30 jaar radio luisteren: de regionale omroep is de grote verliezer

radio luisteren

Per dag luistert de Nederlander nog steeds ruim 2,5 uur naar radio. Maar het traditionele luisteren neemt al zo’n zeven jaar af. Commerciële zenders zien hun marktaandeel wel stijgen, de regionale radio is de grote verliezer van de laatste decennia.

Net als het traditionele televisiekijken heeft ook het radioluisteren de laatste jaren te maken met een terugval. In 2011 bereikt de gemiddelde luistertijd een hoogtepunt met meer dan 200 minuten per dag (bijna 3,5 uur). In 2018 is dat gedaald naar 155 minuten (ruim 2,5 uur).

Dat gemiddelde gaat over alle Nederlanders van 10 jaar en ouder. Er zitten dus ook mensen tussen die niet naar radio luisteren. Als we alleen kijken naar de mensen die daadwerkelijk luisteren, daalt het aantal minuten tussen 2011 en 2018 van 284 (ruim 4,5 uur) naar 245 minuten (ruim 4 uur).

Luistertijd in minuten, 1990-2018, bron: NLO

Publieke omroep stabiel

Sinds het einde van de vorige eeuw is het aandeel van de publieke omroep in alle luistertijd vrijwel stabiel gebleven: het is zo’n 30 procent. In de jaren negentig was dat aandeel door de opkomst van de commerciële omroepen uiteraard dramatisch gedaald. Die commerciëlen zagen hun aandeel eerst snel stijgen tot zo’n 45 procent vlak voor de eeuwwisseling, in 2006 wordt voor het eerst de 50 procent behaald, daarna stijgt het langzaam tot 55 procent in 2018. In dat marktaandeel zit ook een deel regionale commerciële radio, verenigd in ‘E Power Radio’. In 2006 is hun gezamenlijke marktaandeel 2,4 procent, in 2018 bijna 6 procent.

Grote verliezer is de regionale omroep die in de laatste 20 jaar zijn marktaandeel bijna gehalveerd ziet (15 procent in 1998, 8 procent in 2018). Of dat te wijten is aan de opkomst van de commerciële regionale omroep is onduidelijk. De categorie ‘overig’, waar onder meer buitenlandse zenders en lokale omroepen onder vallen, schommelt de laatste 20 jaar rond de 6 procent.

Marktaandelen radio, 1990-2018, bron: NLO

NPO en Talpa dominant

Het radiolandschap is met 17 zenders gefragmenteerd, maar twee groepen domineren de markt. In de eerste twee maanden van 2019 hebben de vijf zenders van de NPO plus de regionale radio (ORN) samen bijna 40 procent van de markt in handen. De vier zenders van Talpa zijn goed voor een derde van de markt. Samen ruim 70 procent.

Marktaandelen radiozenders, januari-februari 2019, bron: NLO

Luisteren naar nieuws

Nederland kent drie zenders waar nieuws het hoofdbestanddeel is: Radio1 (NPO), de regionale zenders (die gemeten worden bij het luisteronderzoek als Omroep Reclame Nederland: ORN) en BNR Nieuwsradio. De laatste tien jaar blijft het marktaandeel van BNR opmerkelijk stabiel, net onder de 1 procent. Bij Radio 1 schommelt het marktaandeel tussen de 7 en 8 procent. Regionale zenders zien hun marktaandeel vrijwel permanent dalen.

Marktaandelen regionale omroep (ORN), Radio 1, BNR, bron: NLO

Luistertijd

Als we kijken naar de hoeveelheid tijd die wordt besteed aan het luisteren naar de drie nieuwszenders, zijn de verschillen minder uitgesproken. De luisteraars van de regionale omroepen luisteren nog steeds beduidend langer (ruim 3 uur) naar hun zender dan die van Radio 1 (ruim 2 uur), de grote achterstand van BNR op datzelfde Radio 1 is in de geluisterde tijd minder groot (bijna anderhalf uur).

Luistertijd (in uren) 2013-2019 (metingen januari-februari), bron: NLO

Leeftijd

Bij de luisteraars van Radio 1 en de regionale zenders is de categorie 65-plus oververtegenwoordigd. In die categorie behaalt Radio 1 een aandeel van rond de 17 procent (aanzienlijk hoger dan de 7 à 8 die ze gemiddeld halen). Het aandeel bij de regionalen is met rond de 20 procent in de groep 65-plus nog hoger. Beide zenders scoren lager dan het gemiddelde bij alle groepen onder de 35. Bij BNR zijn de aantallen bij uitsplitsing naar leeftijdscategorieën zo laag dat het lastig is daarover een definitieve uitspraak te doen. Maar de oververtegenwoordiging van 65-plussers is in ieder geval niet zichtbaar.

Podcast, streams, Spotify

Radio luisteren is allang niet meer alleen het lineair luisteren naar de traditionele radio. Je kan de livestream van vrijwel elke omroep online beluisteren of later terugluisteren. Dat laatst kan vaak ook per podcast terwijl er daarnaast talloze podcasts van niet-traditionele radiozenders worden aangeboden. Via slimme speakers is die uitgestelde ‘radio’ ook op te roepen. Bovendien luisteren mensen naar eigen muziek en diensten als Spotify.

In 2017 werden al die verschillende manieren van luisteren voor het laatst onderzocht in het Audio Distributie Onderzoek van het Nationaal Luisteronderzoek (NLO). Toen bleek dat driekwart van het luisteren (76 procent) live radio betrof, 12 procent is luisteren naar muziekdiensten zoals Spotify, daarna komen eigen muziek (5 procent), YouTube (4 procent) en ‘uitgesteld kijken / podcast’ was destijds goed voor 2 procent. Het aandeel van digitaal (online) luisteren neemt toe.

Alle recente cijfers zijn op te halen en zelf te bewerken met de ‘analysetool’ van het Nationaal Luisteronderzoek.

Over Piet Bakker

Piet Bakker was tot voor kort lector Crossmedia & Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht.