 heel hoog ligt. In die jaren waren er veel grote royalty-events. Het interview met Maxima en Willem Alexander in 2002 trok 3,8 miljoen kijkers. Het absolute record komt op naam van Peter R. de Vries, die op 3 februari 2008 met zijn uitzending voor Joran van der Sloot 7.1 kijkers wist te trekken. Meer dan de helft van die kijkers pikte ook het aansluitende programma Hart van Nederland op SBS6 mee.

De top 100 wordt door het Kijkonderzoek altijd twee maal gerapporteerd. Eenmaal met en eenmaal zonder sport (lees “voetbal”). Hier nemen we de top 100 zonder sport als uitgangspunt. Anders zou nieuws een minimaal aandeel krijgen. Tenzij we sport als nieuws beschouwen. Dan is nieuws plots het meest populaire genre op de Nederlandse tv.

Over Piet Bakker

Piet Bakker was tot voor kort lector Crossmedia & Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht.

Reageer

1 comments

Betekent een daling van 5% kijkgedrag dat iets op zijn retour is? De kop correspondeert niet met de cijfers volgens mij. De grafieken laten wel een aanzienlijke daling bij jongeren zien.

Geef een reactie

*